Grenada

Daags na aankomst op de “corona anchorage” pakken we de dingy naar marina Port Louis. Hier bevindt zich, afgelegen van al het andere voorzieningen, safety first natuurlijk, de tent van Healthcare waar we onze negatieve PCR-test uit Suriname moeten overleggen en onze hele historie wordt uitgeplozen rondom vaccinaties en booster. Het ritueel wordt afgesloten met een temperatuurmeting door een official met een laser gun. Hij gaat hierbij plechtig voor je staan met zijn rechterhand op zijn hart en met zijn linkerhand richtend op onze voorhoofden. Allebei 36.2 graden Celsius. We mogen door naar de volgende ronde bij Immigration, iets verder op het jachthaventerrein. De paspoorten worden gestempeld en we krijgen, tegen betaling natuurlijk, onze cruising permit voor één maand. We zijn nu legaal vrij om te gaan en staan waar we willen.

Eenmaal ingeklaard zoeken we een mooring iets dichter bij de haven en blijven daar nog twee dagen liggen om vervolgens Port Louis binnen te gaan. Hier ontmoeten we Susan en Reg van de Misty Blue weer. We ontmoetten hen eerder in Lagos (Portugal) en zij zijn met de Viking Rally de oceaan overgestoken. Veel van de andere daaraan deelnemende boten liggen er ook nog dus we leren al snel weer andere zeilers kennen en het idee ontstaat om met een aantal mensen een eiland tour te gaan doen. Een van de zeilers was getipt over een uitstekende gids en die bleek ook beschikbaar.

Grenada eiland tour

Grenada behoort tot de 10 kleinste landen ter wereld en is in 1974 onafhankelijk geworden van de het Verenigd Koninkrijk maar maakt nog steeds deel uit van het Gemenebest. Het bestaat eigenlijk uit drie eilanden: Grenada, Carriacou en Petite Martinique. Het eiland is eerst bezet geweest door de Spanjaarden maar later verovert door Frankrijk dat en passant de oorspronkelijke bewoners (Cariben) uitmoordde. In de 18e eeuw werd het een Britse kolonie. Op het eiland vind je nog de nodige nalatenschappen van zowel Fransen als Engelsen in de vorm van verdedigingswerken en oude panden. In 2004 zijn veel panden verloren gegaan toen orkaan Ivan overtrok. In 1983 na een staatsgreep en toenadering tot andere linkse regiems besloten de VS in te grijpen. Zij herstelden na een rommelige invasie, niet geheel belangeloos, de democratie en tegenwoordig is het eiland redelijk welvarend.

Bougainville is de nationale bloem van Grenada. De bloem is dus WIT!

Grenada wordt ook wel het Spice Island genoemd vanwege de vele specerijen die er worden verbouwd. Orkaan Ivan heeft helaas veel van de plantages verwoest en met name de nootmuskaatexport heeft een enorme dreun moeten verwerken. Tot Ivan was Grenada, na Indonesië, de grootste exporteur van nootmuskaat. Inmiddels herstellen de bomen zich weer en zijn er veel nieuwe nootmuskaatbomen bijgekomen.

De rondleiding over het eiland begint met een bezoek aan een oude plantage waar we uitgebreid worden voorgelicht over de verschillende specerijen en vruchten die Grenada reik is. De plantages zijn doorgaans gemengd. Dat wil zeggen dat de verschillende specerijen en vruchten door elkaar staan. Hiermee wordt voorkomen dat de bodem eenzijdig wordt uitgeput en er een hogere opbrengst wordt gehaald. Zo vind je hier cacao, koffie, nootmuskaat, kaneel maar ook mango, starfruit en bananen willekeurig door elkaar. Wist je dat foelie ook van de nootmuskaatvrucht komt? Dit is het rode netje wat om de noot zit en wordt gedroogd en vermalen.

We rijden door naar het regenwoud, Grand Étang Forest, van Grenada. Dit is nu een natuurreservaat met centraal een groot meer in de krater van een van de oude vulkanen. Ook dit bos is grotendeels vernield door Ivan maar inmiddels weer goed hersteld. Er is een bezoekerscentrum wat naast informatie over de flora en fauna ook over de geschiedenis van het eiland verteld. Niet groot maar wel informatief en de moeite van een bezoek waard. In het bos bevinden zich apen die zich erg graag aan het publiek tonen. Het zijn dan ook geen autochtone bewoners van Grenada maar familie van in het verleden, door plantagehouders, geïmporteerde en gedomesticeerde dieren. Hoewel het niet is toegestaan worden de dieren door de bezoekers en gidsen met vruchten gelokt om zich even te presenteren. Van natuurlijk gedrag is dus nauwelijks sprake.

Voor de lunch stoppen we bij een chocoladefabriek. Wat eruitziet als een oud woonhuis blijkt de Grenada Chocolate Factory te huisvesten. Hier wordt ecologisch verantwoorde chocolade gemaakt. Geweldig om te zien hoe door een paar mensen, onder leiding van een kopie Bob Marley, met oude machines in een heel kleine ruimte een compleet fabriekje wordt gerund. De chocolade is in verschillende smaken (tot zelfs 92% cacao) in alle supermarkten te vinden. Voor de chocolade liefhebber echt een walhalla.

Tegenover de chocoladefabriek bevindt zich een plantage waar nog we een flinke wandeling maken en meer krijgen uitgelegd over de kweek van de verschillende gewassen. In de plantage staat een vervallen planterswoning. Als je het mij vraagt een buitenkansje op een prachtige locatie voor de gevorderde doe-het-zelver.

We lunchen in een restaurant op een oude, grote plantage Belmont Estate. In tegenstelling tot de andere bezoeken vandaag is dit een echte toeristenplek. Een beetje te gepolijst op sommige punten maar wel een mooi landgoed met een kleine tentoonstelling, van kweek tot verwerking, over de specerijen, het fruit en de groenten op Grenada.

Op de terugweg naar Port Louis stoppen we bij de River Antoine Rum Distillery. Hier wordt al sinds de 18e eeuw rum gemaakt. Ondanks een levensgroot bord Closed For Tours lopen we met onze gids zonder problemen door de hele destilleerderij. Het begint met de aanvoer en het persen van het suikerriet. De pers wordt aangedreven door een groot waterrad en is zo te zien nog de originele uit 1785. Waar we ons in Nederland om allerlei futiliteiten druk maken over veiligheid kun je je hier zo maar voorstellen dat er in meer dan twee eeuwen de nodige vingers zijn geplet. Het riet wordt tot twee keer toe handmatig door de pers geduwd waarna het restant als extra brandstof voor de, op hout gestookte, destilleerderij wordt gebruikt. We vervolgen het proces naar de fermenteer bassins waar de uitgeperste suikerrijke vloeistof 8 weken in verblijft alvorens te worden toegevoerd aan de verderop gelegen ketels en destillatiekolom. We eindigen bij de verpakkingsafdeling waar we niet in mochten om te voorkomen dat er alcohol verdwijnt alvorens de accijns is afgerekend. Bij vertrek blijkt het overigens mogelijk om voor weinig geld een prima fles River’s Rum aan te schaffen. Hiermee is de rum-punch productie aan boord voorlopig gegarandeerd.

Na een korte tussenstop en snelle duikbij Mount Carmel Falls zijn we na een lange dag terug bij Port Louis.

’s Avonds eten we bij Patrick’s Restaurant net buiten de poort van de marina. Een absolute aanrader is het tasting menu. Dit is een verzameling van vijftien lokale gerechten variërend van calalou soep tot spicy chicken. Aanrader! Ook de rumpunch van Patrick is van ongekende kwaliteit. Bereid met vers fruitsap en veeeeel rum maakt het tot een gevaarlijk goedje. Drinkt makkelijker weg dan dat je daarna terugloopt.

Teruglopend naar de marina passeer je overigens een bakkerijtje waar ze dagelijks lekker vers brood, croissants, cake en dergelijke verkopen.

Prickly Bay

Grenada is rijk aan goed beschutte baaien die zich, in tegenstelling tot de meeste andere eilanden, aan de oceaanzijde bevinden. Een aantal bieden ook een redelijke beschutting voor schepen tegen orkanen (hurricane holes). Wij kiezen ervoor om naar een van de meest bekende baaien te gaan, Prickly Bay. Het blijkt hier behoorlijk druk en de heuvels rond de baai zijn flink volgebouwd. Geen romantisch verlaten baaitje dus maar diverse restaurants, een uitstekend gevulde watersportwinkel van Budget Marine met een jachthaven met alle voorzieningen op de wal voor stalling en onderhoud van je boot. Aan het eind van de baai bevindt zich een leuk strandje en een beachbar waar je kunt genieten van de zonsondergang en redelijk goedkoop kan eten. Vanaf de zee gezien aan stuurboordzijde is er een kleinere marina, Prickly Bay Marina, met een mini-supermarkt en een wasserette waar je voor € 10 per wasbeurt je spullen schoon en opgevouwen terugkrijgt. Drie dagen per week is de French Butcher hier open waar je terecht kunt voor vers vlees, vleeswaren en luxe voedsel- en drankartikelen. Niet goedkoop, wel lekker. Voor Corona zat in de marina ook een Immigration Office maar voorlopig is deze nog gesloten en moet je verplicht via Port Louis het land binnenkomen.

Op zich hebben we lekker gelegen in Prickly Bay maar voor helder water en mooier uitzicht moet je verder trekken. Na een paar dagen besluiten we dan ook om door te gaan naar Carriacou.

