St. Vincent and the Grenadines

Ga je nu nog een keer ons blog bijwerken? Annette wordt ongeduldig. Mijn laatste update was over Grenada en Carriacou en inmiddels zijn we de halve Carieb door getrokken, staat de boot al 2 maanden op de kant in Curacao en hebben wij er inmiddels in Nederland al 2 verhuizingen op zitten en tientallen bezoekjes aan en van familie, vrienden en relaties uit ons werkende bestaan. Hoogste tijd dus om onze belevenissen in de Carieb op te schrijven voordat we weer vertrekken op zoek naar nieuwe avonturen.

Na een mooie tijd in Grenada en Carriacou zijn we vertrokken naar St. Vincent and the Grenadines (SVG). Dit zijn werkelijk pareltjes in de oceaan. Het hoofdeiland St. Vincent wordt gedomineerd door een grote vulkaan die wordt omringd door regenwoud. De Grenadines zijn een verzameling kleinere eilanden minder hoog en droger dan St. Vincent maar met mooie stranden en een blauwe zee. De dorpjes zijn klein en je vindt er leuke Caraïbische caféetjes en restaurantjes. Fruit is er in overvloed maar de keuze in groente is beperkt en naast veel verse vis en kreeft is de vleeskeuze beperkt tot vooral veel kip. Voor het overige kun je terecht in kleine lokale supermarktjes met een beperkte keuze en naar Nederlandse begrippen hoge prijzen. Gelukkig hadden we behoorlijk ingekocht in Suriname en de voorraad nog wat kunnen aanvullen op Grenada.

We komen aan in Clifton op  Union Island waar we moeten inklaren voor ons verblijf in SVG. De haven van Clifton bestaat uit een kleine steiger voor het tanken van water en diesel en een beperkt aantal (dure) ligplaatsen en een mooie ankerbaai. Waren we tot nu toe gewend te ankeren in beschutte baaitjes, hier is dat anders. We nemen een mooring in een open baai met een rif als beschutting tegen de golven. We liggen op de eerste rij achter het rif met een mooi vrij uitzicht op de oceaan en een verkoelend windje door boot en kuip. Voor ons schieten de kitesurfers heen en weer. Opgejaagd door 20 knopen wind en over het spiegelgladde water achter het rif. Na het opruimen van de boot gaat de dinghy te water voor een eerste bezoek aan het eiland. In tegenstelling tot onze eerdere ervaringen ga je hier niet zelf naar immigration en customs maar meld je je bij een agent in het Bougainville Hotel. Hier laat je je bootpapieren en paspoorten achter, betaal je ca. $ 100,- en haal je ze een paar uur later samen met je inklaringsbewijs en cruising permit weer op. Toch een beetje spannend om je spullen zomaar achter te laten…

In afwachting van onze papieren genieten we van een prima lunch in het Bougainville Restaurant en verkennen we Clifton. Het blijkt een leuk plaatsje met veel kleurige restaurantjes en een centraal gelegen groente- en fruitmarkt. Papaya’s, mango’s, ananas, soursop (zuurzak) etc. in overvloed. We kopen flink in en schrikken vervolgens van de prijs. Het is duidelijk dat ze hier hebben begrepen dat toerisme geld oplevert en de prijzen zijn hier dan ook op aangepast. Hetzelfde blijkt later te gelden voor het tanken van drinkwater en diesel .

We blijven een aantal dagen in Clifton, genieten van onze mooie ligplaats, wandelen wat over het eiland en gaan voor een sundowner naar Happy Island. Dit is een klein kunstmatig eilandje aan het eind van het rif met daarop een bar en restaurant met een fantastisch uitzicht over het water naar Clifton, Tobago Keys en Palm Island.

Een kleine 5 mijl verderop ligt naar Mayreau. Met 18 knopen wind in de rug zijn we er in een klein uurtje zeilen. We ankeren in Saline Bay. Het is er, naar Caraïbische maatstaven, vrij rustig. Er liggen zo’n 15 boten en we zoeken een mooi plekje in de beschutting van de heuvels rond de baai. Voor ons ligt een mooi wit strand met een piertje voor de dinghy. Vanaf het strand loopt er een weg door het dorpje naar het hoogste punt van het eiland vanwaar je een mooi uitzicht hebt op Tobago Keys.

Een paar dagen na ons arriveren Reg en Susan met de Misty Blue. We hadden hen eerder ontmoet aan de Algarve en Grenada. Altijd leuk om weer bekenden tegen te komen. We genieten van een lekker visje van de BBQ bij hen aan boord en wisselen onze ervaringen en verdere plannen uit. Zij zijn weer onderweg terug naar Grenada voor reparatie van de watermaker en onderhoud aan het onderwaterschip en gaan daarna door naar Curaçao. We blijken dezelfde plannen te hebben om het orkaanseizoen door te komen en zullen elkaar dan ook op Curaçao weer tegen komen.

Mayreau is niet groot en wandelend kun je het hele eiland goed verkennen. Aan de oostkant van het eiland liggen een paar kleine rustige strandjes met een leuke beach bar, The Ranch Escapade, met uitzicht op het rif en Tobago Cays en prima cocktails. Als je een beetje lef hebt kun je er ook ankeren. Je ligt er wel in de, meest, stevige wind maar door het rif wel beschut voor de golven. De toegang is echter tussen onbeboeide doorgangen in het rif. Opletten dus!

De laatste avond op Mayreau besluiten we uiteten te gaan in het dorpje. De meeste restaurantjes zien er verlaten uit en dat maakt kiezen moeilijk. Uiteindelijk besluiten we om het eerste restaurant bergopwaarts te kiezen. Dit is D-View Sports Bar and Restaurant. We zijn de enige gasten en besluiten alle vier voor hetzelfde gerecht te kiezen om het de kok/eigenaar niet al te moeilijk te maken. Het werd een heerlijke red snapper met rijst, aardappeltjes en knapperige groente. Een aanrader voor iedereen die in Saline Bay ankert. Laat je niet afschrikken door het lege restaurant want het eten is uitstekend en niet duur.

Door problemen met de watermaker besluiten we niet direct door te gaan naar Tobago Cays maar eerst terug te keren naar Union Island om beide watertanks te vullen. Bovendien is de benzine van de buitenboordmotor bijna op dus die kunnen we dan ook gelijk bijvullen. Als we aankomen bij Union Island worden we opgevangen door een van de boat boys. Doordat het erg vol ligt zouden we ver naar buiten moeten ankeren dus laten we ons begeleiden naar een mooring vlakbij het dinghy dock. De mooring prijzen zijn redelijk en het is nu een korte dinghy trip om aan de wal te komen. Handig voor de boodschappen en we worden een stuk minder nat dan vanaf de ankerplaats verder naar buiten.

De volgende ochtend vullen we de watertanks aan de steiger en rekenen voor 250 liter water $ 50 af! Maar goed, zonder water naar Tobago Cays is geen optie dus we bedanken onze vriend met de waterslang vriendelijk en vertrekken. De eerste 4 mijl tot Mayreau zeilen we lekker halve wind. Helaas valt de wind achter Mayreau helemaal weg en we besluiten de laatste 4 mijl naar Tobago Cays op de motor af te leggen. Het is behoorlijk druk op de kleine archipel. De afgelopen twee weken stond er steeds een straffe oostenwind waardoor ankeren op Tobago Cays niet erg plezierig was. Iedereen haalt de schade nu. De bescherming achter het rif is op zich best goed maar bij meer dan 20 knopen wind ontwikkelen zich toch ook achter het rif flinke golven die het leven aan boord onaangenaam maken. Tussen de beide eilandjes Petit Bateau en  Petit Rameau ligt het vol dus varen we door richting Baradal.

Dit eilandje ligt in het midden van het beschermde gebied voor zeeschildpadden. Er is een mooring vrij direct naast de boeienlijn die het beschermde gebied afschermt. Al direct zien we meerdere zeeschildpadden rondzwemmen. Ze lijken zich weinig aan te trekken van de voor anker liggende schepen en komen regelmatig boven tijdens het grazen tussen het turtle grass waarmee de bodem is bedekt. Hoewel ankeren tussen de meerboeien is toegestaan wordt het niet aanbevolen. De ankers ploegen de bodem om en beschadigen daarbij het turtle grass wat zich maar zeer traag herstelt. De kosten van een mooring zijn $ 10 per dag en zou dus voor niemand een onoverkomelijk bedrag moeten zijn. Helaas zie je toch nog her en der boten het anker uitzetten en tijdens het duiken krijg je helaas vele kale plekken op de bodem te zien waar eerst turtle grass stond.

Binnen het beschermde gebied ziet alles er mooi begroeid uit en zie je naast zeeschildpadden veel zee-egels, roggen en allerlei ander klein zwemmend spul. De schildpadden zijn tot heel dichtbij te benaderen en ze lijken je nauwelijks gade te slaan. Af en toe komt er een schildpad langs met een of meerdere vissen vastgezogen aan het schild. Zij houden op deze manier het schild schoon van aangroei en parasieten. Door de beperkte diepte van zo’n maximaal 3 meter is er prima te duiken zonder flessen. Nog nooit hebben we in zulk schoon en helder water gezwommen. Een zwembroek, duikbril en een paar vinnen zijn genoeg voor een leuke middag tussen de dieren.

Op het strand van Petit Bateau staan een aantal grote tenten. Hier blijkt ’s avonds een aardige horecalocatie te ontstaan. Bij aankomst kwam er een bootje langs van een van de restaurantjes met de vraag of we ’s avonds kreeft wilden komen eten voor diegene die niet van kreeft houdt staat er kip op het menu. Dit laten we niet aan ons voorbij gaan, te meer daar in de prijs van het eten vervoer van de boot naar het strandje is inbegrepen. Het is een leuke manier om andere cruisers te leren kennen want de eigenaar bepaalt de tafelschikking. Wij schuiven aan bij een paar Amerikanen en genieten van een heerlijke kreeft. Althans, Hans want Annette gruwelt alleen al bij de gedachte aan de bewegende scharen en sprieten. Naast ons was een feestje van een aantal Fransen. Een van de dames aan boord was die middag ten huwelijk gevraagd. De hoeveelheid drank die ze had genuttigd ter viering van dit heuglijke feit had wat remmingen weggenomen wat resulteerde in een spontane, uitbundige speech en dansparty. Hoe het de volgende ochtend was hebben we helaas niet meegekregen.

Na afloop worden we keurig teruggebracht naar Janjorem. Door het ontbreken van de maan is het pikdonker en we verbazen ons erover hoe de schipper ons in een rechte lijn naar de boot brengt. Ik vraag me af of we het zelf zouden hebben gevonden en we besluiten in het vervolg onderscheidende verlichting op de boot aan te brengen wanneer we ’s avonds naar de wal gaan.

Als na een aantal dagen de wind weer flink toeneemt besluiten we Tobago Cays te verlaten en koers te zetten naar Bequia (spreek uit: Bek-wee).  Een afstand van 25 mijl lijkt niet veel maar het werd een pittig tochtje aan de wind met regelmatig meer dan 20 knopen wind en in het Bequia Channel een flinke tegenstroom die de snelheid regelmatig terugbracht naar 2-3 knopen over de grond. Onderweg naar Bequia passeren we Canouan wat door de aanwezigheid van een wat serieuzere landingsbaan een aankomst en vertrek plaats is voor bemanning en eigenaren van de superjachten in het gebied. De marina daar werd door onze vrienden van Misty Blue beschreven als een klotsbak en Charlestown Bay is berucht om de enorme windvlagen die er vanaf de heuvels doorheen jagen. We besluiten dan ook Canouan over te slaan. Op enige afstand passeren we Mustique, een eiland voor de happy few en waar je als cruiser niet echt welkom wordt geheten. Ook dat besluiten we, ondanks dat het erg mooi schijnt te zijn, over te slaan. Tegen het eind van de middag komen we in Bequia aan. De eerste aanblik is dat van een tropisch paradijsje. Mooie stranden, kleurige huisjes en palmbomen aan de kant. Hier houden we het wel een tijdje uit.

Becquia leent zich, naast genieten van kroegjes en restaurants prima voor een wandeling en er zijn mooie stranden. Bij aankomst op Becquia zien we voor het eerste sinds ons vertrek uit Spanje de Ocean Monkey weer terug. Altijd leuk om oude bekenden na ruim een half jaar weer te zien aan de andere kant van de oceaan.

De eerste avond besluiten we gezamenlijk uit eten te gaan in Port Elizabeth Marina. Hier zouden ze de beste BBQ ribs van de Carieb serveren. Helaas niet vandaag. We ontmoeten daar ook Ryan en Katherine van de Black Sheep en Alex en Mandy van de See The Little Things. Ondanks het ontbreken van de BBQ wordt het toch een leuke avond.

De volgende dag komen ook Hans en Liesbeth aan met de Dance Me. We hadden hen eerder ontmoet in Suriname. We besluiten met hen naar de Old Heg Turtle Sanctuary te wandelen. Hier probeert Orton “Brother” King de met uitsterven bedreigde Hawksbill Turtle te redden. Jonge schildpadden groeien hierop tot volwassen exemplaren om vervolgens terug te worden gezet in de zee in de hoop dat ze vele eieren op de stranden zullen gaan leggen en zo het voortbestaan van de soort veilig te stellen. Een opvang vol goede bedoelingen maar er zijn ook biologen die hun vraagtekens zetten bij deze wijze van opvang.

Uiteindelijk blijven we een week in Becquia genietend van zee, zon, strand en cocktails alvorens we besluiten uit te klaren uit St. Vincent and the Grenadines en koers te zetten naar het Franse Martinique. Een tocht van een kleine 100 mijl dus goed voor weer een nachtje op zee.

De tocht naar Martinique begint comfortabel halve wind en de Janjorem zet er flink de sokken in. Onder St. Vincent valt de wind weg en besluiten we de motor bij te zetten. Als we tegen zonsondergang St.Vincent voor bij zijn neemt de wind toe en tussen St. Vincent en Saint Lucia krijgen we te maken met een stevige dwarsstroom die ons naar het oosten wegzet. Uiteindelijk moeten we een flink stuk hoog aan de wind om niet te ver uit koers te raken. De gemiddelde grondsnelheid zakt tot zo’n 3 knopen. Tergend langzaam kruipen we richting de Pitons die ook in het donker duidelijk aftekenen tegen de horizon. Even overwegen we nog daar een ankerboei op te pikken en de volgende dag de tocht naar Martinique voort te zetten. Maar nee, we gaan door en met een ruimere wind en vlak water varen we langs nachtelijk Saint Lucia. Het is er redelijk druk met scheepvaart en op veel plaatsen zien we een felverlichte kust. Wanneer we St. Lucia voorbij zijn en het Martinique – Saint Lucia Channel invaren is het weer hetzelfde liedje als tussen de eerdere eilanden. Stroom tegen en aan de wind koersen we richting Martinique. Bij zonsopkomst zien we Sainte Anne voor ons verschijnen. Althans we zien een compleet woud aan masten en als welkom een flinke regenbui op ons afkomen. Nu is zo’n buitje bij aankomst altijd welkom om het zout van de boot te spoelen maar deze zag er in de vroege ochtend wel heel dreigend uit. Uiteindelijk schampt hij ons en vinden we zonder veel moeite een mooi stukje zandbodem zonder zeegras en koraal om ons anker te laten vallen. We zullen uiteindelijk zo’n 4 weken op en rond Martinique blijven.

4 gedachten over “St. Vincent and the Grenadines

  1. Ja, Annette heeft wel gelijk hoor, Hans. We willen jullie wel een beetje blijven volgen en niet zo lang achteraf.
    Hoe lag de boot erbij op Curaçao? Ik hoop dat er storm overheen is geweest.
    Heel veel plezier met het vervolg van jullie tocht.

    Lieve groetjes, Joke

    Geliked door 1 persoon

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: