Uitgelicht

Even voorstellen

Wij zijn Annette en Hans de Man. Annette is docent Nederlands en Hans is directeur van het Ingenieurs- en Automatiseringsbureau Soltegro. Wij zeilen al 22 jaar samen waarvan de eerste 20 jaar met ons gezin en tegenwoordig steeds vaker met zijn tweeën. In 2021 stoppen we met onze banen en zijn we van plan om onze droomzeilreis te maken. Het plan is om voor een periode van 1,5 a 2 jaar te vertrekken. Het wordt minimaal een rondje Atlantic maar als we in de Carieb zijn aangekomen en het bevalt nog steeds goed dan is verder trekken richting de Pacific een goede optie.

Voorbereidingen weer begonnen

Inmiddels ligt de zomer alweer ver achterons en, hoewel de boot nog lang in gebruik is geweest, zijn we gelijk gestart met de laatste aanpassingen en uitbreidingen. Het lijstje voor de boot zelf is een stuk minder kort dan vorige winter maar de lijst met reisvoorbereidingen is flink gegroeid. Annette heeft haar baan als docent op 1 augustus beeindigd en ze is druk met de reisvoorbereidingen. Een gevarieerde klus van “oversteekvoedsel”, medische zaken tot visa’s. De vaccinaties zitten er inmiddels in en ik heb het onderhoud aan de motor en de lieren gedaan. Die lopen allemaal weer lekker. En passant is de furler van de grootzeil vervangen door een elektrische variant.

https://www.seldenmast.com/smf/

Inmiddels is het eind december en staat de volgende grote verandering op stapel. Op 31 december stop ik als directeur van Soltegro. Precies elf jaar na de oprichting is dit toch een bijzonder moment. Door de corona pandemie geen groots afscheid maar met een interview waarin ik terugkijk op de ontwikkeling van Soltegro. Vanaf nu is de focus op ons vertrek en dat voelt prima!

In januari begin ik met de boog voor de zonnepanelen op de hekstoel. Toch een lastigere klus dan ik had gedacht. Het ontwerp moet licht en stijf zijn maar ook een golfje kunnen weerstaan en dan ook nog eens esthetisch verantwoord blijven. Na diverse varianten te hebben bedacht en afgeschoten, hebben we uiteindelijk toch professionele hulp ingeroepen. Op de boog komen 3 panelen van 175 Watt waarmee ons totale maximale vermogen aan zonneenergie op 675 Watt komt. Dit zou in de meeste gevallen voldoende moeten zijn om het gebruik van de dynamo tot een minimum te beperken. Een zekere vorm van optimisme kan me niet verweten worden maar op basis van het berekende gemiddelde gebruik aan boord en het verwachte aantal zonuren komen we zeker aardig in de buurt van een goede balans tussen verbruik en opwekking van elektriciteit. We hopen voldoende energie op te wekken om regelmatig gebruik te kunnen maken van een inductiekookplaatje en/of de Crockpot en daarmee het gasverbruik tot een minimum te beperken.

Verder vervangen we de komende weken het anker (Ultra Marine), de ankerketting (70 meter grade 70), wordt de loeizware spinnakerboom door een carbonuitvoering vervangen en komt er een extra carbonboom voor de stagfok. Begin april gaat de boot vervolgens de kant op om nog een keer het onderwaterschip te inspecteren en de seal van de saildrive te vervangen. Daarna zijn we (eindelijk) klaar voor vertrek. We hebben de vertrekdatum drie weken vervroegd naar de eerste week van mei. Dat geeft ons de gelegenheid om begin juni nog even terug te vliegen naar Nederland om ons eerste kleinkind te begroeten. De boot blijft dan in Spanje achter.

Dit was onze laatste update van 2020. Tot volgend jaar!

Rondje Denemarken deel 2

Het vorige blog eindigde met een verwijzing naar onze volgende bestemming: Anholt. Anholt is een mooie tussenstop halverwege Hals en Helsingør. Een afstand van zo’n 50 mijl. Vooraf waren we gewaarschuwd dat Anholt enorm druk kan zijn en dat de haven wellicht geen plaats zou bieden. Gezien onze eerdere ervaringen in het Limfjord hadden we een voorgevoel dat dit wel mee zou vallen. Na wederom een dag motoren met een (heel) klein beetje ondersteuning van de zeilen komen we eind van de middag aan bij de haveningang van Anholt. Ons voorgevoel bleek te kloppen. De haven was nog niet half vol en weer geen enkel Nederlands schip. Het waren vooral Duitse en Zweedse jachten die de ligplaatsen vulden. Na een boeitje te hebben opgepikt voor de achterlijn werden we aan de steiger opgevangen door een Duitse C-Yacht bezitter. Ook hij bleek verrast door de rust en ruimte in de haven. Aangezien het al laat was lieten we het verkennen van het eiland voor de volgende dag. Na een aankomstbiertje en wat eten hebben we in de kuip genoten van alweer een prachtige zonsondergang en mooie sterrenhemel.

De volgende ochtend was het al weer vroeg flink aan het opwarmen dus besloten we op tijd te beginnen aan onze wandeling naar het enige dorpje op het eiland. Volgens onze informatie waren daar een paar restaurantjes en al snel begonnen we tijdens het wandelen uit te zien naar een terras met bijbehorende verkoelende drankjes. De ontgoocheling was dan ook groot toen we het dorpje binnen liepen. Uitgestorven en alles, inclusief de enige “supermarkt”, gesloten. Gelukkig zou de supermarkt over 45 minuten weer opengaan. We besloten wat rond te kijken in het dorpje en te wachten op het openen hiervan. In het dorpje staat een monument wat herinnert aan een door de Denen verloren gevecht met de Engelse bezetters van het eiland in de tijd van Napoleon. Het eiland lag op een strategische plaats en beschikte over een belangrijke vuurtoren. Behalve het monument is er niets meer wat aan deze tijd herinnert. Ook de wandeling terug was prachtig maar erg warm. Als je van een mooie en rustige omgeving en wandelen houdt dan is Anholt zeker de moeite waard. Naast de haven vind je bovendien een mooi strand met glashelder water waar je na het wandelen kunt afkoelen.

Aan de haven zelf vind je een supermarkt, een aantal eettentjes (en jawel, de meesten waren gesloten), wat visserij en 2x per dag een veerboot. De haven zelf is prima met brede steigers met water en elektriciteit en in een hoekje van de haven kun je diesel tanken. Een aanrader als tussenstop tussen Jutland en Seeland.

ANHOLT – HORNBAEK, 50 mijl

Na 2 dagen Anholt zijn we vertrokken voor een oversteek van wederom ca. 50 mijl naar Hornbæk waar onze jongste dochter Emma aan boord zou komen. Zowaar bleek het mogelijk om stukken te zeilen maar het grootste deel van de oversteek stond de motor bij. Rond het middaguur werd het drukkend warm en boven Seeland ontstonden flinke onweersbuien. Deze bleven tot een uur voor onze aankomst boven land hangen en er kwam weinig wind uit. Vlak voor aankomst begon het ook boven ons flink te rommelen en op het moment dat we de haven binnen voeren kwamen we terecht in een enorme hoosbui. Regenkleding aan trekken was zinloos en gezien de temperatuur was de regen een welkome afkoeling. Natuurlijk hadden we gehoopt dat Emma ons met open armen zou opvangen en de lijnen zou aanpakken maar een berichtje met de mededeling dat ze “even in het restaurant bleef zitten tot de bui over was” liet ons, gedesillusioneerd, over aan ons lot. De buien bleken van korte duur en aan het einde van de middag scheen de zon weer onverminderd verder. Hadden we de verwachting dat we hier aan het begin van de Deense Riviera in een culinair Walhalla terecht zouden komen dan bleek ook dit onjuist. Ook in Hornbæk bleek het seizoen teneinde. Er was maar een restaurant open. Dit was uiteraard vol en wat restte was een plekje in de binnentuin onder een parasol die tegen een eventueel nieuwe onweersbui moest beschermen.

Hornbæk is van oorsprong een vissersplaatsje waar nog veel authentieke woninkjes staan die herinneren aan deze tijd. Nu is het een badplaats en onderdeel van de “Deense Riviera”. De jachthaven heeft prima ligplaatsen maar de overige faciliteiten laten toch wel te wensen over. Douches en toiletten zijn oud en ik heb ze weleens schoner gezien… Wij hadden het na een nachtje wel gezien en vertrokken de volgende ochtend naar Helsingør. Een tochtje van 7 mijl met, bij tijd en wijle, een druilerig buitje.

HORNBAEK – HELSINGØR, 7 mijl

Helsingør is al op ruime afstand herkenbaar aan kasteel Kronborg en de veerboten die heen en weer varen naar het Zweedse Helsingborg. De ingang van de jachthaven is vlak voor het kasteel. Direct na de ingang was een plekje vrij aan de langssteiger met elektra en water direct naast de ingang naar de kuip. Top! De jachthaven was sowieso een fijne ervaring. Moderne, schone en ruime badkamers en met alle basisvoorzieningen in de directe omgeving. Hier komen we voor het eerst tijdens ons verblijf in Denemarken een ander Nederlands jacht tegen. We hadden gepland hier twee nachten te blijven en dan door te varen naar Kopenhagen. Direct na de lunch hebben we het kasteel bezocht. Een must als je daar bent want naast dat het een mooi en indrukwekkend kasteel is, speelt zich in het kasteel ook Shakespeare’s Hamlet af. Doorlopend wordt in het Kasteel een samenvattende versie van Hamlet gespeeld wat het, naast de interessante Deense (bloederige) historie, tot een levendige en leuke attractie maakt.

Na het bezoek aan het slot dachten we even een ligplaats te regelen in Kopenhagen. Maar met het weekend voor de deur blijken helaas alle ligplaatsen in de nabijheid van het centrum van Kopenhagen bezet. We besluiten de volgende dag de trein naar Kopenhagen te pakken. Geen slechte keuze bleek achteraf: Het is ca. 25 minuten met de trein van Helsingør en dan sta je midden in het centrum van Kopenhagen en met uitzondering van Christianshavn blijken de ligplaatsen vrij onrustig. Buiten Kopenhagen zijn nog een tweetal grote jachthavens maar ook dan moet je met het openbaar vervoer naar het centrum. Wij vonden Helsingør jachthaven een heel plezierige uitvalsbasis en zijn er uiteindelijk 3 nachten gebleven.

De laatste dag in Helsingør hebben we in de ochtend besteed in het maritiem museum (M / S Museet for Søfart) en ’s middags met een bezoek aan Helsingør’s centrum. Het maritiem museum is erg leuk en goed opgezet met veel Nederlandse invloed in zowel het museumontwerp als de collectie. Het museum is een mooie combinatie van historie en huidige tijd. Het museum ligt in een oud droogdok waarin een modern vormgegeven gebouw is neergezet. Om het museum goed te bekijken moet je er een volledige ochtend of middag voor uittrekken.

Het centrum van Helsingør werd tot de opening van de Oresund link vooral beheerst door de veerdienst naar Helsingborg en door Zweden die er in de weekeinden goedkoop aan de drank gingen. Het centrum is niet overal even mooi maar wij vonden er toch nog een behoorlijk aantal leuke historische gebouwen en leuke winkeltjes, café’s en restaurants. Ook hier weinig buitenlandse toeristen door de Corona crisis. In een van de winkels zeiden ze dat ze zich verbaasden over het slechts handjevol Nederlanders dat er deze zomer is geweest, ondanks dat Denemarken een (in ieder geval op dat moment) Corona veilige bestemming was.

HELSINGØR – DRAGØR, 28 mijl

Na 3 nachten Helsingør zijn we vertrokken naar Dragør. Zowaar hebben we het grootste deel van deze dag kunnen zeilen. We konden zelfs ons nieuwe stagzeil voor de eerste keer proberen. Een mooi zeil geleverd door Willem Garschagen van Ullman Sails uit Brouwershaven. Helaas nam later de wind weer af en moest de motor weer aan. De Øresundbrug is al van veraf zichtbaar en zal dat de volgende dag na ons vertrek uit Dragør ook nog lang blijven. Vanuit Dragør is het slechts 15 minuten met de bus naar de luchthaven van Kopenhagen. Lekker makkelijk voor onze dochter die na een weekje aan boord weer aan het werk en de studie moest.

Dragør is van oorsprong een vissersplaatsje wat mede door Nederlandse vissers is gesticht. Het oude centrum is mooi onderhouden en herinnert nog aan deze tijd. Later is er een enorm fort gebouwd wat de toegang tot de Øresund beheerste.

DRAGØR – RØDVIG, 25 mijl

Na afscheid te hebben genomen van Emma zijn we vertrokken naar Rodvig. Met 12 knopenwind, een halvewindse koers voor de eerste 15 mijl en een waterig zonnetje een prima start. Halverwege Rodvig passeer je Stevns Klint. Deze schitterende kust staat op de Unesco Werelderfgoedlijst. Rodvig is een visserijhaven en uitvalsbasis voor de offshore windmolenparken. In oude visloodsen zitten nu een aantal workshops en galleries die helaas (buiten het seizoen) beperkt open bleken. Het plaatsje zelf is niet erg spectaculair met één supermarkt en een paar restaurants. Vlak na aankomst barsten er met regelmaat flinke regenbuien los afgewisseld met veel zon en hitte. Een voorbode voor een dag met veel onweer, regen en wind. We besloten hier in ieder geval 2 nachten te blijven. Na het nemen van dit besluit werd het tijd voor de lunch. We kwamen terecht bij het Rødvig Kro & Badehotel met een mooie smørebrød-kaart. Een aanrader!

Onderweg terug naar de haven passeerden we het Rødvig Skibsmotormuseum (www.skibsmotor.dk). Uiteraard kon ik een bezoek hieraan niet voorbij laten gaan (Annette overigens zonder veel moeite wel). Ik bleek de enige bezoeker. Bij binnenkomst een aantal rijen scheepsmotoren variërend van benzine tot diesel, groot tot klein en oud tot nieuw (nou ja, tot jaren 70 van de vorige eeuw). Vanwege de beperkte beschrijvingen moet je zelf wel over een beetje motorkennis en fantasie beschikken om het verhaal bij elke motor te bedenken maar voor een oude machinist of WTK-er natuurlijk een must om te bezoeken. Zowaar werd er speciaal voor mij nog een oude diesel opgestart. Eerst met een enorme brander voorverwarmt en daarna met perslucht aan het draaien gebracht. Dit heeft me waarschijnlijk een aantal levensjaren gekost aangezien de uitlaatgassen vooral in het gebouw bleven hangen inplaats van via wat oude pijpen naar buiten te worden geblazen.

RØDVIG – STUBBEKØBING, 40 mijl

Na een onstuimige dag waarbij het, door de buien, vooral binnen zitten was, bleek het ook de dag daarna nog niet ideaal. In de loop van de ochtend trok de regen weg en nam de wind wat af waarop we besloten te vertrekken. Onze bestemming Stubbekøbing. Een tochtje van zo’n 40 mijl. De eerste 18 mijl met een bakstag windje variërend van 10 tot 15 knopen met af en toe een bui. Volgens de voorspellingen zou de wind nog wat krimpen en afnemen . De hele route leek bezeild en met af en toe een buitje beloofde ook de rest van de dag best aardig te worden. Helaas, niets was minder waar. Na de middag bleek de wind te ruimen en toe toenemen tot 22-26 knopen en af en toe een bui bleek een bui van ruim 3 uren te zijn met een een zicht van ca. een kwart mijl. Dus het werd aan de wind, op de tast, hakken. De zee daar ter plaatse is vrij ondiep waardoor de golven snel hoog en stijl werden en we ons in combinatie met de regen een duikboot waanden. Een mijl of vier voor onze bestemming viel de wind weg en werd het droog. De volgende dag eerst een beetje uitgerust, de was van de afgelopen weken weggewerkt en de voorraden aan boord aangevuld. In de middag een bezoekje gepland aan het motorfietsenmuseum maar dat bleek (wederom buiten het seizoen….) alleen op dinsdag en zaterdag geopend.

STUBBEKØBING – SPODSBJERG, 45 mijl

De volgende ochtend begint met mooi weer en de temperatuur loopt al snel op tot boven de 25 graden. Als we vertrekken is er weinig wind en kiezen we ervoor om motor-zeilend van start te gaan. De bestemming is Spodsbjerg als laatste tussenstop voor het Noord-Oostzeekanaal. Uiteindelijk werd het een afwisselende dag met bewolking, onweer, zon en variabele windsterkte. Eigenlijk best een mooie zeildag. Vooral in de ochtend ontstonden er vaak flinke onweersbuien die we gelukkig steeds net wisten te ontwijken. Het laatste stuk richting Spodsbjerg vaar je parallel aan de drukke scheepvaartroute van Kiel en Rostock richting de Grote Belt vice versa. Na een lange dag kwamen we begin van de avond aan. Een poging om onze dieseltank te vullen mislukte doordat er alleen bij een automaat met papiergeld betaald kon worden. Gelukkig hadden we nog 2 tankjes met in totaal 40 liter diesel anders waren we de volgende dag op dieseldamp richting Kiel vertrokken…..

SPODSBJERG – STRANDE, 40 mijl

En weer een warme, windstille dag. Niet eens de moeite genomen om te proberen te zeilen. Gewoon de motor aan, stuurautomaat met 2 waypoints en genieten van de zon en het laatste uitzicht op Denemarken. Je kunt merken dat we weer in een drukker bevolkt deel van de wereld zijn. Veel jachtjes en scheepvaartverkeer van en naar het Noord-Oostzee Kanaal. Aangezien we geen bezoek aan Kiel gepland hadden was ons enige criterium voor een haven dat er getankt moest kunnen. Zodoende eindigden we in Strande. Een prima jachthaven vlak naast de oude Olympische haven van Kiel. Bij de “tankstelle” werden we opgevangen door de bijzondere aardige uitbater hiervan. Lijntjes werden aangepakt en vastgelegd en het tanken werd voor je gedaan. Toen de rubberen ring van de tankdop het begaf werd er snel een nieuwe geregeld en in het vet gezet zodat de tank weer goed was afgesloten en dat alles zonder zelf een vinger te hoeven uitsteken.

Vervolgens een plekje gezocht in de overvolle haven. We bleken de laatste vrije box te hebben.

Het was zondag en een week voor de start van de Kieler Woche. Een enorme drukte op zowel het water als de wal met teams die zich op de wedstrijden voorbereidden. Na de rust in Denemarken was het toch ook weer fijn om meer bedrijvigheid om ons heen te hebben. ’s Avonds een hapje gegeten op het terras van de jachtclub. Gelukkig was het mooi weer want voor het eten hoef je er niet naartoe….. Vervolgens vroeg te kooi want we hadden ons op aanraden van de havenmeester voorgenomen vroeg bij de sluizen in Holtenau te zijn. Een dag eerder had een tanker zich in een van de sluisdeuren geboord waardoor er nog maar één sluis in gebruik was en de wachttijden waren langer dan normaal. Overigens is de doorvaart door het kanaal tot 31 december dit jaar gratis. Dus je kunt bij aankomst direct richting de sluizen zonder een bezoek aan de betaalautomaten bij Holtenau.

NORD-OSTSEE KANAL, 54 mijl

Omdat de weersvoorspellingen voor de Duitse Bocht er de komende periode niet goed uitzag besloten we het kanaal zonder tussenstop te doen. Het was maandag en de laatste kans voor een comfortabele overtocht door de Duitse Bocht was tot woensdagmiddag. Even aanpoten dus. Bij zonsopgang vertrokken we uit Strande naar de sluizen bij Holtenau. Ondanks het vroeg uur lagen er al vier andere jachten te wachten. We waren al voorbereid op een wat langere wachttijd. Deze bleek uiteindelijk meer dan 3 uren te zijn! Het aanbod van beroepsvaart het kanaal in was klein en tot onze verbazing ging de sluis leeg terug na een paar schepen vanuit het kanaal te hebben doorgelaten. Er wordt niet geschut voor uitsluitend jachten (rare jongens die Duitsers…). Wachten dus op aanbod vanaf de Oostzee. Uiteindelijk lagen er vijf zeeschepen klaar om het kanaal op te gaan. Het aantal wachtende jachten was inmiddels gestegen tot een stuk vijftien en het beloofde dringen te worden. Gelukkig was het laatste zeeschip een kleine coaster met laag vrijboord en was het toegestaan hierbij langszij te gaan. Blijkbaar vonden de meeste jachten dit niet aantrekkelijk, lagen liever zes dik tegen een smal balkje aan, dus gas erop en als eerste naar binnen en comfortabel afmeren naast de coaster.

Het schutten verliep verder snel en probleemloos en korte tijd later voeren we op het “Kielerkanaal”. In het begin is het kanaal afwisselend. Glooiende oevers afgewisseld met industrie en regelmatig een passerend zeeschip. Later is het vooral saai. Het landschap wordt minder afwisselend en het geronk van de motor gaat vervelen. Gelukkig was het wederom prachtig windstil weer. Moet er niet aan denken om hier een dag met regen en veel wind door te moeten brengen. Onze conclusie: Je moet het een keer hebben gedaan maar voor ons geen volgende keer.

Om zes uur in de avond leggen we aan in het kleine haventje van Brunsbüttel. De, ook hier, lange wachttijd voor de sluis en het onaanlokkelijke idee een groot deel van de Elbe in het donker te moeten varen naar Cuxhaven maakte dit tot een makkelijk besluit. Ondanks dat dit betekende dat we de volgende dag moesten beginnen met stroom tegen op de Elbe.

BRUNSBÜTTEL – DELFZIJL, 125 mijl

Toen we plannen begonnen te maken voor deze tocht hadden we al vrij snel besloten om (gewoon omdat het kan…) de staande mast route door noord Nederland te varen. Dus na Brunsbüttel is onze volgende bestemming Delfzijl. Een tocht van 125 mijl door de Duitse Bocht. Er was een oostenwind van zo’n 8 knopen voorspeld. Na zo’n tweeënhalf uur wachten waren we door de sluizen en voeren we de Elbe op. Op de Elbe nam de wind toe tot zo’n 15 knopen uit het noordoosten waardoor we, met de sterke ebstroom in de rug, met een gangetje van 12 knopen over de grond naar buiten spoelden. Daarna was het bijna plat voor de wind richting Nederland. De wind was net te weinig om comfortabel te kunnen zeilen en met stroom tegen in de nacht werd het een onrustig tochtje met de motor bij. In het ankergebied bij de monding van de Weser en de Jade vlak voor het oversteken van de vaargeul besloot de AIS er mee te stoppen om pas bij Borkum weer tot leven te komen. Een mooi moment om mijn radarplot kennis weer eens bij te spijkeren. Naast wat vrachtschepen werd het later op de nacht ook behoorlijk druk met vissersschepen waarvan het gedrag slecht voorspelbaar is. Dus opletten geblazen! Nadat de wacht van Annette erop zat werd ik om 6 uur weer gewekt. Het werd inmiddels licht en Borkum kwam in zicht dus tijd om de koers meer zuidelijk te verleggen. Nog zo’n vier uren te gaan tot de havenmonding van Delfzijl. Met Rottumeroog aan stuurboord en de beginnende vloedstroom in de rug zaten we al snel op de Eems. Niet het meest mooie en spannende natuurgebied. Vooral aan de Nederlandse kant wordt de horizon als snel beheerst door de industrie en energiecentrales bij Eemshaven. Door de flinke getijstroom is het water modderbruin tussen de platen en is er weinig leven te vinden. Vlak voor Delfzijl duikt er toch nog een bruinvis op naast de boot. Het is mij een raadsel hoe die zich zonder enig zicht in dit water oriënteert en zijn voedsel vindt.

Om half 11 varen we de havenmonding van Delfzijl binnen. Het kanaal wordt gedomineerd door chemische industrie en het stinkt er naar gesmolten plastic. Welkom in de moderne wereld! We besluiten de jachthaven van Delfzijl aan het einde van het kanaal binnen te lopen die tot het laatste moment aan het oog wordt onttrokken door de droogdokken van Niestern-Sander. We leggen aan aan de passantensteiger en blikken terug op een mooie tocht!

Het Limfjord

8 augustus – 16 augustus

Het Limfjord is een ca. 100 km lange verbinding dwars door Denemarken van Thyboron aan de Noordzee tot Hals aan het Kattegat. Anders dan de naam doet vermoeden is het Limfjord geen miljoenen jaren geleden uitgesleten fjord met steile wanden maar een aaneenschakeling van meren. Pas in de 19e eeuw ontstond tijdens een storm een doorbraak in de duinen bij Thyboron waardoor een doorgaande waterweg door Jutland. Het Limfjord is grotendeels erg ondiep maar de bredere meren zijn goed bezeilbaar. Op andere plekken is het bijzonder ondiep en ben je met een zeiljacht al gauw beperkt tot betonde geulen. Het is dus regelmatig motoren maar dat maakt het fjord niet minder interessant. Er zijn veel leuke plaatsjes, eilandjes en ankerplekken die de moeite van het bezoeken waard zijn.

Onze eerste stop was Lemvig. Een klein stadje waar de eerste bewoning al in de bronstijd is geweest. Het was voorheen een vissers- en handelshaven. De visserij is er nog op kleine schaal aanwezig maar de haven wordt nu vooral bevolkt door zeil- en motorjachtjes. Rondom de haven zijn er veel restaurants en cafeetjes en het is slechts een korte wandeling naar het oude centrum. Alles wat je na een langere oversteek nodig hebt is in de directe omgeving van de haven te vinden. De haven zelf biedt goede beschutting en prima faciliteiten. In mijn onbekendheid met Denemarken ging ik op zoek naar de havenmeester. Net buiten de haven kan je op ca. 3 meter diepte ook prima ankeren. Vlak bij de haven is het Lemvig museum en dit is het startpunt voor een wandelroute langs het fjord richting Thyboron. Het “Planeten pad” leidt langs alle planeten uit ons zonnestelsel die op schaalgrootte ten opzicht van de aarde op paaltjes zijn geplaatst die uiteraard ook weer op de juiste schaal de afstand ten opzichte van de aarde weergeven. Los van of je het interessant vindt of niet vonden wij het een leuke wandeling met als tussenstop Lemvig Marina waar we hoopten op een lekkere lunch. Het restaurant was er maar zoals op zoveel plekken alleen open tijdens het hoogseizoen en dat eindigt hier op 1 augustus dus dorstig en hongerig de terugweg aanvaard. Uiteindelijk niet verkeerd uitgepakt want die eindigde met een uitstekende hamburger en prima ‘biertje’ van 3/4 liter op een terrasje bij de haven.

Uiteindelijk zijn we twee nachten in Lemvig gebleven. Daarna zijn we vertrokken naar Nykøbing op het eiland Mors waar Teun en Trudy aan boord zouden komen om mee te varen tot Aalborg. Van Lemvig naar Nykøbing passeer je een tweetal bruggen. De eerste, de Odde Sund brug, is een bascule brug met beperkte doorvaarthoogte. De brug draait in principe elk half uur. De openingstijd wordt op een groot display op het brugwachtershuis aangegeven. Om kenbaar te maken dat je de brug wilt passeren dien je de, blauw-wit geblokte, N-vlag in het bakboordwant te voeren. Oproepen via de marifoon heeft bij ons bij geen enkele brug tot een reactie geleid. De 2e brug is een 26 meter hoge verkeersbrug vlak voor Nykøbing. Een groot deel van de dag hadden we een stevige oostenwind pal tegen dus was het wederom motoren. Geen straf want het geeft je de mogelijkheid te genieten van het afwisselende landschap wat het fjord je biedt.

Nykøbing is een vrij jong stadje wat na een kort visserij bestaan is geïndustrialiseerd. Je bereikt de jachthaven via een gebaggerd geultje met aan de rechterzijde wat industriële activiteiten. Aangekomen in de jachthavens in Denemarken is het gebruikelijk om een vrije box, gemarkeerd met groen bordje, te kiezen. Je hoeft dus niet eerst op zoek naar een havenmeester, die we overigens ook nergens gezien hebben, om een plekje te bemachtigen. Daarna reken je af bij een automaat waaruit je in de meeste gevallen ook een chipcard haalt welke je toegang geeft tot het sanitair en waarmee je het elektra op de steiger activeert. In Nykøbing is er bovendien op alle boxen aangegeven hoe breed ze zijn. Best handig want de boxen zijn erg lang waardoor het inschatten van de juiste breedte een stuk lastiger is. Zorg dat je lange achterlijnen hebt en breng ze gekruist aan anders dweil je de hele dag door je box. Wij vonden een nachtje Nykøbing wel voldoende en na een bezoek aan de supermarkt en de geweldige slager/traiteur bij de haven zijn we vertrokken voor een mooi zeiltochtje over een van de bredere stukken van het fjord naar het eilandje Livø.

De afstand Nykøbing-Livø is bij een beetje gunstige wind zo’n 16 mijl. Zoals gebruikelijk tot nu toe is het óf windstil óf wind tegen. In dit geval het laatste, maar met zo’n 10 knopen wind en een lekker zonnetje werd het een mooi zeiltochtje van uiteindelijk zo’n 25 mijl. Livø is een klein eiland van zo’n 300 hectare en is met 10 bewoners niet echt dichtbevolkt. Het eiland is beschermd gebied en toegankelijk tussen 1 april en 1 september. Het biedt, naast een klein haventje, een camping, een boerderij en een aantal gebouwen uit de tijd dat het eiland een plek was waar criminelen en mensen met een psychische aandoening werden ondergebracht. Deze gebouwen worden nu gebruikt voor groepsaccommodatie, theater en een “kro” (kroeg/restaurant). Het haventje is gratis en beschikt over douches, toiletten en elektriciteit en water op de kade. Toen wij aankwamen was er nog net voldoende plaats om Janjorem te parkeren. ’s Avonds de BBQ aangestoken en genoten van de spullen van de slager uit Nykøbing. Door het ontbreken van verlichting in de wijde omtrek van de haven was het echt donker en zie je pas goed wat het heelal aan sterren(stelsels) te bieden heeft. De volgende dag het eiland verder bekeken en ’s avonds gegeten wat de pot schaft in de “kro”. Normaliter is er in deze week in augustus het Livø Jazz Festival maar zoals zoveel evenementen dit jaar helaas niet. Wij komen er graag nog een keer voor terug. Een meer relaxte plek is nauwelijks denkbaar.

Na een zonnig ontbijt is het tijd om te vertrekken. Geen straf want het is inmiddels behoorlijk warm en wellicht biedt het varen enige verkoeling. Niet dus…. wederom geen zuchtje wind en dus motor aan naar het 25 mijl verder gelegen Nibe. Direct na Livø gaat het brede meer over in een smalle geul. Even niet opletten en je zit buiten de geul in 60 cm diep water en dus vast. In dit traject ligt 1 basculebrug die op het hele uur opent. Tenminste, als alles meezit. Los van mijn slechte timing en planning (we arriveerden een kwartier te laat voor de opening van 11 uur) bleek de brug enig onderhoud nodig te hebben maar er werd beloofd dat de brug toch gewoon om 12 uur zou openen. En open ging hij, ruim een half uur te laat, en toch minstens een halve meter. Te weinig om er onderdoor te kunnen maar het gaf hoop op meer. Helaas sloot hij weer na allerlei slijpgeluiden weer om vervolgens ook om één uur niet open te gaan. Uiteindelijk hebben we alles bij elkaar meer dan twee uur rondgedreven alvorens de brug alsnog openging.

Alvorens Nibe te verkennen wachtte me nog een fijne klus. Inmiddels is het traditie dat de vuilwatertank elke vakantie één keer verstopt raakt. De oplossing is simpel: spring met een ontstoppingsveer in het water. Roer even flink door de uitlaatopening van de vuilwatertank en zwem dan heel hard weg. Zo ook deze keer succes verzekerd! Overigens was een duik in het water verder een heerlijke verfrissing want het was de warmste dag in Denemarken en het water was ruim boven de 20 graden. Vervolgens de inspanning afgeblust met een biertje en daarna opzoek naar een restaurant. Nibe is volgens de beschrijvingen een pittoresk vissersplaatsje en vakantiebestemming voor watersportminnende Denen. Het plekje is zeker niet onaardig maar je moet wel door wat verval heen kijken om het pittoreske te kunnen waarderen. Opvallend in de hele streek is overigens dat het in deze streek echt vaak zoeken is naar een restaurant wat open is en plek heeft. De schoolvakanties in Denemarken eindigen op 1 augustus en daarmee ook het toeristenseizoen waardoor de openingtijden blijkbaar drastisch worden teruggeschroefd. De jachthaven van Nibe is overigens prima en beschikt over alle denkbare faciliteiten m.u.v. een goede watersportartikelenwinkel. Ik weet niet waar de Denen hun spullen kopen maar het aanbod is zeer beperkt.

De volgende dag, weer windstil, vertrokken naar Aalborg. Aalborg wordt ook wel de hoofdstad van het noorden genoemd. Al sinds de Noormannen is dit het handelscentrum van het noorden en er is wat industrie waaronder een raffinaderij. Er zijn meerder jachthavens in Aalborg. Wij hebben gekozen voor een plekje bij de Aalborg Sejklub in de Vestre Badehavn. De boxen waren allemaal te smal maar we vonden een prachtig plekje op de kop van een steiger met vrijuitzicht over het fjord. Vergeleken met de voorgaande havens en plaatsjes was het hier redelijk druk zowel op de bootjes als in de restaurantjes rondom de haven. Een aanrader dus en op loopafstand van het centrum van Aalborg met veel winkeltjes en terrasjes. De wandeling naar het centrum langs het fjord leidt langs veel nieuw ontwikkelde appartementencomplexen deels in oude havengebouwen.

Voor ons vertrek op zondag naar de laatste haven, Hals, aan het Limfjord was het tijd om de voorraden aan boord aan te vullen. Vlakbij de haven is een grote supermarkt met veel verse groente, vers vlees en prima brood. Gezien het beperkte aanbod in de daarop volgende havens in Hals en Anholt een goede zet geweest.

Tussen Aalborg en Hals is er aanzienlijk meer scheepvaart. De vaargeul verbreedt zich flink en de oevers worden vlakker met op verschillende plaatsen dijken. In de buurt van Aalborg wordt het uitzicht bepaald door industrie, een enorme kolencentrale (dacht dat de Denen zo “groen” waren) en een grote fabriek voor offshore windmolens. Verderop zijn de oevers weer redelijk groen en zijn er diverse recreatieparken. Uiteraard hadden we de wind weer pal op de kop en aangezien het water zich niet erg leent voor kruisen hebben we vrijwel alles weer op de motor gevaren. Het haventje van Hals is vrij klein met een beperkt aantal passende boxen dus aangelegd aan de kade. De Denen zijn dol op BBQ-en maar zo extreem als in Hals heb ik het nog nooit gezien. Er is een compleet deels overdekt terras ingericht met grote gas BBQ’s en grote houten picnictafels. Het gebruik van dit alles is gratis mits je de boel schoon achterlaat. Hals zelf is een oud vissersplaatsje met een kleine vesting van waaruit de monding van het Limfjord kon worden verdedigd. In de omgeving van de haven zijn wat toeristenwinkeltjes en restaurantjes.

Hier eindigt de tocht door het Limfjord en onze volgende stop is……

Shakedown cruise

Na een vreemd voorjaar met alle Corona beperkingen was het er nog niet van gekomen om een langere tocht te ondernemen. Begin augustus was het zover. Op 1 augustus zijn we aan boord gegaan met als doel een rondje Denemarken. De vrijdag voor het vertrek onze nieuwe stagfok opgehaald en in het weekend nog snel de putting op het dek gemonteerd. Uiteindelijk zijn we zondag 2 augustus vertrokken voor de eerste etappe. Samen met de En Passant van Joris en zijn vriendin Lisa naar Colijnsplaat gevaren waar we uiteindelijk nog tot dinsdag zijn gebleven om de zuidwesten wind op te pakken die ons richting Denemarken zou moeten brengen.

Dinsdag 4 augustus Colijnsplaat – IJmuiden

Om half 8 zijn we vertrokken uit Colijnsplaat en na het passeren van de Roompotsluis lagen we om 9 uur te dobberen in de Oude Roompot. De wind zou in de middag naar het zuidwesten draaien maar tot die tijd was het motoren tegen 3 knopen noordenwind in. Uiteindelijk kwam de zuidwesten wind aan het einde van de middag en nam hij pas toe toen we om zeven uur in de avond IJmuiden binnen liepen. De eerste motordag op zee zat erop en helaas bleken er nog meerdere te volgen.

Woensdag 5 augustus IJmuiden – Den Helder

We worden wakker met de wind gierend langs de masten in Seaport Marina. Vlagen tot 28 knopen en zelden onder de 20. We besluiten te wachten tot na het middaguur wanneer de wind af zou nemen. Uiteindelijk vertrekken we om 13 uur met zo’n 20 knopen wind uit het zuidwesten en een ruw zeetje buiten de pieren. Met alleen de genua liepen we al snel zo’n 5-6 knopen voor de wind. Erg aangenaam was het allemaal niet en ondanks dat de wind snel in kracht af nam, bleef het een rommelig zeetje tot Den Helder waar we uiteindelijk om half 8 afmeren in de KMJC. Zin om te koken was er niet en de blauwe hap lonkte. Daarna vroeg naar bed want de volgende dag zouden we oversteken naar Thyboron zo’n 250 mijl verderop.

Donderdag 6 tot zaterdag 8 augustus Den Helder – Thyboron

De shakedown cruise gaat beginnen. Dit wordt de eerste lange tocht na alle aanpassingen aan het schip deze winter en de proof of the pudding voor windvaan, stroomvoorziening, watermaker en niet te vergeten de bemanning.

Aangezien het een meerdaagse tocht wordt hebben we gekozen om op een relaxt tijdstip te vertrekken. Stroom tegen krijg je toch dus waarom daar niet mee beginnen? Na het vullen van de watertanks en de dieseltank varen we om klokslag 10 uur de haven van Den Helder uit. De wind waait op dat moment met zo’n 8 knopen uit het zuidwesten waardoor we lekker comfortabel en vlot richting het Molengat voeren. In het Molengat werd het vrijwel plat voor het windje waardoor de snelheid terugliep tot zo’n 4 a 5 knopen. Met een lekker zonnetje in de kuip geen reden tot klagen. Het schoot weliswaar niet op maar met nog 2 dagen en nachten voor de boeg een lekker rustig begin. Uiteindelijk verschijnen Vlieland en vervolgens Terschelling en verleggen we de koers in een meer noordelijke richting voor het over steken van het verkeerscheidingsstelsel. Het is erg stil. In de verte zien we nog een tanker voorlangs gaan maar verder is er weinig te beleven. Behalve wat offshore platformen en in de verte een volgend jachtje. Na het oversteken van de TSS de koers wat noordoostelijker verlegt en genoten van prachtige zonsondergang. Anderhalf uur later komt, al even spectaculair, de maan op en is het naast erg stil door het totaal wegvallen van de wind, ook opmerkelijk licht en helder.

Op naar de oversteek van de Oost Friesland diepwaterroute richting Noord Duitsland. Ook deze keurig haaks overgestoken. De beide oversteken van de TSS-en hadden we zo gepland dat we vanaf Terschelling nagenoeg in een rechte lijn konden oversteken naar Thyboron. Daarbij de diverse windmolenparken precies westelijk passerend. Na het passeren van de diepwater route is het 1 uur en is het tijd Annette te wekken voor haar 4 uurtjes in de kuip. Aan stuurboord het laatste windmolenpark en verder geen bijzonderheden meer voor de boeg.

Om 2 uur word ik wakker van een hoop lawaai in de kuip. Schoten worden aangetrokken en een schreeuw om hulp van Annette volgt. In de kuip aangekomen blijkt de stuurautomaat een eigen leven te zijn gaan leiden en voeren we inmiddels weer terug in de richting waar we vandaan kwamen. Nu hadden we dit al een keer eerder gehad maar dat was overdag toen we beiden in de kuip waren en het allemaal net een beetje overzichtelijker was. Uiteindelijk komt dit probleem voort uit een al ruim 2 jaar voortslepend gedoe met onze kaartplotter. Waarover wellicht later meer. Na een gijp en het opnieuw invoeren van het waypoint bij Thyboron is de rust terug en kon Annette genieten van een mooie nachttocht en zonsopkomst alvorens mij tegen 6 uur uit mijn kooi te trommelen.

Begin van de ochtend is de wind gedraaid en komt nu met een kleine 3Bft. uit het zuidoosten. Eindelijk kon de motor uit en was het met een knik in de schoot lekker zeilen. Een mooi moment om de Hydrovane eens goed te gaan proberen. Dit bleek allemaal veel eenvoudiger dan verwacht en in korte tijd werd de autopilot ingeruild voor een dagje sturen op de wind. Vlak voor het vertrek hebben we aan de railing nog 2 zonnepanelen gemonteerd en na deze onder een gunstige hoek met de zon te hebben ingesteld werd de trip pas echt duurzaam.

Aangedreven door de wind in de zeilen, bestuurd door de windvaan en met stroom van de zon maakte het gevoel van vrijheid compleet. De in totaal 2 x 75Wp aan zonnepanelen was bij het uitsluitende gebruik van de navigatieapparatuur en koel-/vrieskast voldoende om de accucapaciteit op peil te houden gedurende de dag. Helaas viel aan het einde van de middag de wind volledig weg en volgde er wederom een nachtje op de motor. Ook deze nacht was de zee helder verlicht door de maan maar was het ook een stuk vochtiger en erg koud. Behalve op de AIS was er verder geen schip te zien.

Bij zonsopkomst kwam ook de kust in zicht, stak een oostelijke wind van zo’n 12 knopen op en hebben we de laatste uren tot Thyboron nog goed kunnen zeilen. Uiteindelijk liepen we op 8 augustus om precies 8 uur het Limfjord bij Thyboron binnen. Verwelkomt door een penetrante lucht van de daar gelegen visfabriek besloten we Thyboron te laten voor wat het was en door te varen naar Lemvik. Waar we om 10 uur afmeren. Binnenkort een verslag over onze tocht door het Limfjord.

Onze tuigage

Janjorem heeft een zwaar uigevoerde fractionele tuigage van Selden met standaard rolgrootzeil en rolfok. Dat rolgrootzeil was nog bijna een breekpunt in de aanschaf van het schip want als sportieve zeiler was dat voor mij (Hans) een “no go area”. Totdat ik werd overgehaald tot een proefvaart en tot de ontdekking kwam dat er hele mooie rolgrootzeilen zijn die er stukken beter bij staan dan vele standaard grootzeilen op andere toerboten. Goed gesneden, uitgebouwd en uitermate handelbaar deden mijn mening veranderen.

Natuurlijk zijn die 2 zeilen onvoldoende voor een langere periode op zee en vandaar dat we de tuigage en de zeilgarderobe flink hebben uitgebreid deze winter. Uitendelijk beschikken we nu over de volgende zeilgarderobe:

  • Grootzeil, X-drive laminaat Max Roach 44 m2 (UK Sails, de Vries)
  • Genua op furler, X-drive laminaat 38 m2 (UK Sails, de Vries)
  • Genaker, 120 m2 (North)
  • Code 0 met anti-torsiekabel in voorlijk op furler, Contender nylite 250/150, 75 m2 (Ullman Sails, Teamwork Sailmakers)
  • Werkfok met anti-torsiekabel in voorlijk op furler, dacron 9,52 oz (kotterstag), 21 m2 (Ullman Sails, Teamwork Sailmakers)

Het gebruik van een Code 0 op furler betekende dat er een sterkere valinvoer in de mast moest komen. De spinakerval bleek ongeschikt om de krachten van de furler met anti-torsiekabel op te vangen. Daarom is er een extra sheavebox en deadend in de mast gemonteerd en een dubbele dyneema val gemonteerd.

De werkfok op furler vereiste dezelfde aanpassingen als de Code 0 in de mast . Aanvullend moet ik nog een dubbele padeye van Wichard met, onderdeks, een versteviging doorgezet op het schot van de ankerbak monteren om de grote krachten bij zwaarweer op te vangen. Ik ben nog moed aan het verzamelen om de boor, op hopelijk de juiste plek, in het dek te zetten. Inmiddels is de mast ook voorzien van dyneema bakstagen die het pompen van de mast bij het gebruik van de werkfok moeten voorkomen. We hebben gekozen voor een anti-torsiekabel in het voorlijk om een permanent stalen kotterstag te vermijden.

Met de 2 extra vallen is er niet genoeg ruimte om alles naar de kuip te voeren en om het feestje compleet te maken hebben we daarom een extra lier (Andersen ST40) en stopper op de mast gemonteerd.

Een weekje doorpakken.

Begin maart hebben we een vakantiewoning gehuurd om zoveel mogelijk zaken af te ronden. Tot dan toe beperkte het klussen zich tot het weekeinde. Aangezien een dag klussen ook ruim 2 uren aan reistijd met zich meebracht, was de efficiency niet optimaal. Het huisje lag op 3 minuten rijden van de boot waardoor we dagelijks 8 uur hebben kunnen klussen. Hierdoor zijn we lekker opgeschoten met enkele grote en veel kleine klusjes.

Afronden elektrische installatie

De elektrische installatie was al grotendeels klaar maar de afwerking van het interieur met ombouw van de extra accu’s was nog een uitdagend klusje. Daarnaast moest de bracket voor de 2e dynamo nog worden gemaakt en gepast. Een precisieklusje wat goed is uitgepakt. Nu maar afwachten wat de invloed van de tweede dynamo op het brandstofverbruik en voortstuwing is…

Ons schip is, vinden wij, erg mooi afgewerkt en het streven was om dit geen geweld aan te doen met amateuristisch gepruts om de accu’s weg te werken. Naast vorm was ook de kleur van belang. eigenlijk is het een “uitbouw” aan de bestaande electraruimte. Het bestaande luik hiervan hebben we herbruikt in de nieuwe omkasting en eronder hebben we een extra bergruimte in de bilge gerealiseerd. Het resultaat mag er zijn vind ik:

Inbouwen watermaker

Inmiddels zit ook de watermaker erin. We hebben gekozen voor de Schenker Zen 30. Dit is een compacte watermaker die bovendien relatief weinig energie verbruikt. De opbrengst van 30 liter/uur is voor ons ruim voldoende. Aangezien ruimte aan boord schaars is heb ik gezocht naar een plek met minimaal ruimtebeslag in de zeilenberging. Uiteindelijk is het gelukt om het hele ding inclusief de filters zo in te bouwen dat er geen nuttige ruimte aan hoefde te worden opgeofferd. De inbouw van de watermaker zelf is weliswaar niet erg ingewikkeld maar zoals gewoonlijk kun je overal moeilijk bij om de huiddoorvoer, slangen en filters netjes te monteren. Uiteindelijk zit alles netjes op zijn plaats. Nu maar hopen dat er bij de eerste test na de te waterlating niets lekt….

Installatie windvaanbesturing

De volgende klus was het monteren van de Hydrovane windvaanbesturing. Een vreselijk zwaar en volumineus ding. Op zich lijkt het in elkaar zetten een peuleschil. Maar toen ik begon kwam ik erachter dat het verrekt lastig is om op een schip, dat ook nog eens niet waterpas op de bok staat, iets te monteren dat zo goed mogelijk parallel moet lopen aan roer en kiel. Kortom veel meetwerk vanuit verschillende punten voordat uiteindelijk de boormachine in onze mooie spiegel wordt gezet. Om krassen van het metaal in de spiegel tijdens de montage te voorkomen is de spiegel eerst op de montageplaatsen voorzien van een laag schilderstape. Ook bleek het lastig om ook aan de binnenkant van de romp de juiste plaatsen bereikbaar te maken. Dit betekende bijvoorbeeld dat er een luikje gezaagd moest worden in het strakke plafond van onze hut. Om niet direct met de zware stalen buizen aan de slag te moeten tijdens het monteren van de bevestigingssteunen op de romp hebben we eerst gebruik gemaakt van plastic buizen voor het exact bepalen van de boorgaten en de definitieve lengte van het buizenframe.

Het wachten is nu nog op een beetje warmer weer om het onderwaterschip te voorzien van een paar lagen epoxy en antifouling. Saildrive en boegschroef(tunnel) zijn inmiddels voorzien van een laag Silic One. Vorig jaar had ik deze al getest op de boegschroef zelf met een uitstekend resultaat. Het groeit wel een beetje aan maar een keer de schroef laten draaien en alle aangroei vliegt eraf. Vanwege de siliconen vind ik dit niet zo’n geweldige oplossing voor de rest van de romp want als de werking tegenvalt is het niet overschilderbaar met een ander middel en wordt het goed verwijderen van de siliconen een zware klus.

Als de Corona perikelen geen roet in het eten gooien hopen we in de loop van april weer te water te gaan. Daarna kunnen we op ons gemak aan de slag met het plaatsen van de zonnepanelen en het aanbrengen van de putting voor het kotterstag. In augustus gaan we op vakantie en kunnen we alle nieuwe spullen eens goed in de praktijk aan de tand voelen en waar nodig verbeteren.

Verbeteren stroomvoorziening

Niet dat er iets mis was met de installatie aan boord hoor. C-Yacht heeft een bijzonder net afgewerkte installatie afgeleverd met best een aardige hoeveelheid standaard accucapaciteit, voor een lange vakantie…. Maar dat is nog iets anders dan 2 jaar op je boot wonen en reizen met vaak niet de mogelijkheid om even een nachtje aan de walstroom je accu’s vol te tanken. Toen we begonnen aan onze plannen was een van de uitgangspunten dat we geen gezeur met electriciteit aan boord willen. Luxe dieren als we zijn, willen we lekker een blogje kunnen maken op de laptop of als je ’s nachts tijdens een wachtje even wilt snacken gewoon de magnetron kunnen gebruiken. Kortom, niet op een ampèretje meer of minder hoeven letten is gewoon lekker! Daarom hebben we (lees: Hans) veel tijd besteed aan het bedenken en inbouwen van een robuust systeem met veel accucapaciteit waarbij het uitgangspunt is om zoveel mogelijk gebruik te maken van duurzame zonneenergie om stroom op te wekken. Een voorwaarde hierbij is voldoende buffercapaciteit om zonarme dagen en nachten goed op te kunnen opvangen zonder dat je fossiel moet gaan bijstoken. Vandaar onze flinke investering in een behoorlijk groot pakket lithiumaccu’s.

Als je niet van techniek houdt kun je de rest van dit blog rustig overslaan. De afgelopen weken waren namelijk vooral gevuld met het vervangen van bekabeling, apparatuur en aanpassen van de motor.

Deze week hebben we de verbeteringen voltooid aan de elektrische installatie. De oorspronkelijke 400Ah aan loodaccu’s zijn vervangen door in totaal 800Ah aan lithiumionaccu’s. Om de accu’s optimaal en veilig te kunnen gebruiken vergt dit een behoorlijke aanpassing en uitbreiding aan de bekabeling, de beveiliging en de oplaadapparatuur. Dus dikkere kabels (50 mm2) aangebracht, extra smeltveiligheden en twee beveiligingsrelais geplaatst, de motor aangepast met een tweede dynamo, een 60A MPPT regelaar voor de zonnepanelen geplaatst en een nieuw monitor- en bedieningspaneel voor de stroomvoorziening.

En passent ook nog een ander probleempje opgelost. De bestaande dynamo op onze motor had regelmatig last van een slippende V-snaar. Een veel voorkomend kwaaltje bij Yanmar’s uit de 4JH4 serie. Omdat ik toch een extra pulley moest monteren voor de 2e dynamo ook maar gelijk de pulleys op de bestaande dynamo, waterpomp en krukas vervangen door multi groove pulleys en bijbehorende snaren. Hiermee wordt het contact oppervlak tussen de pulley en snaar behoorlijk vergroot waardoor de kans op slippen kleiner wordt. Bijkomend voordeel is dat de snaarspanning daardoor ook een stuk minder kan zijn en daardoor de lagers van de waterpomp en dynamo minder slijten. Wat jammer is, is dat er geen bracket meer leverbaar is voor de tweede dynamo. Dus deze is elektrisch gezien klaar maar er volgt nog een mechanisch klusje om deze op de juiste wijze op het blok te monteren.

Na het zorgvuldig controleren van de nieuwe bekabeling op aansluitfouten, kortsluitingen en andere problemen kon met behulp van de bijbehorende software de beveiliging worden getest en de juiste instellingen voor het laden en beveiligen van de accu’s worden ingesteld in de dynamo, lader/omvormer en MPPT regelaar. Dit was nog een leuk uitzoek klusje want de configuratiesoftware is niet bepaald “self explaining” en de commando’s nagenoeg niet beschreven. Met enige hulp van de leverancier is dit echter prima gelukt.

Uiteindelijk resteert binnen nog een klein beetje werk in het netjes wegwerken van een aantal kabels en het inmeten en maken van een bracket voor de tweede dynamo maar daar lig ik na alle andere aanpassingen niet meer van wakker….. Aan dek moeten de zonnenpanelen nog worden geplaatst maar dat kan prima als de boot weer in het water ligt. Dat geeft ook nog wat tijd om na te denken over hoe we deze gaan monteren. Wordt het een foeilelijke maar effectieve brug op het achterdek of een minder efficiente maar esthetisch mooiere oplossing door ze te monteren aan de zeereling? En gaan we nu wel of geen windgenerator installeren? Suggesties en argumenten voor of tegen de verschillende oplossingen zijn welkom!

Klussen

Inmiddels is het onderwaterschip ontdaan van vele oude lagen antifouling en zorgvuldig geschuurd (met dank aan Joris en Rik) en de mast verlost van in onbruik geraakte onderdelen, de antennesteun vervangen en een nieuw led toplicht geplaatst.

Voorlopig is het, ondanks dat we comfortabel binnen staan, te koud om nieuwe Gelshield en antifouling aan te brengen. We hopen dit in april te doen we en dan weer te water te kunnen. De komende maanden hebben we dan mooi de tijd voor het vervangen van bestaande en aanbrengen van aanvullende onderdelen. Daarom deze week alle spullen besteld voor het aanpassen van de stroomvoorziening en het installeren van de watermaker en de windvaanbesturing. De bedoeling is de inbouw hiervan deze winter af te ronden zodat we deze nog een seizoen kunnen gebruiken en testen voordat we echt vertrekken.

Voor de watermaker is de keuze gevallen op de Schenker Zen30. De belangrijkste overwegingen voor de aanschaf hiervan waren dat het een compact apparaat is met een laag stroomverbruik. De opbrengst van max. 30 liter per uur lijkt ons ruim voldoende voor een tweekoppige bemanning.

De windvaanbesturing wordt de Hydrovane. Een belangrijke reden voor deze keuze is dat we een middenkuiper hebben en vrijwel alle andere windvaanbesturingen lange lijnen tussen de windvaan en het stuurwiel nodig hebben om te kunnen sturen. Dit soort potentiële struikeldraden hebben we liever niet aan boord. De constructie van de Hydrovane is nogal zwaar maar het voordeel is wel dat het apparaat bijzonder degelijk is en tegelijkertijd ook als noodroer kan dienen. Last but not least waren de reacties van ervaren Hydrovane gebruikers over het algemeen lovend over de kwaliteit en de werking, zowel bij veel als bij weinig wind. Ook hebben we erover nagedacht om uitsluitend gebruik te maken van de elektrische stuurautomaat maar zowel vanuit betrouwbaarheid- als energieoverwegingen leek ons dit geen goede keuze.

De belangrijkste aanpassingen aan de elektrische installatie zijn het vervangen van de conventionele loodzuuraccu’s door lithiumaccu’s (LiFePO4 ) en het plaatsen van een zwaardere dynamo aangevuld met circa 900 Wp aan zonnepanelen. Hiermee hebben we ruim voldoende energie beschikbaar om ook tijdens langere oversteken niet op een watt-je meer of minder gebruik te hoeven letten.

De voorbereiding

In 2018 zijn we opzoek gegaan naar een schip dat voldoet aan onze eisen voor het gebruik met een kleine bemanning, degelijk en comfortabel is. Uiteindelijk is onze keuze gevallen op een C-Yacht 1250. Net als onze voorgaande schepen hebben we deze weer JanJorem genoemd. De komende tijd gaan we het schip voorzien van de noodzakelijke spullen voor een langere reis en zaken aanpassen die naar ons idee beter of anders kunnen om ons veilig en betrouwbaar te vervoeren.

Deze winter gebruiken we om, naast de jaarlijkse zaken, grootonderhoud te doen aan de tuigage, het teakdek en het onderwaterschip.

Ook doen we de voorbereidende werkzaamheden voor het installeren van de watermaker (huiddoorvoer en afsluiter), SSB (aardplaat en achterstag isolatoren) en windvaanbesturing. Afgelopen zomervakantie hebben we de electronica en elektrische installatie al opgeknapt wat vooral bestond uit het verwijderen van overtollige bedrading en in onbruik geraakte apparatuur. Ik houd van eenvoud en overzichtelijkheid in installaties. Het voorkomt ellende en mocht er onverhoopts iets voordoen dan is de oplossing snel gevonden.