Carriacou

Na een onstuimige 36 mijl tegen wind komen we aan in Tyrrel Bay. Het is er flink druk en we besluiten wat verder naar buiten voor anker te gaan, net achter Misty Blue die een dag voor ons uit Prickly Bay was vertrokken. Vooraan voor het strandje liggen de boten dicht opeen geankerd of aan een mooring. Wel lekker makkelijk om met je dingy snel aan land te zijn maar privacy is beperkt en de kans op schade door gehannes tijdens het ankeren of bij een winddraaiing ligt op de loer. Verder is het water iets verder naar buiten kraakhelder wat fijn is voor de watermaker. Uiteindelijk zullen we hier bijna 2 weken liggen. Carriacou is totaal verschillend van Grenada. Minder groen, minder ontwikkeld en met een vriendelijkere bevolking. Het eiland biedt minder vertier en ruimte voor uitstapjes dan Grenada maar het beviel ons uitstekend. Rondom Tyrrel Bay is er een ruime keuze aan bars en restaurants. Verder is er een flinke supermarkt en een laundry service. Rondom Tyrrel Bay liggen twee jachthavens en werven. De werf aan stuurboordzijde herbergt bovendien Immigration en een restaurantje. Hier kun je ook water en brandstof tanken. De werf aan bakboordzijde van de baai is beter geoutilleerd voor groot onderhoud en er is veel meer ruimte om te werken. Hier treffen we Inge en Hugo van Alskling waarmee we in Suriname hebben gelegen weer. Helaas nu onder minder prettige omstandigheden. Door het ontbreken van een boei hebben ze een rots onderwater geraakt en moet de kiel worden gedemonteerd om de romp te herstellen. Een enorme domper en we besluiten hier wat langer te blijven zodat we ze wat vertier kunnen bieden en een hart onder de riem kunnen steken. Later komen ook Pieter en Monique aan met de Mahi Mahi. Eerder ontmoetten we hen op Tenerife en later in Suriname. Ze blijken bij aankomst 10 jaar getrouwd en we hebben dat gevierd met champagne en door Monique gevangen blue fin tuna sashimi. Top!

Voor het eerste sinds corona mag er weer carnaval worden gevierd op Carriacou. Het hele weekend wordt er her en der wat feestgevierd maar de klapper zou maandagmorgen om 5 uur zijn. De grote parade in Hillsborough. Inge en Hugo hadden besloten vroeg op te staan en wisten op een of andere wijze ook Annette hiertoe te bewegen. Caraïbisch carnaval wil je natuurlijk niet missen. Toch? We verzamelen bij de poort van de werf en pakken een busje naar Hillsborough voor het grote feest. En feest was het… Een enorm kabaal en een zeldzame hoeveelheid dronken carnavalsvierders samengepakt op een heel klein stukje in de hoofdstraat, elkaar onderwijl besmeurend met afgewerkte motorolie en groene verf.

En de parade? In geen velden of wegen te bekennen. Had ik het willen missen? Dat ook weer niet. Voldeed het aan de verwachtingen? Niet geheel (of is het geheel niet…). Om acht uur zijn we terug op de boot en hebben de rest van de dag nodig om bij te komen van het vroege ochtenduur.

Windward

We doen met het openbaar vervoer een mini eilandtoer naar Windward. Zoals de naam al doet vermoeden, is dit een plaatsje aan de loefzijde van het eiland uitkijkend over de Atlantische Oceaan. Vroeger was dit een Schotse enclave met een aantal scheepswerven. De scheepswerven zijn allang geleden gestopt en de restanten zijn opgeruimd door orkaan Ivan. Vanuit Windward kijk je over het rif uit naar Petite Martinique en Petite Saint Vincent. We wandelen vanaf de bushalte onderaan bij het water heuvelopwaarts naar de ander kant van het dorpje. Naast wat monumentale pandjes biedt het dorp niet veel vertier en blijken de weinige restaurantjes gesloten. Geen lunch dus maar gelukkig blijkt een klein winkeltje open met een klein terrasje waar je wat kan drinken. Je herkent aan een aantal pandjes wel onmiskenbaar de Schotse en Britse invloeden en ook het kerkhof is goed bevolkt met Schotse namen.

We nemen de bus terug naar Hillsborough waar we eindigen in een leuk maar wel erg verlaten strandbarretje. We concluderen dat we Carriacou nu wel hebben gezien en bovendien loopt onze cruising permit af. Tijd om het bezoek aan Grenada af te sluiten dus.

Twee dagen later doen we een antigeen-test en na een negatieve uitslag klaren we uit om de volgende de dag te vertrekken naar Saint Vincent and the Grenadines. Onze eerste stop daar wordt Union Island.

3 gedachten over “Grenada

  1. Heerlijk om jullie verhalen weer te lezen. Ik kijk al uit naar de volgende reis verslagen. Leuk geschreven Hans. Je neemt ons helemaal mee in jullie avontuur.

    Geliked door 1 persoon

  2. Genoten van jullie uitgebreide verslag en mooie foto’s. Wel met een beetje jaloezie gelezen. Nog heel veel plezier en goede en veilige voortzetting van jullie reis.

    Geliked door 1 persoon

Laat een reactie achter op Sjaan van den Boogert Reactie annuleren

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: