Wij zijn Annette en Hans de Man. Annette is docent Nederlands en Hans is directeur van het Ingenieurs- en Automatiseringsbureau Soltegro. Wij zeilen al 22 jaar samen waarvan de eerste 20 jaar met ons gezin en tegenwoordig steeds vaker met zijn tweeën. In 2021 stoppen we met onze banen en zijn we van plan om onze droomzeilreis te maken. Het plan is om voor een periode van 1,5 a 2 jaar te vertrekken. Het wordt minimaal een rondje Atlantic maar als we in de Carieb zijn aangekomen en het bevalt nog steeds goed dan is verder trekken richting de Pacific een goede optie.
Naar huis
De cirkel is rond… dus wat nu. We zijn aangekomen in A Coruna bijna precies 2 jaar nadat we vanaf daar vertrokken. In 2021 vierden we Annette’s verjaardag hier en ook nu is ze hier weer bijna jarig. Bijna, want we besluiten om na een paar heerlijke dagen genieten in deze fantastische stad de Golf van Biskaje over te steken met bestemming Camaret-sur-Mer.





Het is 22 juli als we losgooien en A Coruna voor de tweede maal achterons laten. De vooruitzichten voor de oversteek naar Camaret-sur-Mer zijn redelijk maar niet om over naar huis te schrijven. We beginnen met windstilte maar volgens de verwachtingen zouden we de komende dagen bewolkt maar met 4 Beaufort en halfwindse koers een redelijke overtocht tegemoet gaan. Ook de gevreesde orka’s zijn hier de laatste dagen niet gesignaleerd dus roer en schip lijken veilig. Voor de zekerheid hebben we in A Coruna wel wat vuurwerk aan boord genomen om ze af te schrikken mochten ze toch te dichtbij komen. De wind steekt op en we gaan zeilend de eerste nacht in. Geen scheepvaart in de buurt en verder een prima nacht zonder bijzonderheden. De volgende dag neemt de wind toe en, wat vervelender is, we varen nu aan de wind. Niet onze favoriete koers. De tweede nacht valt er wat regen en uit de buien komt bij tijd en wijle veel wind. We varen met gereefd grootzeil en stagfok en schieten ondanks alles flink op. Morgen zullen we voor donker in Camaret-sur-Mer zijn. Fijn vooruitzicht! Annette heeft de wacht vanaf 12 uur ’s nachts. Tegen het einde van haar wacht word ik met een flinke dreun naast mijn kooi wakker. In een bui worden we door een windvlaag van een golf geduwd en de boot gaat vrijwel plat. Er vliegen wat spulletje door de kajuit maar binnen blijft alles verder droog. De boot komt met klapperende zeilen weer rechtop. Het ging allemaal zo snel dat Annette nauwelijks in de gaten had wat er was gebeurd. We leggen de boot weer op koers en varen verder. We naderen de Franse kust en besluiten de Raz du Seine met de hoge stroomsnelheid en ruwe zee te mijden door ruim vrij te blijven van de kust. Hierdoor varen we wat langer aan de wind maar dat nemen we voor lief. Voordeel is dat we het laatste stuk halve wind varen en een beetje bij kunnen komen van al het gestamp van de afgelopen dag. Net voor het donker lopen we Camaret-sur-Mer binnen. Een paar vriendelijke buren helpen met het aanleggen en wijzen op een dikke tros die we blijkbaar op zee hebben opgepikt en achter ons aan hebben gesleurd. Deze keer is deze gelukkig niet zoals het visnet ruim een week eerder niet in de schroef verstrikt geraakt.
Het is Annette’s verjaardag maar geen puf meer voor een groot feest. We halen een vooraf klaargemaakte warme hap uit de vriezer en trekken een biertje open. Morgen lekker uit eten.




Na een lekker te hebben bijgeslapen melden we ons de volgende ochtend bij het havenkantoor en zien we het eerste stukje Camaret bij daglicht. De eerste indruk is prima!



We kiezen ervoor om eerst schoonschip te maken alvorens naar het dorpje te wandelen. En, o ja, er moet ook nog eentouwtje van onder het schip worden verwijderd. Dus wederom zwembroek, duikbril en vinnen aan en de plomp in. De tros blijkt stevig vast te zitten tussen roer en romp maar even later ligt het op de kant. Ik duik onder een warme douche want zulk koud water was ik niet meer gewend.
We wandelen naar het dorpje om Annette’s verjaardag te vieren met een goede lunch. We passeren een oud kerkje grotendeels gewijd aan de visserij, het kasteeltje (Tour Vauban) op de kop van de oude vissershaven en vervolgens een scheepskerkhof met afgedankte vissersschepen. Het blijkt hier een oude traditie om afgedankte schepen op deze wijze terug te geven aan de natuur.
De rest van het dorpje is niet heel spannend. Een gezellig Frans vakantie plaatsje wat nog vooral door Fransen wordt bezocht. Er is een ruime keuze aan restaurants. Aangezien het zonnetje weer volop schijnt zoek we een plekje op een terras en genieten van een prima lunch.




Terug bij de haven zie ik een Nederlands schip liggen het blijkt de Zilveren Maan te zijn met Robin en Angelique. Dat is nog maar het begin van een soort reünie met andere schepen met een ligplaats in onze thuisomgeving. De volgende dag ga ik, jawel het is weer zover, de was doen in het dorp. Als ik terug loop wordt ik aangesproken met de vraag of ik Hans ben. Het blijken Henk en Mireille van de Zeester. Zij blijken Kees en Agaath te kennen die met ons op de Azoren waren en hadden van hen gehoord dat wij ook in Camaret lagen. Blijkbaar valt mijn hoofd op…. Eind van de dag arriveren onze vrienden Tjitte en Janet met de Cinta Baru en via Whatsapp melden Claude en Janet, onze buren in Herkingen Marina, dat ze met de Calanche ook onze kant opkomen. Het wordt een hele reünie. Naast veel mist, die een vertrek op korte termijn tegen houdt, wordt ook veel wind voorspeld en het worden dus nog een aantal gezellige dagen in Camaret-sur-Mer.





In de omgeving van Camaret zijn in de tweede wereldoorlog grote bunkers en fortificaties gebouwd ter verdediging van de marinehaven in het, iets verder landinwaarts gelegen, Brest. Deze zijn vervolgens weer flink gebombardeerd door de geallieerden waardoor er boven op de rotsen een landschap is ontstaan met gehavende bunkers en diepe bomkraters. Behalve de interessante geschiedenis is het ook een mooie omgeving met prachtige vergezichten over de Bretonse kust. De moeite van een lange wandeling waard.





Uiteindelijk knapt het weer op en zijn de voorspellingen prima voor een nachtelijke tocht naar Guernsey. Het is inmiddels 6 augustus en wij vertrekken tegelijkertijd met de Zeester. Het eerste deel van de tocht is vrij dicht onder de Bretonse kust en er staat hier een stevige stroming. Als we vertrekken hebben we nog stroom tegen maar precies op het juiste moment kentert de stroom waardoor we ondanks de zwakke wind toch vrij snel de kust achterons laten en een heel rustige nacht invaren. Lange tijd blijft de Zeester in zicht maar uiteindelijk varen we alleen onder een mooie onbewolkte lucht. Halverwege de nacht valt de wind helemaal weg waarna we besluiten de motor bij te zetten.
Bij het opkomen van de zon komt Guernsey in zicht. Er is weinig scheepvaart en we hebben wederom stroom mee. Wat ook hier geen onnodige luxe is. Inmiddels varen we weer in bekend gebied. Op tijd voor het ontbijt varen we de haven binnen waar juist de eerste schepen zijn vertrokken om met het tijd mee richting Alderney te varen.



We blijven een dag over op Guernsey. We kennen het eiland al best goed en krijgen nu toch kriebels om echt naar huis te gaan. De kinderen en andere familieleden en vrienden informeren bijna dagelijks wanneer we in Nederland aankomen. We weten het nog niet precies maar lang zal het niet meer duren. Als het weer het toelaat plannen we in een beperkt aantal dagen naar Nederland te varen.


De eerste stop na Guernsey wordt Cherbourg. Bij binnenkomst moeten we nog even wijken voor een enorm schip met windmolen onderdelen. We zoeken een plekje voor de nacht en aangezien er voor de komende dagen goed weer wordt voorspeld besluiten we de volgende dag weer door te gaan. Bij goed weer varen we non-stop door tot Duinkerken. Lekkere stukjes zeilen wisselen we af met varen op de motor. De wind staat weliswaar uit de goede richting maar laat in kracht nog weleens te wensen over.

Een laatste mooie zonsondergang en zonsopkomst alvorens we op 10 augustus aankomen in Duinkerken. De hereniging met vrienden en familie hebben we op de 13e gepland in Vlissingen. We kunnen dus rustig aandoen en besluiten om de datum van aankomst af te wachten in Zeebrugge. Hier hebben we dan een dag extra de tijd om de boot aan kant te maken en te genieten van de culinaire kunsten van onze zuiderburen. Het is tenslotte de laatste dag voor de thuiskomst.


Het is 13 augustus. We worden al vroeg wakker en kijken uit naar de aankomst in Vlissingen. We moeten nog even wachten op de kentering van het tij zodat we met de vloedstroom in de rug de Westerschelde op kunnen. Als we Zeebrugge verlaten gaat de laatste van vele gastenvlaggetjes naar beneden. Na meer dan 2 jaar wappert alleen de Nederlandse vlag nog op de spiegel. Met een bakstag windje varen we richting Vlissingen, benieuwd naar wie we daar zullen treffen. Voor Vlissingen laten we de zeilen zakken en steken we de Westerschelde over richting de zeesluis.


Als we de ingang van de buitenhaven naderen zien we het ontvangstcomité, bestaande uit Jantine, Joris, Lisa, Ivan, Erik en Monique en natuurlijk onze kleinzoon Julius, boven op de dijk staan. Helaas ontbreken Emma en Kino. Die zijn ondertussen naar Sydney verhuisd en zullen we voorlopig nog niet zien. Julius, 2 weken toen we vertrokken en inmiddels ruim 2 jaar oud nu, paradeert met de Nederlandse vlag over de dijk. We zwaaien en over en weer worden er natuurlijk foto’s van dit moment gemaakt. We varen de sluis binnen, waar ook Teun en Trudy aansloten, en daarna door naar de nieuwe jachthaven in het Schelde Kwartier waar we afmeren naast de En Passant van Joris en Lisa en vrienden en familie aan boord komen.
WE ZIJN THUIS!








Van de Azoren naar …?
Het is 8 juli in de ochtend. Nog even snel naar de supermarkt voor de laatste inkopen en dan klaar maken voor vertrek. Aangezien we in de EU blijven hoeven we niet uit te klaren. Alleen een bezoekje aan de havenmeester om het liggeld te voldoen en we kunnen weg. Even na het middaguur gooien we los en vertrekken we samen met Jolly Seawitch. Onze bestemming wordt Ierland en mocht dat om een of andere reden niet lukken Falmouth in het Verenigd Koninkrijk.
De weersvoorspellingen zijn redelijk alleen ontwikkelt zich een lage druk gebied wat het ons wellicht nog lastig kan maken. Als het tegen zit draait de wind naar noord tot noordoost. De voorspelde windkracht lijkt vooralsnog mee te vallen.
We verlaten de haven van Velas. Er staat weinig wind en we besluiten het eerste stuk op de motor te varen tot we de noordwest punt van het eiland zijn gerond. Vanaf daar varen we richting Graciosa wat we westelijk passeren. Daarna is het een rechte lijn richting de Ierse zuidkust.



Aangezien dit de laatste lange oversteek wordt hopen we op mooi weer en aangename wind. Nog een keer champagne zeilen! Het begint rustig maar in de loop van de dag 2 krijgen we de wind steeds meer op de kop en neemt deze ook in kracht toe. Het wordt al snel oncomfortabel maar goed, we zijn onderweg en nog steeds in de goede richting. Af en toe hebben we via de marifoon contact met de Jolly Seawitch. Altijd fijn om even de ervaringen te kunnen uit wisselen en het weerbericht te overleggen. Inmiddels ontwikkelt zich boven Engeland een stevige storm en het lijkt erop dat wij hier ook mee te maken zullen krijgen. Het is nog maar dag 3 maar inmiddels varen we al met een dubbel gereefd grootzeil en de stagfok. In de nacht, waarin de wind al flink is toegenomen en de golven het leven aan boord flink oncomfortabel maken, besluiten we de koers te verleggen. We varen zelfs enige tijd in bijna zuidelijke richting om een beetje bij te komen en de ergste wind te ontlopen.
In het begin van de ochtend neemt de wind af en valt zelfs helemaal weg. Ik besluit de motor te starten. Door de bewolking zijn de accu’s wat leeg geraakt en het warme water is ook al geruime tijd op dus een tijdje de motor aan kan geen kwaad. We varen nog geen vijf minuten op de motor of deze slaat af. Ik schakel de motor in neutraal en deze start direct. Bij het in zijn werk zetten slaat hij echter direct weer af. Ik start opnieuw en zet hem in zijn achteruit. Ik heb het vermoeden dat er iets in de schroef zit en vaak lost dit het probleem op. Zo niet vandaag. Annette die net slaapt wordt wakker en vraagt zich af wat we eraan kunnen doen. Erin duiken, is mijn antwoord, en zien wat er aan de hand is. Dit valt niet geheel in goed aarde. Ze constateert dat er wel heel veel swell is als gevolg van de eerdere harde wind en ziet een levensgroot risico dat ik de boot op mijn hoofd krijg en bewusteloos raak met alle gevolgen van dien. We besluiten eerst Jolly Seawitch in te lichten. Zij zitten zo’n 20 mijl bij ons vandaan dus te ver voor directe hulp maar wel goed dat een ieder geval iemand weet dat we een probleempje hebben.
Ik trek mijn zwembroek aan. Het water is nog best warm dus mijn wetsuit laat ik voor wat het is. Door het extra drijfvermogen zou dat me bovendien alleen maar hinderen om onder de boot te komen. Ik bind een lijn om mijn middel zodat ik in ieder geval met de boot verbonden blijf en neem een scherp mes mee. Via het zwemplatform spring ik in het water en zwem om de boot naar het midden van het schip. Hier heb je geen laste van de klappen die het achterschip op de golven maakt en kun je dus met het minste risico onder de boot komen. Ik zie al gelijk een flink net aan de schroef hangen. Ik probeer het met alle kracht los te snijden maar geef dit, na 4 keer boven te zijn geweest om adem te halen, op. Het is ondoenlijk en gevaarlijk om onder deze omstandigheden, waarbij je steeds één hand nodig hebt om jezelf aan de boot vast te houden, met een scherp mes aan de slag te gaan. Ik zwem naar de spiegel en wacht op een golfdal om via de zwemtrap aan boord te klauteren. Zeg maar gerust aan boord te worden gelanceerd. Daar vind ik Annette in de kuip. De spanning eist zijn tol en ze zit, met dank aan Startlink, huilend aan de telefoon met Joris. Die vaart op dat moment op een ferry op de Ierse Zee en probeert haar gerust te stellen en het doem scenario dat ik niet meer terug aan boord kom uit haar hoofd te praten.
Ik besluit mijn duikspullen aan te trekken en in plaats van het mes een stevige schaar (van Ikea!) mee te nemen voor een nieuwe poging om de schroef te bevrijden. Dit bleek de oplossing. In nog geen 10 minuten sta ik, levend en wel, en met een visnet van zo’n 15 vierkante meter op het achterdek. Missie geslaagd. De schroef en saildrive lijken geen schade te hebben opgelopen. De motor loopt weer prima. Ik wacht nog even tot het water in de boiler is opgewarmd en duik vervolgens onder een warme douche. Een zwempartij onder een stampende boot midden op de oceaan, die daar meer dan 3 km diep is, gaat je toch niet helemaal in de koude kleren zitten..


Even later pikt de wind weer op en besluiten we de zeilen weer te hijsen. De problemen blijken nog niet ten einde. De genua staat er beroerd bij en als ik naar boven kijk zie ik een flinke scheur. Wind en golven van de oversteek van Bermuda naar de Azoren en de harde wind van de afgelopen dagen zijn blijkbaar te veel geweest. Repareren van het zeil op volle zee heb ik weinig zin in. Bovendien, de enige manier van repareren van een laminaat zeil is plakken en daarvoor moet het zeil schoon en zoutvrij zijn. Dat gaat hem niet worden. Dit betekent dat we verder moeten met alleen grootzeil en de kleine stagfok. We koersen om de storm te ontwijken richting de Spaanse kust met het plan daar vandaan over te steken naar Falmouth. Met de beperkte zeilvoering is dit geen aanlokkelijk idee. We roepen de Jolly Seawitch op en vertellen dat we besloten hebben om een tussenstop te maken in A Coruna om het zeil te herstellen.
Vier dagen later krijgen we de Spaanse kust inzicht. We steken het verkeersscheidingsstelsel over en met een bakstag windje en lekker zonnetje in de rug koersen we richting A Coruna. We hebben inmiddels via de marifoon afscheid genomen van Jolly Seawitch die doorgaat richting Falmouth.
Voor de ingang van A Coruna staat een fenomenale swell. Enorm lange en hoge golven en een groepje dolfijnen leiden ons bijna surfend naar binnen. Ondertussen voeren we een slalom uit om niet een van de lijnen van de vele kreeftenkorven in de schroef op te pikken. Een keer is genoeg!



Even voor zes uur in de middag leggen we aan in A Coruna. Hiermee kruisen we de lijn waarmee we ons rondje Atlantische Oceaan begonnen. De cirkel is rond. We blijven nog een aantal dagen in A Coruna voor de nodige reparaties en genieten wederom van deze heerlijke stad. We besluiten om via Bretagne de weg naar huis te vervolgen.



Verrassend mooi: De Azoren
Al vroeg in de morgen staat er een rij voor het kantoor van de havenmeester. Het blijken vooral mensen te zijn die de afgelopen dagen zijn aangekomen en hopen op een plekje in de haven. We zijn weer terug in de EU en het inklaren verloopt vlot zonder moeilijke vragen. Een ligplaats in de haven zou er de komende dagen niet in zitten. De haven is overvol en door het voorspelde stormachtige weer vertrekken er ook geen boten. Voorlopig liggen we dus voor anker.


Daarnaast krijgen we het advies van de havenmeester om 6 juni aan boord te blijven om in geval van problemen met het anker tijdens de storm snel te kunnen reageren. Een streep door de rekening van Annette en Agaath want die zouden die dag, mijn verjaardag, aan boord komen. Uiteindelijk blijkt ook hun vlucht te zijn geannuleerd vanwege het slechte weer en zou er pas op 7 juni een eerste mogelijkheid zijn om weer op Horta te kunnen landen.
Op 6 juni ’s morgens valt het met de storm nog reuze mee waardoor we nog wat boodschappen hebben gedaan. Bij terugkomst bleek de boot versierd door Laura en Bryce van de Belle Fleur. Helaas zit een verjaardagsborrel er vandaag niet in en stellen we die uit tot de 8e.



Inmiddels heb ik in de gaten dat een beetje duwen en trekken bij de havenmeester helpt bij het krijgen van een ligplaats. De volgende ochtend dus al vroeg zelf een rondje door de haven gedaan en het blijkt dat naast de Chaira, de boot van Michiel en Annette die we sinds Puerto Rico niet meer hebben gezien, er een plek vrij zou komen. Dus op naar de havenmeester en uiteindelijk krijgen we toestemming om daar af te meren. Precies op tijd om Annette en Agaath te ontvangen die inmiddels op Horta zijn geland.
Annette heeft weer een tas vol onderdelen bij zich. Nieuwe blokken voor de neerhouder, een nieuwe furler voor de stagfok en een mooi nieuw teakhouten plankje om de op Bermuda provisorisch gemonteerde meters weer een nette plek te geven. Met behulp van Kees maak ik de bouten van de hydrovane los en brengen we nieuwe kit aan. Hopelijk houdt dit beter en komen we verder weer droog thuis.


Nu we weer compleet zijn wordt het tijd voor een verjaardagsborrel. Natuurlijk doen we dit in Peter Café Sport. The place to be voor zeilers die de Azoren bezoeken. Inmiddels zijn er veel boten gearriveerd die we eerder ergens zijn tegengekomen dus het wordt het ook nog eens een gezellige reünie-borrel. Met veel (sterke) verhalen en mooie herinneringen. Ter afsluiting van een leuke dag besluiten we met een wat uitgedund gezelschap een hapje te eten. Eten op de Azoren is goedkoop een doorgaans van prima kwaliteit. Ook de dagen erna zullen we dus weinig koken maar vooral genieten van de lokale keuken.




De komende dagen besteden we aan het verder verkennen van het eiland Faial waarvan Horta de hoofdstad is. We besluiten een busje te huren met als eerste doel een wandeling rond de krater van de Cabeço Gordo. Het hoogste punt van het eiland (> 1000 m). Dit belooft een prachtig uitzicht over Faial en de omringende eilanden! Niet dus… Aangekomen bij het begin van de wandeling blijkt het potdicht te zitten van de mist maar natuurlijk weerhoudt ons dit niet om toch de wandeling rondom de krater te volbrengen. Het is nat en koud en deze omstandigheden maken de wandeling, mede door het toch al onherbergzame terrein, tot een ware uitputtingsslag.






Met de auto vervolgen we onze verkenningstocht en de eerste stop is, hoe kan het ook anders, bij een eetgelegenheid. Restaurant Bela Vista biedt inderdaad een mooi uitzicht maar nog beter was de keuken. We geven ze de vrije hand in het serveren van een heerlijk vismenu. Helaas kan ik als chauffeur niet genieten van de prima lokale wijn. We vertrekken richting de westpunt van het eiland. Dit is de plaats van de meest recente vulkaanuitbarsting op Horta. De Capelinhos is voor het laatst uitgebarsten in 1958. De vuurtoren die tot die tijd vrij uitkeek over zee staat vanaf die tijd achter een bergtop.



We gaan langs de noordkant van het eiland weer terug naar Horta. Onderweg stoppen we een aantal keren vanwege het mooie uitzicht over de groene heuvels met veel kleurige bloemen en sluitend een mooi uitzicht op Horta en natuurlijk al onze boten.





Langzaam maar zeker gaat ieder weer zijn eigen weg. Kees en Agaath pakken het vliegtuig naar Ponta del Gada op Funchal en wij besluiten met Jeroen en Ruth de ferry te nemen naar het naastgelegen eiland Ilho do Pico om de indrukwekkende gelijknamige vulkaan van dichtbij te bekijken. Deze wordt overigens door dikke bewolking aan het zicht onttrokken. We komen (te) vroeg aan in Madalena. Alles is nog gesloten en het stadje lijkt uitgestorven. Op het plein in het centrum vinden we een cafe wat open is en onder het genot van kop koffie maken we de plannen voor de rest van de dag.


We besluiten een taxi voor de hele dag te huren om ons rond te rijden. De taxichauffeur blijkt een geschikte kerel die ons vol enthousiasme over het eiland verteld. We stoppen regelmatig. Aan de zuidkant is het eiland rijk aan wijngaarden omringd door muurtjes van vulkanisch gesteente. We bezoeken het walvismuseum waar de geschiedenis van de walvisvaart rondom het eiland wordt toegelicht. Wellicht niet de meest mooie episode in de geschiedenis maar toch interessant om te zien hoe de (beperkte) walvisvangst in zijn werk ging. Niet met grote industriële schepen maar met, zeker niet zonder gevaar, door spierkracht aangedreven bootjes.




We vervolgen onze weg de vulkaan op. Het is druilerig weer, af en toe komt de zon door. Het gebied rondom de vulkaan is voor een groot deel beschermd landschap. Mooi groen maar behalve wat koeien en eenden verder weinig te zien. We besluiten door te rijden maar de ferry en terug te keren naar Horta.


We blijven nog een paar dagen in Horta die we besteden aan het nodige onderhoud aan de boot, het wegwerken van de was en het aanvullen van de proviand. Een belangrijke klus is het zoutvrij maken van de bilge veroorzaakt door lekkage van de windvaanbesturing tijdens de oversteek van Bermuda. Met de waterslang spuiten we de bilge van voor tot achter schoon en we lenen een ventilator van de buren om de boel onder de vloer droog te blazen. We zullen nog een tussenstop maken in Velas op Ilha de Saõ Jorge alvorens koers te zetten naar Europa. Maar voor we vertrekken moeten we natuurlijk wel het Janjorem logo achterlaten op de kademuur van Horta. Goed voorbereid met een sjabloon en een paar spuitbussen verf in de juiste kleur weten we deze klus in recordtijd te klaren. Waar anderen uren bezig zijn lukt het ons om in minder dan een uur een prachtig kunstwerk achter te laten :-).



We rommelen nog een paar dagen wat rond in Horta. In Cafe Sport weten we nog een vlaggetje van Herkingen Marina te ruilen tegen een origineel exemplaar van het cafe. Je moet tenslotte wel kunnen bewijzen dat je er echt geweest bent.



Uiteindelijk vertrekken we op 24 juni in gezelschap van Jolly Seawitch en Jest X naar Velas. Onderweg komen we de Belle Fleur tegen. Zij keren terug naar Horta en zullen van daaruit terugkeren naar het Europese vaste land. Het dorpje heeft een kleine jachthaven recht onder een stijle rotswand. Er blijkt plaats voldoende. Een meevaller want het blijkt net als elders op de Azoren vaak vechten te zijn om een plekje. Schepen die na ons arriveerden moesten ankeren naast de haveningang. Prima bij rustig weer maar toch blij dat wij binnen liggen.



Velas blijkt een leuk vissersplaatsje. Diverse restaurants en winkeltjes in het centrum en we vallen met onze neus in de boter want deze week blijkt ook het jaarlijkse zomerfestival plaats te vinden. Saõ Jorge is bekend om zijn kaas. Er wonen aanzienlijk meer koeien dan mensen op het eiland. Uiteraard zijn we benieuwd waar al die melk dan tot kaas wordt verwerkt en we bezoeken daarom de grote kaasfabriek. We krijgen uitleg over het hele proces en de verschillende rijpingen. Uiteindelijk worden we natuurlijk uitgeleide gedaan via het winkeltje waar we de nodige lekkernijen meenemen.



De volgende dag huren we twee scooters om daarmee de zuidkant van het eiland verder te verkennen. Jolly Seawitch en Jest X vinden dat te uitdagend en nemen een taxi. We rijden langs de schier eindeloze kustweg en stoppen regelmatig om van het prachtige uitzicht en mooie bloemen te genieten. De weg blijkt van uitstekende kwaliteit, het blijft alleen oppassen met de vrij snel passerende auto’s. Een scooter voelt dan toch net wat anders aan dan een motor.





Voor de lunch komen we aan bij Cafè Nunes. Dit cafe is onderdeel van de enige nog actieve koffieplantage op het eiland. Naast een goede, eenvoudige lunch met uitstekende koffie krijgen we een rondleiding door de plantage en de branderij.





De komende dagen hangen we wat rond in het dorpje en genieten van de rust op de boot en van het feest in het dorp. De rust op de boot wordt overigens elke avond zeer luidruchtig verstoord door een grote hoeveelheid vogels die de rotsen rondom de haven bewonen. We ontdekken dat de vissen in de haven dol zijn op tomaat. Het voeren hiermee leidt tot heftige taferelen in het water. De dag na het feest vertrekt Jest X. Wij blijven met Ruth en Jeroen achter in afwachting van een goed weer window om te vertrekken richting Engeland.






Boven het dorp uit steekt de Morro Grande, de grote heuvel. Dit is een beschermd natuurgebied en de wandeling naar de top biedt prachtige vergezichten. Annette haar knie werkt niet mee en ik besluit met Ruth en Jeroen naar boven te wandelen. Het blijkt nog een stevige klim in de volle zon. We genieten van het uitzicht over de rode daken van Velas, het eiland en de zee.





Het weer window laat nog even op zich wachten en we huren een auto om daarmee de noordkant van het eiland te bekijken. Onderweg passeren we een parkachtig bos. Hier zetten we Ruth en Jeroen af voor een wandeling terwijl wij doorrijden naar het noordelijkste puntje van het eiland.





De rit erheen is de moeite waard. Kilometerslang rijden we langs afrasteringen met hortensias over een onverharde weg waarbij we regelmatig moeten uitwijken voor een kudde koeien die worden verweid. Aangekomen bij de noordpunt treffen we een verlaten kazerne en de oude vuurtoren. eigenlijk best een luguber gezicht. De verlaten barakken en het grauwe beton waar de ramen uit verdwenen zijn. Een perfecte locatie voor een James Bond film. Gelukkig is er meer; de nabijgelegen uitkijkpost geeft een mooi uitzicht op Pico en Faial en er is een grote diversiteit aan vogels.






We pikken Ruth en Jeroen op en rijden door langs de noordkant van het eiland en door een verlaten en bergachtig stukje binnenland. We eindigen uiteindelijk weer aan de kust en genieten (weer eens) van een prima lunch en maken een wandeling over een van Fajas. Dit zijn laaggelegen landtongen die zijn ontstaand door aardverschuivingen of verzakkingen. Hierdoor zijn bijzondere ecologische gebieden ontstaan.








Inmiddels zien we een klein weer window aankomen waardoor we over 2 dagen, het is dan 8 juli, kunnen vertrekken voor de oversteek naar Engeland. Maar eerst dompelen we ons nog onder in het feestgedruis met overdag een markt met vele kraampjes met lokale producten en in de avond optredens zowel op straat als op een groot podium aan de rand van het dorp.





Hiermee eindigt ons bezoek aan de Azoren. Prachtige eilanden met heel vriendelijke mensen en, ondanks dat je er betaald met de Euro, voor on-Europese prijzen.
Morgen op tijd op en klaar maken voorvertrek voor een oversteek van ongeveer 1250 mijl. De laatste grote oversteek voor onze aankomst in Europa.

Van Bermuda naar de Azoren
We zijn op 21 mei vertrokken uit Bermuda. Het is prima zeilweer met bij vertrek zelfs wat weinig wind. Tegelijkertijd vertrekken ook onze vrienden op de Jolly Seawitch, True North, Belle Fleur en Maaike Saadet. Iedereen met bestemming Horta. Al gauw raken we elkaar kwijt en na 2 dagen zien we ook niemand meer terug op de AIS. Regelmatig halen we via Starlink de laatste weerberichten binnen en al snel zien we de eerste lage druk gebieden achter ons aankomen. Het beloofd een pittig tochtje te worden.
Kees blijkt behoorlijk huishoudelijk aangelegd en zo komt er steeds tijdig ontbijt, lunch en diner op tafel. Veel is vooraf al klaar gemaakt en ingevroren dus het koken valt gelukkig mee. Er staan steeds flinke windgolven die de boot stevig laten stuiteren wat het koken zonder voorbereidingen op Bermuda een stuk lastiger zou hebben gemaakt. De broodbakmachine bewijst ook regelmatig zijn dienst waardoor we altijd vers brood hebben.



Naast veel wind valt er ook regelmatig een flinke bui en varen we bijna continue met de backdrops aan onze buiskap geritst waardoor we in ieder geval droog zitten. Kees heeft door het gestamp en het lawaai van het water langs de romp moeite met inslapen. Gelukkig luk het mij om ook tijdens mijn wachten steeds 20-25 minuten te slapen waardoor ik behoorlijk fris blijf. De voortgang is goed en regelmatig informeren we het thuisfront hierover. Annette en Agaath, de echtgenote van Kees, staan namelijk klaar om naar de Azoren te vliegen zodra we daar aankomen. Aangezien ik 6 juni jarig ben is het streven om zowel met boot als vliegtuig in Horta te zijn om dit heuglijk feit te vieren.

Gelukkig wordt het onstuimige weer regelmatig afgewisseld door rustiger en zonniger perioden en maken we goede voortgang. Het lukt ons in tegenstelling tot onze medevertrekkers om steeds aan de randen van de grootste depressie te varen waardoor het slechtste weer ons bespaart blijft. Regelmatig worden we vergezeld door grote scholen dolfijnen en passeren we velden met Portugese oorlogsschepen. Een kwal die zich door de wind laat voortblazen en nare, pijnlijke verwondingen veroorzaakt.
Deze oversteek blijkt niet alleen ons maar ook de boot het meest uit te putten. Na een aantal dagen blijken we zoutwater in de bilge te hebben. Onderzoek wijst uit dat de Hydrovane windstuurinstallatie de veroorzaker is. Door de grote krachten op de bevestigingen op de romp blijkt de Sikaflex kit het niet te houden. Nu was ik al nooit erg blij met dit goedje en de liefde hiervoor is nu voorgoed voorbij. Helaas is dit euvel niet varend te verhelpen en is de enige oplossing over te schakelen op de elektrische stuurautomaat. Hiermee kunnen we de druk op de bevestiging van de Hydrovane verminderen waardoor de lekkage verdwijnt. In Horta zullen we de hele bilde met zoetwater reinigen. Helaas blijkt dit niet het enige euvel tijdens deze oversteek. Ik lig nog maar net in bed als Kees een flinke gil naar binnen geeft. Buiten gekomen zie ik dat de giek een stuk hoger staat dan normaal. Het blijkt dat een van de blokken van de neerhouder door metaalmoeheid is gebroken. Dit betekent in het donker en met veel wind en regen een noodoplossing maken met een stuk Dyneema lijn. Al met al heeft hele actie nog geen 10 minuten geduurd maar door de adrenaline was de slaap even verdreven. Twee nachten later was het weer raak. Net voor zonsopgang is er een luide knal en flappert de stagfok naast de boot. Kees klautert naar het voordek en constateert dat de, nog geen 2 jaar oude, Selden furler volledig in tweeën ligt.

Om de stagfok binnen te krijgen moet ook ik naar het voordek. Natuurlijk zijn we beiden goed aangelijnd en kunnen we onze energie volledig richten op het naar binnen sleuren van het zeil. De stagfok kan met dit weer eigenlijk niet worden gemist en we besluiten om de furler van Code 0 (ons grote oranje lichtweer zeil) te gebruiken om de stagfok weer in de lucht te krijgen. Al met al zijn we een flink uur in de weer geweest om het euvel te fixen en kunnen we de rest van de tocht probleemloos voortzetten.
Inmiddels naderen we de Azoren en wordt het weer beter. Regelmatig worden we weer vergezeld van flinke scholen dolfijnen die hun kunstjes rondom de boot vertonen en komen de Azoren inzicht. Begin van de middag van 2 juni zien we eerst de wolken rondom en daarna de hoge top van Pico afsteken tegen de horizon.




Inmiddels valt de wing volledig weg en besluiten we het laatste stuk op de motor verder te gaan. Net voor middernacht komen we aan in de overvolle haven van Horta. Ook de ankerplek is erg druk en uiteindelijk vinden we een plek voor de haveningang waar er voldoende ruimte is om rustig te kunnen slapen. Bij gebrek aan een aankomstbiertje nemen we een glas whisky waarvan Kees de bodem niet meer weet te bereiken. Hij valt letterlijk om in een welverdiende diepe slaap.
De volgende morgen laden we het vuilnis, wat we tot een zak hebben weten te beperken, in de dinghy en klaren we in op het havenkantoor.



Bermuda
Het laatste wat we zien van het Caraïbisch gebied is Anquilla. Varend tussen Anquilla en Scrub Island werpen we een laatste blik op Saint Martin. We hebben een mooie tijd gehad in de tropen maar verlangen ook naar wat verkoeling. Dat blijkt sneller te komen dan verwacht. De eerste dagen varen we met een matig windje en ruime koers. Als eerste worden de nachten kouder en krijgen we te maken met meer squalls dan we in de voorgaande maanden bij elkaar opgeteld hadden. De zeilpakken gaan weer aan en we duiken weg achter de buiskap. Na 3 dagen onderweg passeren we een koufront en varen we veel aan de wind. In de nacht neemt de wind vrijwel altijd af en genieten we van mooie zonsondergangen. Dag 4 komen we terecht tussen vele squalls met veel regen en onweer. Zowel het log als de dieptemeter krijgen kuren. Waarschijnlijk het gevolg van de onweersbuien. Dat wordt weer klussen in Bermuda.






Dag 7 krijgen we Bermuda inzicht. Het weer is de laatste dagen verbeterd en met het naderen van onze bestemming verdwijnt ook de vermoeidheid van de eerdere dagen. Een paar mijl voor aankomst worden we opgeroepen door de kustwacht met het verzoek om snelheid te minderen om ruimte te geven aan een oplopend containerschip waarop een loods wordt afgezet. Een beetje overbodig gezien de afstand maar aan de andere kant fijn dat er blijkbaar goed op je wordt gelet. Om 15.00 uur passeren we de boei SPIT en sturen we aan op Town Cut. Het kanaal wat toegang geeft tot Saint George’s Harbour. Na een kleine 900 mijl leggen we aan voor het kantoor van immigration om de visa te regelen en het havengeld te voldoen. Vanaf het moment dat we binnen varen doet Bermuda ons heel plezierig aan. Het ziet er allemaal fris en goed onderhouden uit en de temperatuur is aangenaam.




We zoeken een ankerplek in de baai en genieten van de rust. De volgende dag begint met het opruimen van de boot, inventariseren van de schade aan de apparatuur en natuurlijk doen we de was. St. Georges is een pittoresk plaatsje direct aan de haven een Engelse pub waar we genieten van een Guinness, cider en fish and chips.









De dieptemeter en log lijken definitief overleden en we besluiten alle oude ST60 apparatuur te vervangen voor nieuwe i70 klokjes van Raymarine. Deze blijken in Bermuda (net als alles) onbetaalbaar. Maar hiervoor hebben we een oplossing en dat is Kees (Boon). Kees zal in Bermuda de plaats innemen van Annette die de oversteek van Bermuda naar de Azoren graag aan zich voorbij laat gaan. We bestellen de spullen bij Dekker Watersport die een aanbieding van een complete set meters heeft en ons nog wat extra korting geeft. Alles wordt op tijd bij Kees in Hellevoetsluis afgeleverd en zal later door Kees vakkundig Bermuda worden binnen gesmokkeld :-). Helaas zijn de afmetingen van de nieuwe apparatuur niet gelijk aan de oude en moet er dus ook een nieuw teakhouten plaatje komen om ze definitief te huisvesten. Dit zal door Annette uit Nederland naar de Azoren worden meegebracht. Tekeningetje mee en IJtama doet de rest… Tijdelijk brengt wederom een deksel van een Ikea bakje uitkomst bij de montage van de meters.



De volgende dag arriveert ook de Jolly Seawitch en gezamenlijk bezoeken we de hoofdstad Hamilton. De busrit naar Hamilton is lang maar de moeite waard en geeft een goed beeld van het eiland. Hamilton is een mooi stadje met veel historische gebouwen uit de koloniale tijd toen de Engelsen het eiland bestuurden. Er zijn dan ook nog steeds veel Engelse invloeden pubs, yacht club etc. We maken er een flinke wandeling en op de terugweg lopen we nog even een supermarkt binnen. De prijzen zijn onvoorstelbaar hoog met als absolute winnaar een watermeloen voor $ 26!










Inmiddels nadert de dag waarop Annette even naar huis gaat. We lopen nog een rondje in de omgeving, eten oerhollandse pannenkoeken en Annette bereidt de nodige maaltijden voor de oversteek naar de Azoren. Gevacumeerd en ingevroren hebben we voor het grootste deel van de oversteek de warme maaltijden klaar. Geen overbodige luxe want het belooft een minder comfortabele oversteek te worden waarin we worden achtervolgd door lage druk gebieden die aan de lopende band ontstaan aan de oostkust van de VS. Dit vooruitzicht is de reden dat Annette, die veelvuldig zeeziek is, deze oversteek aan Kees en mij overlaat. Dit blijkt later een verstandig besluit en we blijken niet de enige boot die om deze reden in Bermuda een tijdelijke bemanningswisseling heeft.










Samen met Wichard van de True North en zijn opstapper voor de oversteek naar de Azoren besluiten we nog een tweetal duiken te doen. Een wrakduik en een bezoek aan het rif. Het was mijn eerste wrakduik en ondanks mijn claustrofobie een mooie ervaring. Wat wel tegenviel was de water temperatuur. Een extra shorty over mijn eigen duikpak was net voldoende om het vol te houden. Duiken in koud water hoeft voor mij niet meer. Voor eeuwig verziekt door de heerlijke watertemperatuur in de Carieb.






Vlak voor vertrek blijkt de pomp van het toilet te lekken en niet te repareren. Gezien de aankomende oversteek van ca. 10 dagen geen aantrekkelijke gedachte om zonder toilet te zitten. De enige plek waar een nieuwe pomp verkrijgbaar was bleek in Hamilton. Dus wederom de bus gepakt voor een tweede bezoek aan Hamilton maar nu in gezelschap van Kees, die op deze manier ook nog het nodige van Bermuda meekrijgt. We besluiten om Fort Hamilton te bezoeken. Dit hoog gelegen fort biedt een prachtig uitzicht over de omgeving en is indrukwekkend van omvang.






Een dag voor vertrek ronden we de inbouw van de apparatuur af en varen we een calibratierondje door de ankerplek, vullen de dieseltank en doen een inspectie van de tuigage. Tijdens het inbouwen van de apparatuur doet Kees nog een plezierige ontdekking. Sinds ons vertrek hadden we regelmatig last van “gerammel” tussen de binnen- en buitenschaal van het dek. Eindeloze zoekpartijen leverden niets op totdat Kees met zijn slankere arm tussen de 2 schalen voelt en een verdwaalde schroevendraaier tegenkomt. Hoelang deze er al heeft gezeten weten we niet maar in ieder geval is het er geen uit onze eigen gereedschapskist. Wel heel blij dat we nu van het irritante gerammel zijn verlost. Gelukkig blijkt verder alles in order en zijn we klaar voor vertrek naar de Azoren.



De volgende morgen staan we op tijd op om uit te klaren maar gezien de enorme rij voor immigration waren we niet de enigen die vandaag, na dagen wachten, als beste vertrekdag hebben voorzien. We vertrekken te samen met diverse boten die we al eerder hadden ontmoet en allemaal het plan hebben om naar de Azoren te varen.




Sint Maarten versus Saint Martin.

Einde van de middag komen we aan in de baai van Margot. Erik wacht ons op en leidt ons naar een vrije mooring en niet veel later zitten we met zijn vieren in de kuip meer dan een jaar aan ervaringen met elkaar uit te wisselen. Ondertussen kijken we uit naar de aankomst van de True North waarmee we uit Culebra zijn vertrokken. Enige tijd later arriveren ook zij en liggen we met de twee zusterschepen naast elkaar aan een mooring. Laat wordt het niet want het nachtje doorvaren eist zijn tol.
We kiezen bewust de Franse kant van Saint Martin omdat inklaren hier reuze eenvoudig is. Je pakt je dinghy naar “Ile Marine” de dichtstbijzijnde chandlery in Marigot en je vult het inklaringsformulier in, print het uit en levert het in bij een medewerker die er een korte blik op werpt en klaar is Kees…. Een stuk makkelijker dan aan de “Nederlandse zijde” waar het weer een heel formeel circus is.


De volgende ochtend ben ik al vroeg wakker. Annette is nog in diepe rust en ik besluit de dinghy naar Marigot te pakken. Een kort rondje door het centrum laat zien dat de orkaan van 2017 zijn sporen heeft nagelaten. Om eerlijk te zijn, het is er niet op verbeterd. Her en der zie je nog stormschade aan de huizen en het geheel ziet er minder verzorgt uit dan toen ik hier was in 2008. Ik besluit de heuvel naar het fort op te wandelen. Van daaruit heb je een mooi uitzicht over de baai en de lagune. De gebouwen onderweg naar boven zijn voor een deel niet meer gerepareerd na 2017 en de coronapandemie heeft aan de voortgang van het herstel ook niet meegewerkt.





Terug naar de boot wip ik nog even binnen bij de boulangerie. Verse croissants en baguette maken het ontbijt weer eens tot een waar feestmaal.


Inmiddels blijken hier veel bekenden te zijn neergestreken en we besluiten om een kleine reünie te houden in de Sint Maarten Jachtclub op het Nederlandse deel van het eiland. Dit blijkt nog een flinke tocht met de dinghy over de lagune. Onderweg ook nog diverse boten die de orkaan niet ongeschonden zijn doorgekomen. Na een gezellige middag met een hapje en een drankje in het donker weer terug richting Marigot. Een beetje op de tast door de lagune en dan proberen je eigen boot te vinden ergens tussen vele andere in het mooring-veld blijkt een uitdaging. Normaal hangen we bij dit soort gelegenheden een fel knipperend lampje onder de zonnepanelen maar dat zijn we deze keer vergeten.

Inmiddels is de boot aan wat onderhoud toe. Het display en de bediening van de stuurautomaat heeft het begeven, de laatste schakel van de ankerketting bij de bevestiging aan het anker is wat erg dun geworden en het vlot is inmiddels bijna een jaar over de keuringsdatum. Gelukkig is op Sint Maarten echt alles wat je kan bedenken te koop en is de dichtst bijzijnde watersport winkel op 5 minuten varen met de dinghy. Allereerst vervang ik de bediening van de stuurautomaat. Gelukkig blijkt de nieuwe beddenunit van Raymarine compatibel met de oude waardoor dit een eenvoudig klusje lijkt. Met de nadruk op lijkt want het blijkt dat de maten niet overeenkomen en dat ik een oplossing moet zien te vinden om de boel goed dicht te krijgen. Het deksel van een Ikea doos blijkt de oplossing. Hieruit fabriceer ik een passtuk waarna de rest kinderspel was en de stuurautomaat weer kan worden gebruikt.



De ankerketting blijkt van 8 mm dikte naar een kleine 6 mm te zijn vermagerd. Hier brengt de haakseslijper uitkomst. Ik besluit 5 schakels te verwijderen zodat er weer een corrosievrij stuk aan het anker kan worden bevestigd. Wat rest is de keuring van het vlot. Dit blijkt niet mogelijk op Sint Maarten, althans niet voor ons vlot. Aangezien het vlot inmiddels al meer dan 15 jaar oud is besluiten we een nieuwe te kopen. Gelukkig hebben we een steekkarretje aan boord want het blijkt een wandeling van 3 km te zijn en dat met een vlot van meer dan 25 kg bij een temperatuur van ca. 30 graden is een behoorlijke uitdaging. Het oude vlot schenken we aan Island Water World waar later een seminar wordt gegeven over het oversteken van de oceaan met een demonstratie van het gebruik van een reddingsvlot. Lekker opwekkend! Overigens blijkt ons vlot het als enige van de gedoneerde vlotten nog prima te doen…




We zijn nu bijna een week hier en hebben nog weinig ondernomen. We waren van plan naar St. Eustatius te varen om een oud-collega van Annette te bezoeken. Jolly woont daar met Ed en zij is directeur van de basisschool op het eiland. Van verschillende mensen horen we dat ankeren bij St. Eustatius op zich prima gaat maar dat je er eigenlijk altijd flink rolt. We besluiten daarom om de ferry te pakken. Hiervoor moeten we met de bus naar Philipsburg aan de Nederlandse kant. Het is zondag en als we aankomen in Philipsburg blijkt bijna alles gesloten te zijn. Zelfs een kop koffie blijkt voor 12 uur in de ochtend bijna niet verkrijgbaar. We lopen wat rond door het stadje wat, zolang je niet te ver van de kust wegloopt, er aantrekkelijk uitziet. Er wordt hard gewerkt aan de bestrating want het bezoek van Willem-Alexander en Maxima staat voor de deur. De orkaanschade is nog steeds ook hier zichtbaar.



Links boven een foto uit 2005, eronder dezelfde plek in 2023





Philipsburg
Eind van de middag stappen we aan boord van de ferry, een snelle catamaran, die ons via Saba naar St. Eustatius of in de volksmond Stacia zal brengen. De tocht blijkt extreem oncomfortabel. Er staat een flinke zeegang maar dat verhindert de kapitein niet om met 20 knopen tegen de golven in te beuken. Na niet al te lange tijd vult de cabine zich met de lucht van zeezieke passagiers. Gelukkig is elke stoel uitgerust met een flinke hoeveelheid zakjes… Gelukkig houden wij het droog maar zijn we maar wat blij als we er op Saba even uit mogen om de douane verplichtingen voor de twee eilanden te voldoen. Even frisse lucht en vervolgens met de helft van de oorspronkelijke passagiers door naar Stacia waar we laat in de avond arriveren. Jolly en Ed staan als ontvangst committee al klaar en rijden ons door pikdonkere weggetje naar ons hotel. Quill’s garden is een mooi gelegen hotel aan de voet van de vulkaan de Quill met uitzicht over zee.



De volgende ochtend worden we door Ed opgehaald. Annette gaat naar de school van Jolly waar de kinderen worden voorbereid op het bezoek van Willem A., Maxima en Amalia de volgende dag. Ik ga met Ed te voet op weg naar de top van de Quill. De Quill is een slapende Vulcaan van ruim 600 meter hoog. De laatste uitbarsting was ergens tussen 100 – 400 na Chr. dus veel zorgen heb ik me niet gemaakt. De krater is een mooi regenwoud en de ook de buitenkant van de vulkaan is flink begroeid waardoor we grotendeels in de schaduw lopen. Onderweg komen we veel heremietkreeften tegen. Deze beesten gaan helemaal naar de top en scharrelen lekker rond op de rand van de krater. Als de schelp te klein wordt laten ze zich de berg afrollen om op het strand een passende behuizing te zoeken. Maffe beesten. Op de top hebben we een prachtig uitzicht over vrijwel het hele eiland met in de verte Saba.







Uitzicht vanaf de Quill
We spreken af voor lunch af bij restaurant Para Mira en besluiten, na een korte wandeling door het stadje terug te gaan naar het hotel om gewoon even lekker niets te doen! We krijgen een van de auto’s van Ed en Jolly mee waarmee we de volgende dag de rest van het eiland verkennen.




De volgende ochtend rijden we eerst naar de duikschool om een duik voor de volgende dag te regelen. We lunchen in een lokale kroeg en bezoeken daarna Fort Oranje en komen terecht in de generale repetitie van de afscheidsceremonie voor de koninklijke familie. Goed oefenen nog :-)… We sluiten de dag af op Zeelandia Beach hier leggen zeeschildpadden hun eieren en het geldt dan ook als beschermd natuurgebied. Zwemmen is er verboden maar gezien de branding ook niet een echt geschikte plek daarvoor.





Het is 8 februari, de dag van het koninklijk bezoek. Annette mag met Jolly mee om de kinderen te begeleiden en moet vroeg op.



Ik heb wat meer tijd want moet me eind van de ochtend melden bij Scubaqua voor een duik bij Triple Wreck. Hier zijn tijdens een storm in de 18e eeuw een groot aantal schepen vergaan. Je duikt in een onderwatermuseum met her en der restanten van de schepen. Kanonnen, porselein, wijnflessen en ankers zijn nog terug te vinden en op de ballast van de schepen vind je koraal en sponzen met daarom heen een kompleet aquarium met veel verschillende soorten vissen. Geen moeilijk duik maar wel een die de moeite waard was. Helaas had ik geen onderwatercamera mee dus foto’s ontbreken.



Inmiddels zit de laatste dag op Statia erop. We eten nog een laatste keer met Jolly en Ed. Aangezien we morgen al heel vroeg op de boot naar St. Maarten moeten zijn overnachten we deze laatste nacht in The Old Gin House. Dit ligt op loopafstand van de ferryterminal. Het bezoek aan Statia, Jolly en Ed zit erop. We hebben genoten van hun gastvrijheid en van het mooie eiland.




We worden door Wichard opgehaald bij het dinghy dock in Margot. Tijdens onze afwezigheid hebben ze een oogje in het zeil gehouden op Janjorem. Helaas hebben ze een onaangename ervaring gehad tijdens onze afwezigheid. Ze zijn in de nacht overvallen en zijn er helaas zelf ook niet geheel ongeschonden vanaf gekomen. We voelen ons niet meer veilig op de ankerplek en besluiten te verhuizen naar de andere kant van de baai waar we ankeren vlak achter de marina. Het is allemaal wat verder weg naar de wal maar ook op ruime afstand van Sandy Ground, de wijk die nogal wat criminaliteit kent en waar vanuit de overvallers waarschijnlijk hun slag hebben geslagen.
Vlak na aankomst in St. Maarten hebben we Starlink besteld. Het getob met lokale sim-kaartjes en de trage verbinding via de Iridium Go op zee zijn we zat. Inmiddels zie je op steeds meer boten de Starlink antenne verschijnen en horen we vooral positieve geluiden. We ontvangen een bericht dat onze Starlink is afgeleverd bij Shrimpy’s. Dus gelijk in de dinghy gestapt om het nieuwe speeltje af te halen. Een uur later functioneert het spul. Wel moet er nog een definitieve plaats voor de antenne worden gevonden want los op het dek is geen ideale oplossing als je vaart.



De volgende dag vertrekken we met vier boten richting Happy Bay. Een mooie ankerplek een paar mijl verderop. Meer dan dat blijkt het ook niet te zijn en na een gezellige avond met BBQ op het strand gaan we terug naar Marigot. Daar aangekomen krijgen we het bericht dan Hans’ vader ernstig ziek is en nog een zeer korte levensverwachting heeft. Natuurlijk willen we snel terug naar Nederland maar waar laat je je boot? Alle marina’s liggen vol vanwege de Heineken Regatta. Via via horen we dat Ton Koolen een aantal moorings in de lagune heeft. Een telefoontje later hebben we een mooring waar we de volgende dag terecht kunnen. Ton biedt aan om ons te begeleiden door de ondieptes en we spreken af na de brug bij Sandy Ground. We krijgen een mooie plek naast de boot van Ton en Nikki en hij biedt aan ons de volgende dag naar de luchthaven te varen. Tijdens onze afwezigheid zal hij ook regelmatig de boot controleren en luchten. Wij zijn hen enorm dankbaar voor alles wat zij hebben gedaan! Aangekomen in Nederland overleed mijn vader helaas 5 weken later op 87-jarige leeftijd. Enkele dagen later keren we terug op St. Maarten. We blijven nog enige tijd aan de mooring van Ton en we proberen ons bootleven weer op te pakken.
Inmiddels hebben we aansluiting gevonden bij de JestX met Inge en Erik en Jolly Seawitch met Ruth en Jeroen. Zij zijn van plan om terug te keren naar Nederland en ook wij besluiten om naar huis te gaan. We brengen nog een aantal dagen in de lagoon door waarin we de boot voor de terugtocht bevoorraden en diverse “afscheidsborrels” met mede cruisers hebben. Al met al een fijne afsluiting van een vervelende periode.





JestX en Jolly Switch vertrekken en paar dagen eerder terwijl wij de laatste bootklussen afmaken. Zodra we daarmee klaar zijn vertrekken we ook naar Grand Case. Daar wachten we een geschikt weer window af voor de oversteek naar Bermuda. Gran Case blijkt een fijne plek om te liggen. Een goed beschutte baai en aan de wal een gezellig dorp met veel café’s en restaurants. Uiteindelijk liggen we nog ruim een week in Gran Case. We snorkelen bij de rots voor de ingang van de baai en genieten van de laatste Caraibische dagen.




Een dag voor vertrek reinig ik het onderwaterschip waarbij ik wordt vergezeld door een flinke barracuda. Daarna klaren we uit in Marigot en gaan we ter afsluiting nog naar een Nederlandse cruisersborrel in Dock 46. Terug in Gran Case hebben we nog een laatste schippersoverleg over het vertrek naar Bermuda. JestX besluit uiteindelijk om nog niet te vertrekken en vanuit St. Maarten rechtstreeks naar de Azoren te varen.




30 april 2023 verlaten we St. Maarten of Saint Martin met bestemming Bermuda. Saint Martin is wat ons betreft de winnaar…

Pech in Puerto Rico.
We arriveren in Ponce, Puerto Rico op 14 december om middernacht na een zeiltocht van bijna 4 dagen vanaf Bonaire. De hele weg hebben we aan de wind gezeild over stuurboord boeg. Begin van de avond hebben we de motor gestart omdat de wind wegviel en meer tegen ging staan. De toegang tot de haven van Ponce is dankzij een tweetal geleide lichten goed in het donker aan te varen. Waren deze lichten er niet geweest dan was het nog een hele opgave geworden want de rode en groene ton die de ingang tot het toegangskanaal markeren waren niet te vinden. Uiteindelijke zagen we de rode ton met een heel flauw lichtje toen we deze op 100 meter afstand passeerden. Na ca. 2 mijl ligt aan de rechteroever de Ponce Yacht Club met daarvoor een ruime ankerplek.







Er liggen nog 3 boten waaronder de Chiara van Annet en Michiel. Zij waren enkele uren voor ons aangekomen. We zoeken een ruime plek en vervolgens snel het anker uit en naar bed. Dit bleek later niet helemaal de juiste beslissing want ik had me eerst telefonisch moeten melden bij de US Coast Guard. De volgende ochtend als eerste gebeld en het foutje werd ons vergeven. We worden verzocht een uur later terug te bellen voor nadere instructies. Na wat spraakverwarring blijkt dat we niet met de dinghy maar met het hele schip naar de kant moeten. Een blik achter ons toont een compleet ontvangst comité inclusief een grote herdershond. We halen het anker op en worden opgevangen door de mannen van de coastguard voor de afhandeling van de nodige formaliteiten en inspectie van het schip. De Chiara ligt nog steeds voor anker en is al even verbaasd als wij als we hen oproepen om ook naar de kant te komen. Inmiddels zijn er 2 mannen en K1 aan boord gestapt voor inspectie van het schip. Ik geef aan dat we weliswaar Nederlanders zijn maar dat ze voor drugs het andere schip moeten inspecteren. Blijkt dat het niet in de eerste plaats om drugs maar om de illegale invoer van verse groente, fruit, vlees en zuivel gaat. We blijken nog een paar verse spullen te hebben en kregen de nadrukkelijke opdracht dit aan boord te consumeren en het afval aan boord op te slaan. Aan wal brengen van organisch afval afkomstig van ingevoerde producten is streng verboden. We nemen dit ter kennisgeving aan en tekenen braaf de bijbehorende verklaringen. Inmiddels zijn onze paspoorten ingenomen en we worden verzocht een uurtje te wachten op de terugkomst daarvan. Het inklaren is in ieder geval goedkoop. Voor $16, gepast en contant te betalen, krijg je een compleet welkomst comité en uitgebreide instructies. Overigens allemaal uitermate vriendelijk dus geen klagen.De rest van de dag besteden we aan het opruimen van de boot, wassen en bijkomen.
De 2 dagen daarna bezoeken we, samen met de bemanning van de Chiara, Walllmart en Ponce. Als onderdeel van de VS is Puerto Rico goed bedeeld met grote shopping malls en is alles wat je wenst verkrijgbaar maar niet goedkoop. Ponce is een flinke stad met een historisch centrum wat helaas door de orkaan Irma en recentelijk door een aardbeving flink is beschadigd. Een aantal monumentale gebouwen en musea zijn daarom nog steeds gesloten in afwachting van herstel.




Toch is het de moeite van een bezoek waard en je krijgt en goed beeld van de oorspronkelijk Spaanse bezetting en de uitruil van het eiland met de VS in 1898. Een groot deel van de, opvallend vriendelijke, bevolking spreekt nog steeds uitsluitend Spaans.
Ondertussen is in de industriehaven een schip met cement afgemeerd en het lossen vindt plaats onder een enorme stofwolk die de Janjorem in no time omtovert in een grijs schip. Het cement stof blijkt hardnekkig en het heeft nog weken geduurd voor we het overal vanaf hadden gepoetst met pure schoonmaakazijn.
Helaas biedt de haven weinig vertier. De orkaan heeft alle restaurants aan de oorspronkelijk levendige boulevard weggevaagd. Wel is er een aantal keren per week een foodtruck festival met lokale gerechten en veel keiharde muziek.
We besluiten dan ook om samen met de Chiara te vertrekken naar Isla Caja de Muertos (doodskisteneiland). De naam laat raden wat hier de belangrijkste bron van inkomsten was. Het is een klein eiland met daarop een, ook door Irma, vernietigd resort. Het water is helder en het eiland kun je in een paar uurtjes bekijken.








Na wat wandel- en klauterwerk besluiten we dat een nachtje hier wel voldoende is en dat we de volgende ochtend vroeg zullen vertrekken naar Salinas. Een vroeg vertrek vanwege enerzijds de onrustige ankerplek door de swell en de vanaf 10 uur ’s morgens toenemende wind.







De baai van Salinas ligt mooi beschut omringd door eilandjes met mangrove en biedt ook bij orkanen enige mate van beschikking. De baai wordt, behalve door zeilers, ook bewoond door een grote groep zeekoeien en pelikanen die zich met regelmaat naast of op de boot vertonen.



Het is druk in de baai en we varen door tot achteraan waar we in ca. 3 meter diep water ankeren. Dit blijkt een prima plek met een korte afstand tot de marina met dinghy steiger.
Bij aankomst controleer ik meestal even snel het motorruimte op eventuele lekkages. Helaas is het dit keer prijs. Er ligt een flinke plas olie onder het motorblok en nader onderzoek wijst uit dat het niet de motor zelf maar de saildrive is die olie lekt via de as die de koppeling met de aandrijfas met de motor verzorgt. Conclusie: de oliekeerring die de afsluiting van de as verzorgt moet worden vervangen. Een vervelende klus want dit betekent dat de motor van zijn plaats moet om ruimte te creëren om de oliekeerring te vervangen. Nu hebben we veel reserveonderdelen aan boord maar een dergelijke oliekeerring ontbreekt. Uit overleg met Dieselparts Rotterdam blijkt dat ik het bij het juiste eind heb maar dat als de motor vergenoeg naar voren kan worden geschoven de saildrive op zijn plaats kan blijven. Dit betekent dat ik de reparatie in het water kan uitvoeren. Uit contact met de lokale Yanmar importeur blijkt het onderdeel daar niet op voorraad en dat moet uit de VS komen. Klinkt simpel maar het is inmiddels kerstmis en dat wordt in Puerto Rico vanaf half december tot aan Drie Koningen in januari gevierd. Ergo de monteur die ik ter assistentie nodig heb is drie weken op vakantie en de levertijd van het onderdeel ongewis. Voorlopige inschatting is dat we tot de 3e week van januari vastliggen in Salinas. Uiteindelijk bood dit oponthoud ook de mogelijkheid wat andere klussen aan boord uit te voeren.


We besluiten er het beste van te maken en huren samen met de Chiara een auto om Puerto Rico verder te verkennen. We vieren kerstmis met de bemanningen van Chiara, Wally Wallou en Theodorus C. met een kerstdiner bij Ladi’s Place. Het eten blijkt niet echt top maar dat is gecompenseerd met de nodige Black & Stormys en Pina Colada. Na kerstmis arriveert ook de True North en met de bemanningen van de 5 schepen vieren we later oud en nieuw op de Janjorem.






Puerto Rico blijkt een prachtig land met aardige behulpzame bevolking en mooie steden en heel veel natuur variërend van wat droger en meer in cultuur gebracht landschap tot tropisch regenwoud met watervallen, mooie bomen en meters hoog bamboe. Aan de kust zijn er een aantal toeristenplaatsen met mooie stranden en mooie uitdagende wave, kite en windsurfplekken.
De hoofdstad San Juan bestaat uit de oude stad aan het water en de wat lager gelegen nieuwe stad daarachter. De oude stad ademt het Spaanse kolonialisme met prachtige oude gebouwen en omringt door een drietal oninneembare forten. Nederlanders, Engelsen, Fransen, ze hebben allemaal geprobeerd de stad en daarmee Puerto Rico in handen te krijgen maar het is geen van hen gelukt. Tot in 1898 een schimmige deal met de VS leidde tot de “vrijwillige” overdracht het van Spanje aan de VS. Voor de VS was Puerto Rico van strategisch belang als dichtst bij de evenaar gelegen uitvalsbasis voor marine, luchtmacht en later als grondstation voor communicatie- en spionagesatellieten. Puerto Rico geniet een speciale status als onafhankelijk land binnen de VS en is dus niet een van de Amerikaanse staten. We maken een mooie wandeling door de stad en sluiten de dag af in een van de vele gezellige restaurants met binnentuin in het oude centrum.
De daarop volgende dag maken we uitstapjes naar de oude satellietbasis, het Arecibo Observatory. Hier stond onder andere de grootste radiotelescoop ter wereld. Deze speelde een belangrijke rol in de James Bond film GoldenEye. Helaas is de telescoop ingestort begin 2020 maar de resten en een interssant museum over het onderzoek en de data die in ca. 50 jaar is verzameld, is de moeite waard. Ook de rit er naar toe is erg leuk en leidt je via allerlei kleine steile bergweggetjes door een jungleachtig gebied. De reden van het instorten wordt geweten aan de invloed van orkanen en aardbevingen die de constructie zouden hebben verzwakt. Maar gebrek aan onderhoud lijkt ook een plausibele verklaring. Jammer want de telescoop was uniek en de herbouwkosten zijn te hoog voor de Puerto Ricaanse overheid en uiteindelijke zijn er alternatieven met goedkopere en effectievere moderne observatoria.






Vanuit het observatorium rijden we door naar Arecibo. Dit zou een pareltje aan de kust moeten zijn maar dat lijkt al even geleden. De stad is ernstig beschadigd door Irma en een aantal aardbevingen. Aan de gebouwen kun je de grandeur van de Spaanse tijd herkennen maar de ontbrekende de daken en de aangebrachte muurschilderingen maken het er niet fraaier op. Dus lunchen en wegwezen.





Later bezoeken we het hoogst gelegen stadje van Puerto Rico, Aibonito. Het stadje zelf ligt er verlaten bij maar het ligt aan de prachtige La Ruta Panoramica. Een route waar we ook de weken daarna nog regelmatig een stuk van rijden met prachtige vergezichten en regenwouden.





Ondertussen is het Drie Koningen en wachten we nog steeds op onze onderdelen. Salinas kennen we inmiddels wel en aangezien we niet steeds een auto willen huren bestaan onze dagen steeds meer uit een wandelingetje naar de bakker of de supermarkt en zo nu en dan een drankje of een hapje eten in de vele etablissementen in de omgeving van de baai. In de marina zelf zit overigens een prima restaurantje met een keer per week verse sushi en sashimi. Uiteindelijk vertrekken langzaamaan onze vrienden van de andere boten. We besluiten dat het tijd is om er een paar dagen tussenuit te gaan en boeken een verblijf op een oude plantage. Casa Grande Mountain Retreat is nu een retraite oord geworden met yoga sessie, massages en, naar ze zeggen, gezond en uitstekend veganistisch eten. Als carnivoor pur sang moet ik toegeven dat het inderdaad prima eten was. Het is een prachtige omgeving met mooie kamers. Helaas regende het bijna 2 dagen non-stop zodat we de omgeving vooral vanonder een afdakje en vanuit de auto hebben gezien. Maar het was een heerlijke afwisseling. Op de terug weg passeren we eerst de Caonillas stuwdam en daarna Cañón Blanco, een indrukwekkende witte rotspartij waardoor met veel geweld het regenwater uit de bergen wordt geperst.











Uiteindelijk is de dag daar. We boeken een ligplek in de Marina voor 2 dagen. De eerste dag bereid ik zoveel mogelijk de demontage van de motor voor en op dag 2 komt er een monteur met het gewraakte onderdeel. Hij heeft een dag uitgetrokken voor het demonteren en monteren van onderdeel en motor maar na 3,5 uur is de klus geklaard en draait de motor en saildrive weer als een zonnetje. Hierdoor houden we tijd over en kunnen we de boot klaarmaken voor vertrek naar Vieques, een Portoricaans eiland zo’n mijl of 50 verderop.


We vertrekken vroeg in de ochtend om zo min mogelijk tegenwind te hebben. Het zal vooral het eerste stuk motoren worden tegen wind en stroom. Als we eenmaal op zee zijn blijkt de boot nauwelijks snelheid te willen maken op de motor. Het lange stilliggen in de, blijkbaar zeer voedzame, baai van Salinas heeft waarschijnlijk gezorgd voor veel aangroei van pokken en plantjes op de schroef en de romp. Uiteindelijk besluiten we een extra stop in te lassen bij Patillas om eerst schroef en onderwaterschip te ontdoen van alle aangroei. De Puerto Patillas blijkt een prima beschutte baai waar het goed ankeren is op ondiep water met een zandgrond met wat zeegras. Anker erin, duikspullen aan en aan de slag dus. Dankzij de Coppercoat op onze romp zat de aangroei nauwelijks vast en was die er met een ijskrabber makkelijk af te schrapen. De schroef zat flink vol met pokken en de saildrive was voorzien van diverse mooie plantjes. Na een uur noeste arbeid is het onderwaterschip weer mooi glad en blinkt de schroef je onder water tegemoet. We genieten va het uitzicht en de ondergaande zon. Morgen verder naar Vieques.


De tocht naar Vieques bleek grotendeels recht in de wind. We besluiten te beginnen op de motor. Zo af en toe passeert er een regenbui met mooie regenbogen voor de Puerto Ricaanse kust tot gevolg. De oversteek naar Vieques is kort en daarna volgt er een lang stuk parallel aan het eiland naar de ankerblad waar ook True North en Wally Wallou liggen. Sun Bay doet zijn naam eer aan. Een mooi wit strand met palmbomen en een stralend zonnetje bij aankomst. Maar wat een beroerde plek om met de swell die van buiten net om het hoekje van de baai binnen komt te overnachten. We besluiten de volgende dag om snel door te varen naar Culebra. De eerste 10 mijl waren behoorlijk onstuimig maar nadat we de punt van Vieques hadden gerond en Culebra in zicht kregen werd een heerlijk stukje zeilen. Culebra is een klein eiland dat onderdeel is van Puerto Rico. Er zijn een paar mooie ankerplekken. Direct achter het rif heb je een prachtig uitzicht maar dat vonden meer mensen en het lag er dermate vol dat we besluiten door te varen tot het stadje. Daar ligt een grote baai met voldoende ruimte en bovendien biedt het makkelijk toegang tot de winkeltjes en restaurants. Je gaat hier tientallen jaren terug in de tijd. De sfeer is gemoedelijk en het plekje schilderachtig. Een dag later voegt ook True North zich weer bij ons en we besluiten om van hieruit gezamenlijk naar Sint Maarten te vertrekken zodra het de wind het toelaat. Het is inmiddels de eerste week van februari en vanuit Sint Maarten willen we graag nog Guadeloupe, Antiqua, St. Barth, Sint Eustatius en Saba bezoeken. Helaas zal er van die plannen weinig terecht komen.







Voor vertrek naar Sint Maarten moeten we uitklaren uit Puerto Rico. Dit blijkt te kunnen op het vliegveld van Culebra. Na een korte trip met de dinghy en een wandeling van 20 minuten komen we aan bij het vliegveld. Helaas lijkt het erop dat Immigration gesloten is uit de verhalen van andere zeilers hadden we begrepen dat het weleens enkele uren kan duren voor je wordt geholpen. Niets blijkt minder waar, een paar keer kloppen en er verschijnt een vriendelijke geüniformeerde meneer die ons binnenlaat en zich stort op het papierwerk. Hij blijkt erg geïnteresseerd in wat we doen en waar we zijn geweest. Al met al staan we na een uurtje weer buiten, klaar voor vertrek naar Sint Maarten.



De wind is gedraaid naar het noordoosten en dat is net genoeg om zeilend Sint Maarten te kunnen bereiken. We verwachten er ruim een dag over te doen dus dat betekent een nachtje doorvaren. We passeren de British Virgin Islands gedurende de avond en nacht. We hebben besloten hier niet te stoppen vanwege de enorme drukte op de ankerplaatsen en de hoge kosten voor inklaren en mooring. Zoals vaak blijkt het venijn van de tocht in de staart te zitten. De oversteek van de BVI naar Sint Maarten blijkt hoog aan de wind met een pittig zeetje op de kop. Stuiteren dus! We krijgen bakken met water over maar het lukt ons om met slechts 1 extra slag de baai bij Marigot te bereiken. Rond half 5 komen we aan en worden we door Erik en Karin van de Marelief verwelkomd. Leuk hen na bijna een jaar, we hadden hen de eerder ontmoet op Tenerife en Martinique, weer terug te zien.



Ons avontuur in Puerto Rico is teneinde. Was het nu eigenlijk echt Pech in Puerto Rico? Nee, zeker niet. We hadden Puerto Rico eigenlijk niet in ons lijstje van te bezoeken plaatsen staan maar het was vanaf Bonaire vanwege de wind op dat moment de enige haalbare bestemming. Uiteindelijk waren we blij verrast over de veelzijdigheid en vriendelijkheid van het land. Pech met de techniek is dus zeker geen pech in perspectief van onze reis. Puerto Rico is in vergelijking met de rest van de Caraïbische eilanden een door toeristen relatief onontdekte bestemming maar wat ons betreft een absolute aanrader!
De (A)BC Eilanden
Na een heel mooie zeiltocht vanaf Martinique komen we op 6 mei aan op Curaçao. Bij de ingang van het Spaanse Water vaart Gijsbert ons in zijn snelle boot tegemoet. Het is al tegen zonsondergang en de begeleiding door de smalle ingang van het Spaanse Water en de hulp bij het vinden van een geschikte ankerplaats voor de duisternis invalt was heel fijn. De plek die Gijsbert had uitgekozen lag op een heel kort dinghy ritje van zijn appartement aan de rand van het Spaanse Water. Als klap op de vuurpijl hoefden we ook niet meer zelf te koken maar werden we door Gijsbert ontvangen met een heerlijk maaltijd op zijn terras. Een goed begin van het eerste deel van ons verblijf in Curaçao.



Vooraf hadden we over het eiland nogal wat verschillende berichten ontvangen. Variërend van “nooit meer” tot laaiend enthousiast. Terugkijkend naar onze tijd daar horen wij bij de groep enthousiastelingen. Het eiland heeft veel te bieden als je maar verder kijkt dan de geijkte toeristenresorts.








In de dagen na onze aankomst komen er steeds meer boten aan die ervoor kiezen om het orkaanseizoen hier door te brengen. Curacao ligt net buiten de “hurricane zone” in het Caribisch gebied en velen laten hun boot hier een paar maanden achter om zelf naar elders te vertrekken. Al snel na ons komen Ocean Monkey, Misty Blue en Blowing Bubbles aan. Boten en bemanningen waar we eerder al mee hebben kennisgemaakt en waarmee we een leuke klik hebben. Verder maken we kennis met de bemanning van de Heron. Kim en Vincent zullen later voor ons nog van onschatbare waarde zijn. Kortom, er ontstaat een gezellig en internationaal clubje wat op donderavonden steeds verder uitbreidt tijdens de cruisers night in restaurant The Pier.

Naast het klaar maken van de boot voor een langere periode op de wal, gaan we er regelmatig met een gehuurde auto op uit om het eiland te leren kennen. We bezoeken onder andere het Shete Boka National Park en het slavernijmuseum Kura Hulanda en we frequenteren diverse prima horecagelegenheden. Aan goed eten geen gebrek op Curacao! Speciale vermelding voor restaurant De Visserij. Dit is een restaurant wat wordt gerund door mensen met afstand tot de arbeidsmarkt èn waar de vis rechtstreeks voor een faire prijs van de vissers wordt gekocht. Hier eet je absoluut de lekkerste seared tuna en voor de prijs hoef je een extra portie niet te laten.









Op 14 juni zullen we terugvliegen naar Nederland maar aangezien we, bij terugkeer op Curaçao, eind september onze vrienden Teun en Trudy op bezoek krijgen en in november Jantine, Ivan en onze kleinzoon Julius, hebben we dan nog ruim de tijd om andere delen van het eiland te ontdekken. We zetten de uitstapjes in juni dus op een laag pitje en genieten van de rust op de boot. Op 6 juni vieren we mijn verjaardag met een borrel bij Taboosh en krijg ik een verjaardagsduik cadeau van Blowing Bubbles. We maken een mooie driftduik van Directors Beach naar Tugboat Beach. Je duikt hier langs een heel steil drop off. Genietend van het koraal en de vissen worden we door de stroom langzaam meegevoerd naar het sleepbootje wat ligt afgezonken voor Tugboat Beach. Daar vlakbij vind je ook een plek waar koraal wordt gekweekt wat later op de riffen wordt uitgezet.






Inmiddels wordt het tijd het Spaanse Water te verruilen voor Curacao Marina waar de boot de komende 3 maanden in het depot wordt geplaatst. We besteden hier nog 2 dagen aan het klaarmaken van de boot en op 12 juni nemen we onze intrek in The Ritz, een tot hotel omgebouwde ijsfabriek, waar we nog twee dagen kunnen bijkomen voor de reis naar Nederland.



Na bijna 3 maanden in Nederland keren we eind september in gezelschap van Teun en Trudy terug naar Curaçao. Zij kunnen daar gebruik maken van het appartement van Gijsbert aan het Spaanse Water. De eerste dagen besteden we aan het vaarklaar maken van Janjorem. Het poetswerk hebben uitbesteed aan Curaçao Marine Services. Normaal doen we dat zelf maar alleen de gedachte aan poetsen bij 32 graden en een luchtvochtigheid van meer dan 80% maakte ons al moe. Bij aankomst op de jachthaven glimt de boot ons al tegemoet en na wat onderhoud aan de saildrive en schroef gaan we te water.
We blijven nog 2 dagen in de marina liggen om de binnenkant weer op orde te krijgen en alle systemen weer aan de praat te krijgen. Daarna vaar ik met Teun en Trudy de boot om naar het Spaanse water. Hier zullen we tot het eind van het orkaanseizoen zijn blijven liggen.

We hebben nu dus ruimschoots de tijd om Curaçao nog verder te leren kennen. Voor de zomerstop waren we al enthousiast geworden over het eiland en na diverse uitstapjes met Teun en Trudy is ons enthousiasme alleen maar toegenomen. We hebben een gezellige tijd met hen. Helaas komt hun vakantie teneinde en vliegen ze na 14 dagen terug naar Nederland. Wij besteden nu onze tijd aan het verder zeilklaar maken van de boot en genieten van de momenten met de andere cruisers. Inmiddels zijn de cruisersborrels van alleen de donderdagavond bij de The Pier, nu ook aangevuld met Hamburger Night bij Uncle Joe op dinsdag en een maandelijkse borrel op het strand bij de surfclub. Voldoende gelegenheid voor sociale contacten dus.





Helaas bereikt ons half oktober het nare nieuws dat Annette’s moeder is overleden en nog dezelfde dag vliegt zij terug naar Nederland. Ik blijf nog een paar dagen om de boot zodanig klaar te maken dat deze onbemand voor anker kan blijven liggen en vlieg dan ook terug om op tijd in Nederland te zijn voor de begrafenis.
De dag na de begrafenis gaat de telefoon. Kim van de Heron belt dat onze boot tijdens een reversal (180 graden draaiing van de wind) van het anker is geslagen en vastligt in de mangrove. Het is dan omstreeks 4 uur in de ochtend in Curaçao en Kim en Vincent waren wakker geworden door de plotselinge draaiing en toename van de wind. Toen ze aan dek kwamen was onze boot inmiddels gepasseerd en gelukkig zonder andere boten te raken de mangrove ingedreven. Inmiddels was de wind gaan liggen en een korte inspectie door Vincent had geen schade aangetoond. De volgende ochtend hebben zij Janjorem bij opkomend water op eigenkracht losgekregen en opnieuw geankerd. Eind goed, al goed en wij zijn Kim en Vincent enorm dankbaar!
We blijven nog tot begin november in Nederland en vliegen dan terug zodat we nog enige tijd met Jantine, Ivan en Julius kunnen doorbrengen die inmiddels al met hun vakantie op Curaçao zijn gestart. Na een vervelende tijd pakken we de draad weer op. Helaas is door het overlijden de duikvakantie die we met Joris en Lisa op Bonaire zouden hebben niet doorgegaan.
In de resterende periode op Curaçao hebben we nog een leuke tijd met Gijsbert en met de op Curaçao wonende Nederlanders Ron en Tosca en Ruud en Francis. Met Ruud heb ik nog een mooie duik gemaakt bij Karakter. Een duikplek die echt de moeite waard is en bovendien kun je er na afloop uitstekend lunchen.




Het is inmiddels 4 december en het orkaanseizoen is voorbij. We besluiten zo snel het weer het toelaat te vertrekken naar Puerto Rico. Aangezien zich nog geen geschikt weervenster aanbiedt besluiten we via Klein Curaçao naar Bonaire te gaan en daar te wachten op een gunstige windrichting. Tijdens ons vertrek hebben we een escorte van de drie speedboats van Gijs, Ron en Ruud. Kortom een leuk einde aan een heerlijk verblijf op Curacao!

Om vier uur ’s middags komen we na een lekker zeiltochtje aan op Klein Curacao. We besluiten hier een nachtje illegaal, we zijn al uitgeklaard, te blijven. De ankerplek is rustig en voorzien van moorings om schade aan de bodem te voorkomen. We kiezen een mooring naast de Heron die, na een weinig succesvol middagje vissen, besluiten om ons nog een nachtje gezelschap te houden. Het water is kraakhelder en vol kleurige vissen. We besluiten niet aan land te gaan maar wat te snorkelen in het heerlijke blauwe water. Een verademing na het Spaanse Water wat door de overvloedige regenval op Curaçao was veranderd in een modderpoel.



Gezien de reputatie van de moorings controleer ik de lijn, de ketting en het betonblok en dat ziet er prima uit. We genieten van een mooie zonsondergang en gaan op tijd naar bed.

Boem…. Het is vijf uur in de ochtend als we wakker worden van een dreun en stemmen. We blijken zij aan zij te liggen met de Heron. Gelukkig hebben zij nog wat fenders hangen en wordt daarmee schade voorkomen aan beide boten. Een van de boten moet los zijn gekomen van zijn mooring. Als Annette aan de lijn trekt blijkt ze de hele mooring aan boord te kunnen tillen. Hiermee zijn we er nog niet. Ons roer blijkt vast te zitten achter de mooring lijn van Heron. Dat wordt een nachtelijke duik. Gewapend met een duiklamp plons ik het water in en zie dat er geen schade is en ik alleen de lijn van achter ons roer moet zien te sleuren. Met enige krachtsinspanning krijg ik de lijn onder ons roer door getrokken en zijn we vrij van de Heron. We halen de mooring aan boord. Het blijkt dat de borging van de D-sluiting, waarmee de mooring aan het betonblok op de bodem vastzit, is verdwenen. Volgende keer dus nog beter inspecteren voordat we een mooring vertrouwen.


Inmiddels wordt het licht en we besluiten direct door te gaan naar Bonaire. Er is nog nauwelijks wind en wat er is staat recht op de kop. We nemen nogmaals afscheid van de Heron die ons nu twee keer heeft gered. Als we opschieten zijn we voor de wind aantrekt naar Bonaire gemotord.
Vier uur later liggen we aan, wederom, een mooring bij Bonaire. Ankeren is hier verboden om schade aan het koraal te voorkomen. Gelukkig hebben de moorings hier een goede reputatie en worden ze regelmatig geïnspecteerd en vervangen. We liggen vlak voor een duikshop wat goed uitkomt want mijn fles moet worden gevuld en ik heb wat onderdelen nodig om de duikuitrusting te onderhouden. Ondanks de nabijheid van Curacao zijn de eilanden niet te vergelijken. Bonaire oogt lieflijker en de hoofdstad Kralendijk is een uit de kluiten gewassen dorp met veel minder verkeer dan op Curacao. Een paar uur na ons arriveert de Chiara. Zij zijn gelijk met ons uit Curacao vertrokken en we hebben ze eerder ontmoet in Cherbourg en Mindelo. Ook zij hebben een tussenstop gemaakt op klein Curacao en ons in alle vroegte zien vertrekken. Zij lagen wel vast…


Begin van de middag klaren we in bij de Nederlandse douane. Een verademing; efficiënt, vriendelijk en duidelijk. Dat hebben we lange tijd gemist. Op de terugweg van de douane passeren we de bekende Karels Beach Bar en we besluiten met Michiel en Annette om een tussenstop te maken voor een biertje, bitterballen en frikandelletjes.

Omdat we verwachten binnen enkele dagen tot een week alweer te vertrekken naar Puerto Rico proberen we onze tijd goed te besteden. We graag de hoogtepunten van het eiland zien en bovendien wil ik nog erg graag een duik maken tussen het mooie koraal van Bonaire.
De zoektocht naar een auto eindigt in een deceptie. Als je er al een kan huren kost die $ 100/dag. Absurd duur en in geen geval zijn we bereid dat ervoor neer te tellen. Plan B treedt in werking. We gaan opzoek naar een georganiseerde tour over het eiland en vinden uiteindelijk een rondrit met gids die ons in 4 uur tijd langs de interessantste punten van het kleine eiland zal rijden. Het blijkt een succes. Onze gids is een Nederlander die al meerdere jaren op Bonaire woont en enorm veel over de historie kan vertellen. Helaas is een bezoek aan het nationale park door de overvloedige regen van de afgelopen weken niet mogelijk. Het park is gesloten en zal tijdens ons verblijf op Bonaire dicht blijven.






Inmiddels hebben we contact gelegd met onze Zweedse vrienden van de Yolo. We hebben ze eerder gesproken op Grenada en Curaçao. Zij hebben net hun duikbrevet gehaald en wanneer ze horen dat ik een duik wil gaan maken stellen ze voor dit gedrieën te doen. De volgende morgen om 10 uur gaan we het water in voor een mooie duik bijna recht onder onze boten.





Al na een kleine week dient zich een weervenster aan wat gunstig is voor de tocht naar het noorden. De Chiara, de Theodorus Cornelis en de Yolo hebben ook het plan om richting Puerto Rico of Sint Maarten te vertrekken. We plannen een bemanningsmeeting met hapje en drankje bij de Yolo aan boord en besluiten dat 12 december een gunstig vertrek moment is. De volgende dag bereidt Annette drie warme maaltijden voor zodat we tijdens de aandewindse tocht naar Ponce in Puerto Rico niet uitgebreid in de keuken hoeven te staan.
In de vroege ochtend van 12 december vertrekken we naar Puerto Rico.

Martinique
Martinique
Na de regenachtige aankomst besluiten we de volgende dag door te varen naar de jachthaven van Le Marin. Na meerdere keren zonder resultaat aanroepen via de marifoon besluiten we de receptie te bellen. Dit blijkt de oplossing om uiteindelijk marifooncontact te krijgen. Nu blijkt het Engels van de dockmaster slechter dan mijn Frans maar de strekking van de boodschap was dat de haven vol was maar dat er mogelijk nog een plekje beschikbaar komt. We besluiten het erop te wagen en varen door naar de ingang van de marina waar we wederom geen reactie krijgen op onze oproep. We meren aan bij het brandstofponton waar we een ontstemde dame aantroffen die ons duidelijk maakte dat we voorlopig maar moesten wachten want er wordt geluncht tot twee uur. Ontspannen schikken ons in ons lot en besluiten ook te gaan lunchen. Onverwachts ontstaat er beweging niet een maar zelfs twee dockmasters komen ons tegemoet. We volgen een van hen en binnen 5 minuten liggen we in een ruime box dichtbij de vele watersportwinkels en met de dinghy is het 100 meter naar de overkant voor nog meer winkels, wasserette en restaurants. De komende 4 weken zullen we op en rond Martinique doorbrengen.


De eerdere problemen met de watermaker en de daaruit volgende discussies met de Nederlandse leverancier hebben uiteindelijk geleid tot de toezegging van de fabrikant dat er een vervangende manometer en membraan klaar zullen liggen bij de lokale dealer. De volgende dag loop ik vol goede moed naar de 3 kilometer verderop gelegen winkel van de dealer. Daar aangekomen blijkt er weliswaar een email met de toezegging te zijn aangekomen maar helaas geen spullen. Uit coulance krijg ik een membraan uit de voorraad van de dealer mee. We zullen het alleen voorlopig zonder manometer moeten doen. Terug op de boot begin ik direct met het uitbouwen van de watermaker en het demonteren en monteren van het membraan en anderhalf uur later kunnen we ons eigen drinkwater weer produceren. Hiermee zijn we verlost van het gesjouw met flessen drinkwater en kunnen we ook weer onbeperkt douchen en (af-)wassen zonder het dure water te moeten tanken in een haven.


We blijven nog twee dagen in Le Marin. Sinds Tenerife zijn we weggeweest uit de West-Europese “beschaving”. Dus geen files, frisse lucht, rust maar ook een kleinere keuze uit levensmiddelen en luxeartikelen. Na 7 maanden ervaren we een cultuurshock. Opeens bevinden we ons aan de Riviera in de Carieb. Martinique is een volwaardig Frans arrondissement en is dan ook voorzien van alle gemakken en ongemakken die je ook in Frankrijk zelf treft. Met een aantal grote supermarkten en watersportwinkels in de buurt kunnen we de inmiddels slinkende voedsel- en drankvoorraad en reserveonderdelen aan boord aanvullen.





Terug op de drukke ankerplaats bij Sainte Anne besluiten we zo dicht mogelijk bij het dinghy dock voor anker te gaan. Gemak dient de mens en zo kunnen we dagelijks voor het ontbijt verse croissants, baguettes en pain aux chocolat halen. We vallen een beetje in een, het klinkt wat vreemd, vakantiemodus. Uitslapen, lezen een klein beetje onderhoud aan de boot en dat is het de komende dagen. Af en toe wisselen we het af met een wandeling door Sainte Anne en langs de kust richting de zoutpannen. Ook is er ’s avonds regelmatig wat te doen. Een van de positieve overblijfselen uit de Corona lock down periode zijn kleine concertjes op het achterdek van schepen. Het varieert van een verrassend pop harpconcert tot een avondje blues en rock met gitaar en saxofoon waarbij de bezoekers met aan elkaar geknoopte dinghy’s genieten van een biertje en een hapje.





We maken kennis met Jean-Marc en Karen van Blowing Bubbles. Hun grote passie is duiken en alles wat met de zee te maken heeft. Na het verkopen van hun duikschool in België zijn ze vertrokken met Blowing Bubbles en bieden de mogelijkheid tot charteren gecombineerd met duiktrips. Daarnaast geven ze duiklessen. Nu hebben we alle duikspullen wel aan boord maar ik was nog niet eerder toegekomen aan het nemen van duiklessen. Aangezien we ons in een duik-Mekka bevinden moet het er toch eens van komen dat ik serieus met het spul leer omgaan en de volgende dag om half tien wordt de eerste les gepland. Ondertussen mag ik zelf aan de slag met de theorie. Dat kost me drie avonden maar dan zit dat erin. Op de vierde dag heb ik alle duiklessen voltooid en ontvang ik mijn NAUI Open Water Certificate. Als voorschot op mijn verjaardag krijg ik van Annette een duikcomputertje en kan het echte werk beginnen. De laatste duik ga ik met Jean Marc naar dieper water en geeft hij me een mooi voorproefje van wat een rif te bieden heeft. De diverse kleuren van het rif, de vissen en de rust onder water zijn fantastisch en enorm ontspannend. Ik merk dat ik nog veel moet leren want ik mis regelmatig dingen in mijn omgeving terwijl Jean-Marc niets lijkt te ontgaan.



Inmiddels is het bijna pasen en Blowing Bubbles besluit dat er wat leven in de brouwerij moet komen. Ze organiseren paaseieren zoeken voor de kinderen van de cruisers. Ouders en andere cruisers genieten van hun zelf meegebrachte koffie, thee, bier enzovoorts. De opkomst is groot en het is een leuke manier om nog meer medezeilers van veel verschillende nationaliteiten te ontmoeten.


We zijn inmiddels twee weken in Martinique als Dirk en Antje aankomen. We zullen de komende 10 dagen met elkaar Martinique verder gaan verkennen. Nu we over een huurauto beschikken komen we ook weer eens wat verder weg van de kust en trekken we het binnenland in. Martinique blijkt enorm afwisselend. Variërend van een winderige atlantische kust met flinke golven, een binnenland met tropisch regenwoud tot een meer toeristische kust aan de Caraibische Zee is er voor ieder wat wils.
De eerste dag besluiten we de oostkant van het eiland te verkennen. We rijden naar Le Vauclin en komen erachter dat, door het vele rottende sargassum wier (sargassum wier is een groot probleem in het Caraibisch gebied en een bedreiging voor de zeeschildpadden) en de ruwe zee, zwemmen aan deze kant van het eiland niet aanlokkelijk is. We rijden door naar La Trinité en genieten van een heerlijke Caraïbische lunch. Aangezien het strand blijft lokken steken we over naar de oostkant van het eiland en bij Sainte Luce vinden we een prachtig strandje met uitzicht op Le Diamand en grenzend aan een mooi en beschermd mangrove bos.


Midden in het regenwoud ligt een prachtige botanische tuin. De weg er naartoe leidt langs de drukke omgeving van Fort de France maar verder in het binnenland wordt het rustiger en doet het regenwoud zijn naam eer aan. De regen komt met bakken uit de hemel. Eerst koffie dus voor dat we de botanische tuin ingaan in de hoop dat de regen afneemt. Uiteindelijk brengen we het er daar droog vanaf en genieten van de kolibries, de planten en het mooie uitzicht over het regenwoud.



We vervolgen onze weg voor een wandeling door het regenwoud maar zien hier vanwege de enorme buien vanaf en rijden door naar Saint-Pierre. Dit was ooit de hoofdstad van Martinique maar na een enorme verwoesting als gevolg van een vulkaanuitbarsting in 1902 is deze rol overgenomen door Fort de France. Een aantal ruïnes van beeldbepalende gebouwen uit die tijd zijn nog te zien en er is een klein maar interessant museum over de ramp. We lunchen er aan het strand en zien grote aantallen witte krabben enthousiast gaten graven om zich hier vervolgens in terug te trekken. Voor de kust liggen wat zeilboten vooranker maar het rolt er flink en we besluiten dan ook om de boot in Sainte-Anne te laten liggen de komende dagen.


Ter afwisseling besluiten we een paar dagen met de boot op pad te gaan en vertrekken naar Grande Anse. Er staat net voldoende wind om te kunnen zeilen en enkele uren later laten we het anker vallen voor het strand met de vele kleine restaurantjes. Vooraf hadden we te horen gekregen dat ankeren niet is toegestaan en je gebruik moet maken van de moorings. Deze bleken allen bezet maar als je niet te dicht onder kant ankert blijkt er niets aan de hand te zijn. Helaas blijken de verwachte schildpadden op vakantie en wordt het dus een beetje doelloos rondzwemmen in de hoop toch nog een verdwaalde schildpad te ontmoeten. In de avond steekt de wind op. Harde windvlagen komen met grote regelmaat vergezelt van regen over. Ons Ultra-anker houdt prima en met vertrouwen gaan we redelijk op tijd na een heerlijke maaltijd onze kooi in. De volgende ochtend is de boot 180 graden gedraaid en word ik wakker met uitzicht op het strand. De wind is weg en het lijkt een mooie dag te worden. Jammer genoeg draait de wind weer en komen er wederom met regelmaat buien over. We brengen nog een kort bezoek aan het dorpje en besluiten vervolgens terug te varen naar Le Marin.

De plantage bij La Trinité is een van de grootste plantages op het eiland geweest en de verhalen en overblijfselen vertellen het verhaal van de rijke plantage-eigenaren en de beroerde behandeling van de slaven. De plantage ligt op een helling aan een baai die dienstdeed als natuurlijke haven. Er werd voornamelijk suikerriet verbouwd waaruit melasse en rum werd geproduceerd. Van de plantage zelf is weinig meer te zien maar de restanten van de gebouwen zijn indrukwekkend en de moeite van een bezoek waard. Tijdens de wandeling over de plantage komen we manzanillaboom tegen. Dit is een boom met gele vruchten. Alle onderdelen van deze boom scheiden een bijtende vloeistof af. De vruchten moet je dan ook niet aanraken en tijdens regen is het niet aan te bevelen om onder een dergelijke boom te schuilen. Dit soort komt in vrijwel het hele Caraïbisch gebied voor maar hier op Martinique zien we ze wel erg veel. Om ongelukken te voorkomen zijn deze bomen vrijwel allemaal voorzien van een geschilderde rode band om de bast.



Martinique is nog steeds een producent van rum en er zijn meerdere destilleerderijen op het eiland aanwezig. Een van de grootste en oudste is St. James. We brengen een bezoek aan het museum en kunnen het wederom niet laten een fles rum te kopen. Maar nu niet eerder dan dat we er eens goed van geproefd hebben. De ervaring van het veel te sterke en onwelriekende goedje uit Grenada ligt ons nog te vers in het geheugen. Hopelijk heeft Neptunus er meer van genoten dan wij.



Het bezoek van Dirk en Antje is voorbijgevlogen. Wij blijven nog enkele dagen in Le Marin. We bereiden de boot voor op het vertrek naar Curaçao. In de haven wordt inmiddels de enorme vloot aan huurcatamarans klaar gemaakt voor het orkaanseizoen. De zeilen en kussens gaan eraf, er wordt gerepareerd en schoongemaakt en dinghys veilig opgeborgen. Het seizoen is hier duidelijk ten einde en we zien steeds meer boten vertrekken vanwege het naderende orkaanseizoen. Ook voor ons wordt het tijd om weg te gaan. Op 3 mei gooien we de trossen los voor de ca. 450 mijl naar Curacao waar we de boot klaar gaan maken voor ons vertrek (per vliegtuig) naar Nederland, waar we de zomermaanden met familie en vrienden zullen doorbrengen.

St. Vincent and the Grenadines
Ga je nu nog een keer ons blog bijwerken? Annette wordt ongeduldig. Mijn laatste update was over Grenada en Carriacou en inmiddels zijn we de halve Carieb door getrokken, staat de boot al 2 maanden op de kant in Curacao en hebben wij er inmiddels in Nederland al 2 verhuizingen op zitten en tientallen bezoekjes aan en van familie, vrienden en relaties uit ons werkende bestaan. Hoogste tijd dus om onze belevenissen in de Carieb op te schrijven voordat we weer vertrekken op zoek naar nieuwe avonturen.
Na een mooie tijd in Grenada en Carriacou zijn we vertrokken naar St. Vincent and the Grenadines (SVG). Dit zijn werkelijk pareltjes in de oceaan. Het hoofdeiland St. Vincent wordt gedomineerd door een grote vulkaan die wordt omringd door regenwoud. De Grenadines zijn een verzameling kleinere eilanden minder hoog en droger dan St. Vincent maar met mooie stranden en een blauwe zee. De dorpjes zijn klein en je vindt er leuke Caraïbische caféetjes en restaurantjes. Fruit is er in overvloed maar de keuze in groente is beperkt en naast veel verse vis en kreeft is de vleeskeuze beperkt tot vooral veel kip. Voor het overige kun je terecht in kleine lokale supermarktjes met een beperkte keuze en naar Nederlandse begrippen hoge prijzen. Gelukkig hadden we behoorlijk ingekocht in Suriname en de voorraad nog wat kunnen aanvullen op Grenada.
We komen aan in Clifton op Union Island waar we moeten inklaren voor ons verblijf in SVG. De haven van Clifton bestaat uit een kleine steiger voor het tanken van water en diesel en een beperkt aantal (dure) ligplaatsen en een mooie ankerbaai. Waren we tot nu toe gewend te ankeren in beschutte baaitjes, hier is dat anders. We nemen een mooring in een open baai met een rif als beschutting tegen de golven. We liggen op de eerste rij achter het rif met een mooi vrij uitzicht op de oceaan en een verkoelend windje door boot en kuip. Voor ons schieten de kitesurfers heen en weer. Opgejaagd door 20 knopen wind en over het spiegelgladde water achter het rif. Na het opruimen van de boot gaat de dinghy te water voor een eerste bezoek aan het eiland. In tegenstelling tot onze eerdere ervaringen ga je hier niet zelf naar immigration en customs maar meld je je bij een agent in het Bougainville Hotel. Hier laat je je bootpapieren en paspoorten achter, betaal je ca. $ 100,- en haal je ze een paar uur later samen met je inklaringsbewijs en cruising permit weer op. Toch een beetje spannend om je spullen zomaar achter te laten…


In afwachting van onze papieren genieten we van een prima lunch in het Bougainville Restaurant en verkennen we Clifton. Het blijkt een leuk plaatsje met veel kleurige restaurantjes en een centraal gelegen groente- en fruitmarkt. Papaya’s, mango’s, ananas, soursop (zuurzak) etc. in overvloed. We kopen flink in en schrikken vervolgens van de prijs. Het is duidelijk dat ze hier hebben begrepen dat toerisme geld oplevert en de prijzen zijn hier dan ook op aangepast. Hetzelfde blijkt later te gelden voor het tanken van drinkwater en diesel .

We blijven een aantal dagen in Clifton, genieten van onze mooie ligplaats, wandelen wat over het eiland en gaan voor een sundowner naar Happy Island. Dit is een klein kunstmatig eilandje aan het eind van het rif met daarop een bar en restaurant met een fantastisch uitzicht over het water naar Clifton, Tobago Keys en Palm Island.


Een kleine 5 mijl verderop ligt naar Mayreau. Met 18 knopen wind in de rug zijn we er in een klein uurtje zeilen. We ankeren in Saline Bay. Het is er, naar Caraïbische maatstaven, vrij rustig. Er liggen zo’n 15 boten en we zoeken een mooi plekje in de beschutting van de heuvels rond de baai. Voor ons ligt een mooi wit strand met een piertje voor de dinghy. Vanaf het strand loopt er een weg door het dorpje naar het hoogste punt van het eiland vanwaar je een mooi uitzicht hebt op Tobago Keys.


Een paar dagen na ons arriveren Reg en Susan met de Misty Blue. We hadden hen eerder ontmoet aan de Algarve en Grenada. Altijd leuk om weer bekenden tegen te komen. We genieten van een lekker visje van de BBQ bij hen aan boord en wisselen onze ervaringen en verdere plannen uit. Zij zijn weer onderweg terug naar Grenada voor reparatie van de watermaker en onderhoud aan het onderwaterschip en gaan daarna door naar Curaçao. We blijken dezelfde plannen te hebben om het orkaanseizoen door te komen en zullen elkaar dan ook op Curaçao weer tegen komen.


Mayreau is niet groot en wandelend kun je het hele eiland goed verkennen. Aan de oostkant van het eiland liggen een paar kleine rustige strandjes met een leuke beach bar, The Ranch Escapade, met uitzicht op het rif en Tobago Cays en prima cocktails. Als je een beetje lef hebt kun je er ook ankeren. Je ligt er wel in de, meest, stevige wind maar door het rif wel beschut voor de golven. De toegang is echter tussen onbeboeide doorgangen in het rif. Opletten dus!




De laatste avond op Mayreau besluiten we uiteten te gaan in het dorpje. De meeste restaurantjes zien er verlaten uit en dat maakt kiezen moeilijk. Uiteindelijk besluiten we om het eerste restaurant bergopwaarts te kiezen. Dit is D-View Sports Bar and Restaurant. We zijn de enige gasten en besluiten alle vier voor hetzelfde gerecht te kiezen om het de kok/eigenaar niet al te moeilijk te maken. Het werd een heerlijke red snapper met rijst, aardappeltjes en knapperige groente. Een aanrader voor iedereen die in Saline Bay ankert. Laat je niet afschrikken door het lege restaurant want het eten is uitstekend en niet duur.

Door problemen met de watermaker besluiten we niet direct door te gaan naar Tobago Cays maar eerst terug te keren naar Union Island om beide watertanks te vullen. Bovendien is de benzine van de buitenboordmotor bijna op dus die kunnen we dan ook gelijk bijvullen. Als we aankomen bij Union Island worden we opgevangen door een van de boat boys. Doordat het erg vol ligt zouden we ver naar buiten moeten ankeren dus laten we ons begeleiden naar een mooring vlakbij het dinghy dock. De mooring prijzen zijn redelijk en het is nu een korte dinghy trip om aan de wal te komen. Handig voor de boodschappen en we worden een stuk minder nat dan vanaf de ankerplaats verder naar buiten.
De volgende ochtend vullen we de watertanks aan de steiger en rekenen voor 250 liter water $ 50 af! Maar goed, zonder water naar Tobago Cays is geen optie dus we bedanken onze vriend met de waterslang vriendelijk en vertrekken. De eerste 4 mijl tot Mayreau zeilen we lekker halve wind. Helaas valt de wind achter Mayreau helemaal weg en we besluiten de laatste 4 mijl naar Tobago Cays op de motor af te leggen. Het is behoorlijk druk op de kleine archipel. De afgelopen twee weken stond er steeds een straffe oostenwind waardoor ankeren op Tobago Cays niet erg plezierig was. Iedereen haalt de schade nu. De bescherming achter het rif is op zich best goed maar bij meer dan 20 knopen wind ontwikkelen zich toch ook achter het rif flinke golven die het leven aan boord onaangenaam maken. Tussen de beide eilandjes Petit Bateau en Petit Rameau ligt het vol dus varen we door richting Baradal.
Dit eilandje ligt in het midden van het beschermde gebied voor zeeschildpadden. Er is een mooring vrij direct naast de boeienlijn die het beschermde gebied afschermt. Al direct zien we meerdere zeeschildpadden rondzwemmen. Ze lijken zich weinig aan te trekken van de voor anker liggende schepen en komen regelmatig boven tijdens het grazen tussen het turtle grass waarmee de bodem is bedekt. Hoewel ankeren tussen de meerboeien is toegestaan wordt het niet aanbevolen. De ankers ploegen de bodem om en beschadigen daarbij het turtle grass wat zich maar zeer traag herstelt. De kosten van een mooring zijn $ 10 per dag en zou dus voor niemand een onoverkomelijk bedrag moeten zijn. Helaas zie je toch nog her en der boten het anker uitzetten en tijdens het duiken krijg je helaas vele kale plekken op de bodem te zien waar eerst turtle grass stond.


Binnen het beschermde gebied ziet alles er mooi begroeid uit en zie je naast zeeschildpadden veel zee-egels, roggen en allerlei ander klein zwemmend spul. De schildpadden zijn tot heel dichtbij te benaderen en ze lijken je nauwelijks gade te slaan. Af en toe komt er een schildpad langs met een of meerdere vissen vastgezogen aan het schild. Zij houden op deze manier het schild schoon van aangroei en parasieten. Door de beperkte diepte van zo’n maximaal 3 meter is er prima te duiken zonder flessen. Nog nooit hebben we in zulk schoon en helder water gezwommen. Een zwembroek, duikbril en een paar vinnen zijn genoeg voor een leuke middag tussen de dieren.



Op het strand van Petit Bateau staan een aantal grote tenten. Hier blijkt ’s avonds een aardige horecalocatie te ontstaan. Bij aankomst kwam er een bootje langs van een van de restaurantjes met de vraag of we ’s avonds kreeft wilden komen eten voor diegene die niet van kreeft houdt staat er kip op het menu. Dit laten we niet aan ons voorbij gaan, te meer daar in de prijs van het eten vervoer van de boot naar het strandje is inbegrepen. Het is een leuke manier om andere cruisers te leren kennen want de eigenaar bepaalt de tafelschikking. Wij schuiven aan bij een paar Amerikanen en genieten van een heerlijke kreeft. Althans, Hans want Annette gruwelt alleen al bij de gedachte aan de bewegende scharen en sprieten. Naast ons was een feestje van een aantal Fransen. Een van de dames aan boord was die middag ten huwelijk gevraagd. De hoeveelheid drank die ze had genuttigd ter viering van dit heuglijke feit had wat remmingen weggenomen wat resulteerde in een spontane, uitbundige speech en dansparty. Hoe het de volgende ochtend was hebben we helaas niet meegekregen.




Na afloop worden we keurig teruggebracht naar Janjorem. Door het ontbreken van de maan is het pikdonker en we verbazen ons erover hoe de schipper ons in een rechte lijn naar de boot brengt. Ik vraag me af of we het zelf zouden hebben gevonden en we besluiten in het vervolg onderscheidende verlichting op de boot aan te brengen wanneer we ’s avonds naar de wal gaan.
Als na een aantal dagen de wind weer flink toeneemt besluiten we Tobago Cays te verlaten en koers te zetten naar Bequia (spreek uit: Bek-wee). Een afstand van 25 mijl lijkt niet veel maar het werd een pittig tochtje aan de wind met regelmatig meer dan 20 knopen wind en in het Bequia Channel een flinke tegenstroom die de snelheid regelmatig terugbracht naar 2-3 knopen over de grond. Onderweg naar Bequia passeren we Canouan wat door de aanwezigheid van een wat serieuzere landingsbaan een aankomst en vertrek plaats is voor bemanning en eigenaren van de superjachten in het gebied. De marina daar werd door onze vrienden van Misty Blue beschreven als een klotsbak en Charlestown Bay is berucht om de enorme windvlagen die er vanaf de heuvels doorheen jagen. We besluiten dan ook Canouan over te slaan. Op enige afstand passeren we Mustique, een eiland voor de happy few en waar je als cruiser niet echt welkom wordt geheten. Ook dat besluiten we, ondanks dat het erg mooi schijnt te zijn, over te slaan. Tegen het eind van de middag komen we in Bequia aan. De eerste aanblik is dat van een tropisch paradijsje. Mooie stranden, kleurige huisjes en palmbomen aan de kant. Hier houden we het wel een tijdje uit.

Becquia leent zich, naast genieten van kroegjes en restaurants prima voor een wandeling en er zijn mooie stranden. Bij aankomst op Becquia zien we voor het eerste sinds ons vertrek uit Spanje de Ocean Monkey weer terug. Altijd leuk om oude bekenden na ruim een half jaar weer te zien aan de andere kant van de oceaan.
De eerste avond besluiten we gezamenlijk uit eten te gaan in Port Elizabeth Marina. Hier zouden ze de beste BBQ ribs van de Carieb serveren. Helaas niet vandaag. We ontmoeten daar ook Ryan en Katherine van de Black Sheep en Alex en Mandy van de See The Little Things. Ondanks het ontbreken van de BBQ wordt het toch een leuke avond.




De volgende dag komen ook Hans en Liesbeth aan met de Dance Me. We hadden hen eerder ontmoet in Suriname. We besluiten met hen naar de Old Heg Turtle Sanctuary te wandelen. Hier probeert Orton “Brother” King de met uitsterven bedreigde Hawksbill Turtle te redden. Jonge schildpadden groeien hierop tot volwassen exemplaren om vervolgens terug te worden gezet in de zee in de hoop dat ze vele eieren op de stranden zullen gaan leggen en zo het voortbestaan van de soort veilig te stellen. Een opvang vol goede bedoelingen maar er zijn ook biologen die hun vraagtekens zetten bij deze wijze van opvang.




Uiteindelijk blijven we een week in Becquia genietend van zee, zon, strand en cocktails alvorens we besluiten uit te klaren uit St. Vincent and the Grenadines en koers te zetten naar het Franse Martinique. Een tocht van een kleine 100 mijl dus goed voor weer een nachtje op zee.
De tocht naar Martinique begint comfortabel halve wind en de Janjorem zet er flink de sokken in. Onder St. Vincent valt de wind weg en besluiten we de motor bij te zetten. Als we tegen zonsondergang St.Vincent voor bij zijn neemt de wind toe en tussen St. Vincent en Saint Lucia krijgen we te maken met een stevige dwarsstroom die ons naar het oosten wegzet. Uiteindelijk moeten we een flink stuk hoog aan de wind om niet te ver uit koers te raken. De gemiddelde grondsnelheid zakt tot zo’n 3 knopen. Tergend langzaam kruipen we richting de Pitons die ook in het donker duidelijk aftekenen tegen de horizon. Even overwegen we nog daar een ankerboei op te pikken en de volgende dag de tocht naar Martinique voort te zetten. Maar nee, we gaan door en met een ruimere wind en vlak water varen we langs nachtelijk Saint Lucia. Het is er redelijk druk met scheepvaart en op veel plaatsen zien we een felverlichte kust. Wanneer we St. Lucia voorbij zijn en het Martinique – Saint Lucia Channel invaren is het weer hetzelfde liedje als tussen de eerdere eilanden. Stroom tegen en aan de wind koersen we richting Martinique. Bij zonsopkomst zien we Sainte Anne voor ons verschijnen. Althans we zien een compleet woud aan masten en als welkom een flinke regenbui op ons afkomen. Nu is zo’n buitje bij aankomst altijd welkom om het zout van de boot te spoelen maar deze zag er in de vroege ochtend wel heel dreigend uit. Uiteindelijk schampt hij ons en vinden we zonder veel moeite een mooi stukje zandbodem zonder zeegras en koraal om ons anker te laten vallen. We zullen uiteindelijk zo’n 4 weken op en rond Martinique blijven.



















