Rondje Denemarken deel 2

Het vorige blog eindigde met een verwijzing naar onze volgende bestemming: Anholt. Anholt is een mooie tussenstop halverwege Hals en Helsingør. Een afstand van zo’n 50 mijl. Vooraf waren we gewaarschuwd dat Anholt enorm druk kan zijn en dat de haven wellicht geen plaats zou bieden. Gezien onze eerdere ervaringen in het Limfjord hadden we een voorgevoel dat dit wel mee zou vallen. Na wederom een dag motoren met een (heel) klein beetje ondersteuning van de zeilen komen we eind van de middag aan bij de haveningang van Anholt. Ons voorgevoel bleek te kloppen. De haven was nog niet half vol en weer geen enkel Nederlands schip. Het waren vooral Duitse en Zweedse jachten die de ligplaatsen vulden. Na een boeitje te hebben opgepikt voor de achterlijn werden we aan de steiger opgevangen door een Duitse C-Yacht bezitter. Ook hij bleek verrast door de rust en ruimte in de haven. Aangezien het al laat was lieten we het verkennen van het eiland voor de volgende dag. Na een aankomstbiertje en wat eten hebben we in de kuip genoten van alweer een prachtige zonsondergang en mooie sterrenhemel.

De volgende ochtend was het al weer vroeg flink aan het opwarmen dus besloten we op tijd te beginnen aan onze wandeling naar het enige dorpje op het eiland. Volgens onze informatie waren daar een paar restaurantjes en al snel begonnen we tijdens het wandelen uit te zien naar een terras met bijbehorende verkoelende drankjes. De ontgoocheling was dan ook groot toen we het dorpje binnen liepen. Uitgestorven en alles, inclusief de enige “supermarkt”, gesloten. Gelukkig zou de supermarkt over 45 minuten weer opengaan. We besloten wat rond te kijken in het dorpje en te wachten op het openen hiervan. In het dorpje staat een monument wat herinnert aan een door de Denen verloren gevecht met de Engelse bezetters van het eiland in de tijd van Napoleon. Het eiland lag op een strategische plaats en beschikte over een belangrijke vuurtoren. Behalve het monument is er niets meer wat aan deze tijd herinnert. Ook de wandeling terug was prachtig maar erg warm. Als je van een mooie en rustige omgeving en wandelen houdt dan is Anholt zeker de moeite waard. Naast de haven vind je bovendien een mooi strand met glashelder water waar je na het wandelen kunt afkoelen.

Aan de haven zelf vind je een supermarkt, een aantal eettentjes (en jawel, de meesten waren gesloten), wat visserij en 2x per dag een veerboot. De haven zelf is prima met brede steigers met water en elektriciteit en in een hoekje van de haven kun je diesel tanken. Een aanrader als tussenstop tussen Jutland en Seeland.

ANHOLT – HORNBAEK, 50 mijl

Na 2 dagen Anholt zijn we vertrokken voor een oversteek van wederom ca. 50 mijl naar Hornbæk waar onze jongste dochter Emma aan boord zou komen. Zowaar bleek het mogelijk om stukken te zeilen maar het grootste deel van de oversteek stond de motor bij. Rond het middaguur werd het drukkend warm en boven Seeland ontstonden flinke onweersbuien. Deze bleven tot een uur voor onze aankomst boven land hangen en er kwam weinig wind uit. Vlak voor aankomst begon het ook boven ons flink te rommelen en op het moment dat we de haven binnen voeren kwamen we terecht in een enorme hoosbui. Regenkleding aan trekken was zinloos en gezien de temperatuur was de regen een welkome afkoeling. Natuurlijk hadden we gehoopt dat Emma ons met open armen zou opvangen en de lijnen zou aanpakken maar een berichtje met de mededeling dat ze “even in het restaurant bleef zitten tot de bui over was” liet ons, gedesillusioneerd, over aan ons lot. De buien bleken van korte duur en aan het einde van de middag scheen de zon weer onverminderd verder. Hadden we de verwachting dat we hier aan het begin van de Deense Riviera in een culinair Walhalla terecht zouden komen dan bleek ook dit onjuist. Ook in Hornbæk bleek het seizoen teneinde. Er was maar een restaurant open. Dit was uiteraard vol en wat restte was een plekje in de binnentuin onder een parasol die tegen een eventueel nieuwe onweersbui moest beschermen.

Hornbæk is van oorsprong een vissersplaatsje waar nog veel authentieke woninkjes staan die herinneren aan deze tijd. Nu is het een badplaats en onderdeel van de “Deense Riviera”. De jachthaven heeft prima ligplaatsen maar de overige faciliteiten laten toch wel te wensen over. Douches en toiletten zijn oud en ik heb ze weleens schoner gezien… Wij hadden het na een nachtje wel gezien en vertrokken de volgende ochtend naar Helsingør. Een tochtje van 7 mijl met, bij tijd en wijle, een druilerig buitje.

HORNBAEK – HELSINGØR, 7 mijl

Helsingør is al op ruime afstand herkenbaar aan kasteel Kronborg en de veerboten die heen en weer varen naar het Zweedse Helsingborg. De ingang van de jachthaven is vlak voor het kasteel. Direct na de ingang was een plekje vrij aan de langssteiger met elektra en water direct naast de ingang naar de kuip. Top! De jachthaven was sowieso een fijne ervaring. Moderne, schone en ruime badkamers en met alle basisvoorzieningen in de directe omgeving. Hier komen we voor het eerst tijdens ons verblijf in Denemarken een ander Nederlands jacht tegen. We hadden gepland hier twee nachten te blijven en dan door te varen naar Kopenhagen. Direct na de lunch hebben we het kasteel bezocht. Een must als je daar bent want naast dat het een mooi en indrukwekkend kasteel is, speelt zich in het kasteel ook Shakespeare’s Hamlet af. Doorlopend wordt in het Kasteel een samenvattende versie van Hamlet gespeeld wat het, naast de interessante Deense (bloederige) historie, tot een levendige en leuke attractie maakt.

Na het bezoek aan het slot dachten we even een ligplaats te regelen in Kopenhagen. Maar met het weekend voor de deur blijken helaas alle ligplaatsen in de nabijheid van het centrum van Kopenhagen bezet. We besluiten de volgende dag de trein naar Kopenhagen te pakken. Geen slechte keuze bleek achteraf: Het is ca. 25 minuten met de trein van Helsingør en dan sta je midden in het centrum van Kopenhagen en met uitzondering van Christianshavn blijken de ligplaatsen vrij onrustig. Buiten Kopenhagen zijn nog een tweetal grote jachthavens maar ook dan moet je met het openbaar vervoer naar het centrum. Wij vonden Helsingør jachthaven een heel plezierige uitvalsbasis en zijn er uiteindelijk 3 nachten gebleven.

De laatste dag in Helsingør hebben we in de ochtend besteed in het maritiem museum (M / S Museet for Søfart) en ’s middags met een bezoek aan Helsingør’s centrum. Het maritiem museum is erg leuk en goed opgezet met veel Nederlandse invloed in zowel het museumontwerp als de collectie. Het museum is een mooie combinatie van historie en huidige tijd. Het museum ligt in een oud droogdok waarin een modern vormgegeven gebouw is neergezet. Om het museum goed te bekijken moet je er een volledige ochtend of middag voor uittrekken.

Het centrum van Helsingør werd tot de opening van de Oresund link vooral beheerst door de veerdienst naar Helsingborg en door Zweden die er in de weekeinden goedkoop aan de drank gingen. Het centrum is niet overal even mooi maar wij vonden er toch nog een behoorlijk aantal leuke historische gebouwen en leuke winkeltjes, café’s en restaurants. Ook hier weinig buitenlandse toeristen door de Corona crisis. In een van de winkels zeiden ze dat ze zich verbaasden over het slechts handjevol Nederlanders dat er deze zomer is geweest, ondanks dat Denemarken een (in ieder geval op dat moment) Corona veilige bestemming was.

HELSINGØR – DRAGØR, 28 mijl

Na 3 nachten Helsingør zijn we vertrokken naar Dragør. Zowaar hebben we het grootste deel van deze dag kunnen zeilen. We konden zelfs ons nieuwe stagzeil voor de eerste keer proberen. Een mooi zeil geleverd door Willem Garschagen van Ullman Sails uit Brouwershaven. Helaas nam later de wind weer af en moest de motor weer aan. De Øresundbrug is al van veraf zichtbaar en zal dat de volgende dag na ons vertrek uit Dragør ook nog lang blijven. Vanuit Dragør is het slechts 15 minuten met de bus naar de luchthaven van Kopenhagen. Lekker makkelijk voor onze dochter die na een weekje aan boord weer aan het werk en de studie moest.

Dragør is van oorsprong een vissersplaatsje wat mede door Nederlandse vissers is gesticht. Het oude centrum is mooi onderhouden en herinnert nog aan deze tijd. Later is er een enorm fort gebouwd wat de toegang tot de Øresund beheerste.

DRAGØR – RØDVIG, 25 mijl

Na afscheid te hebben genomen van Emma zijn we vertrokken naar Rodvig. Met 12 knopenwind, een halvewindse koers voor de eerste 15 mijl en een waterig zonnetje een prima start. Halverwege Rodvig passeer je Stevns Klint. Deze schitterende kust staat op de Unesco Werelderfgoedlijst. Rodvig is een visserijhaven en uitvalsbasis voor de offshore windmolenparken. In oude visloodsen zitten nu een aantal workshops en galleries die helaas (buiten het seizoen) beperkt open bleken. Het plaatsje zelf is niet erg spectaculair met één supermarkt en een paar restaurants. Vlak na aankomst barsten er met regelmaat flinke regenbuien los afgewisseld met veel zon en hitte. Een voorbode voor een dag met veel onweer, regen en wind. We besloten hier in ieder geval 2 nachten te blijven. Na het nemen van dit besluit werd het tijd voor de lunch. We kwamen terecht bij het Rødvig Kro & Badehotel met een mooie smørebrød-kaart. Een aanrader!

Onderweg terug naar de haven passeerden we het Rødvig Skibsmotormuseum (www.skibsmotor.dk). Uiteraard kon ik een bezoek hieraan niet voorbij laten gaan (Annette overigens zonder veel moeite wel). Ik bleek de enige bezoeker. Bij binnenkomst een aantal rijen scheepsmotoren variërend van benzine tot diesel, groot tot klein en oud tot nieuw (nou ja, tot jaren 70 van de vorige eeuw). Vanwege de beperkte beschrijvingen moet je zelf wel over een beetje motorkennis en fantasie beschikken om het verhaal bij elke motor te bedenken maar voor een oude machinist of WTK-er natuurlijk een must om te bezoeken. Zowaar werd er speciaal voor mij nog een oude diesel opgestart. Eerst met een enorme brander voorverwarmt en daarna met perslucht aan het draaien gebracht. Dit heeft me waarschijnlijk een aantal levensjaren gekost aangezien de uitlaatgassen vooral in het gebouw bleven hangen inplaats van via wat oude pijpen naar buiten te worden geblazen.

RØDVIG – STUBBEKØBING, 40 mijl

Na een onstuimige dag waarbij het, door de buien, vooral binnen zitten was, bleek het ook de dag daarna nog niet ideaal. In de loop van de ochtend trok de regen weg en nam de wind wat af waarop we besloten te vertrekken. Onze bestemming Stubbekøbing. Een tochtje van zo’n 40 mijl. De eerste 18 mijl met een bakstag windje variërend van 10 tot 15 knopen met af en toe een bui. Volgens de voorspellingen zou de wind nog wat krimpen en afnemen . De hele route leek bezeild en met af en toe een buitje beloofde ook de rest van de dag best aardig te worden. Helaas, niets was minder waar. Na de middag bleek de wind te ruimen en toe toenemen tot 22-26 knopen en af en toe een bui bleek een bui van ruim 3 uren te zijn met een een zicht van ca. een kwart mijl. Dus het werd aan de wind, op de tast, hakken. De zee daar ter plaatse is vrij ondiep waardoor de golven snel hoog en stijl werden en we ons in combinatie met de regen een duikboot waanden. Een mijl of vier voor onze bestemming viel de wind weg en werd het droog. De volgende dag eerst een beetje uitgerust, de was van de afgelopen weken weggewerkt en de voorraden aan boord aangevuld. In de middag een bezoekje gepland aan het motorfietsenmuseum maar dat bleek (wederom buiten het seizoen….) alleen op dinsdag en zaterdag geopend.

STUBBEKØBING – SPODSBJERG, 45 mijl

De volgende ochtend begint met mooi weer en de temperatuur loopt al snel op tot boven de 25 graden. Als we vertrekken is er weinig wind en kiezen we ervoor om motor-zeilend van start te gaan. De bestemming is Spodsbjerg als laatste tussenstop voor het Noord-Oostzeekanaal. Uiteindelijk werd het een afwisselende dag met bewolking, onweer, zon en variabele windsterkte. Eigenlijk best een mooie zeildag. Vooral in de ochtend ontstonden er vaak flinke onweersbuien die we gelukkig steeds net wisten te ontwijken. Het laatste stuk richting Spodsbjerg vaar je parallel aan de drukke scheepvaartroute van Kiel en Rostock richting de Grote Belt vice versa. Na een lange dag kwamen we begin van de avond aan. Een poging om onze dieseltank te vullen mislukte doordat er alleen bij een automaat met papiergeld betaald kon worden. Gelukkig hadden we nog 2 tankjes met in totaal 40 liter diesel anders waren we de volgende dag op dieseldamp richting Kiel vertrokken…..

SPODSBJERG – STRANDE, 40 mijl

En weer een warme, windstille dag. Niet eens de moeite genomen om te proberen te zeilen. Gewoon de motor aan, stuurautomaat met 2 waypoints en genieten van de zon en het laatste uitzicht op Denemarken. Je kunt merken dat we weer in een drukker bevolkt deel van de wereld zijn. Veel jachtjes en scheepvaartverkeer van en naar het Noord-Oostzee Kanaal. Aangezien we geen bezoek aan Kiel gepland hadden was ons enige criterium voor een haven dat er getankt moest kunnen. Zodoende eindigden we in Strande. Een prima jachthaven vlak naast de oude Olympische haven van Kiel. Bij de “tankstelle” werden we opgevangen door de bijzondere aardige uitbater hiervan. Lijntjes werden aangepakt en vastgelegd en het tanken werd voor je gedaan. Toen de rubberen ring van de tankdop het begaf werd er snel een nieuwe geregeld en in het vet gezet zodat de tank weer goed was afgesloten en dat alles zonder zelf een vinger te hoeven uitsteken.

Vervolgens een plekje gezocht in de overvolle haven. We bleken de laatste vrije box te hebben.

Het was zondag en een week voor de start van de Kieler Woche. Een enorme drukte op zowel het water als de wal met teams die zich op de wedstrijden voorbereidden. Na de rust in Denemarken was het toch ook weer fijn om meer bedrijvigheid om ons heen te hebben. ’s Avonds een hapje gegeten op het terras van de jachtclub. Gelukkig was het mooi weer want voor het eten hoef je er niet naartoe….. Vervolgens vroeg te kooi want we hadden ons op aanraden van de havenmeester voorgenomen vroeg bij de sluizen in Holtenau te zijn. Een dag eerder had een tanker zich in een van de sluisdeuren geboord waardoor er nog maar één sluis in gebruik was en de wachttijden waren langer dan normaal. Overigens is de doorvaart door het kanaal tot 31 december dit jaar gratis. Dus je kunt bij aankomst direct richting de sluizen zonder een bezoek aan de betaalautomaten bij Holtenau.

NORD-OSTSEE KANAL, 54 mijl

Omdat de weersvoorspellingen voor de Duitse Bocht er de komende periode niet goed uitzag besloten we het kanaal zonder tussenstop te doen. Het was maandag en de laatste kans voor een comfortabele overtocht door de Duitse Bocht was tot woensdagmiddag. Even aanpoten dus. Bij zonsopgang vertrokken we uit Strande naar de sluizen bij Holtenau. Ondanks het vroeg uur lagen er al vier andere jachten te wachten. We waren al voorbereid op een wat langere wachttijd. Deze bleek uiteindelijk meer dan 3 uren te zijn! Het aanbod van beroepsvaart het kanaal in was klein en tot onze verbazing ging de sluis leeg terug na een paar schepen vanuit het kanaal te hebben doorgelaten. Er wordt niet geschut voor uitsluitend jachten (rare jongens die Duitsers…). Wachten dus op aanbod vanaf de Oostzee. Uiteindelijk lagen er vijf zeeschepen klaar om het kanaal op te gaan. Het aantal wachtende jachten was inmiddels gestegen tot een stuk vijftien en het beloofde dringen te worden. Gelukkig was het laatste zeeschip een kleine coaster met laag vrijboord en was het toegestaan hierbij langszij te gaan. Blijkbaar vonden de meeste jachten dit niet aantrekkelijk, lagen liever zes dik tegen een smal balkje aan, dus gas erop en als eerste naar binnen en comfortabel afmeren naast de coaster.

Het schutten verliep verder snel en probleemloos en korte tijd later voeren we op het “Kielerkanaal”. In het begin is het kanaal afwisselend. Glooiende oevers afgewisseld met industrie en regelmatig een passerend zeeschip. Later is het vooral saai. Het landschap wordt minder afwisselend en het geronk van de motor gaat vervelen. Gelukkig was het wederom prachtig windstil weer. Moet er niet aan denken om hier een dag met regen en veel wind door te moeten brengen. Onze conclusie: Je moet het een keer hebben gedaan maar voor ons geen volgende keer.

Om zes uur in de avond leggen we aan in het kleine haventje van Brunsbüttel. De, ook hier, lange wachttijd voor de sluis en het onaanlokkelijke idee een groot deel van de Elbe in het donker te moeten varen naar Cuxhaven maakte dit tot een makkelijk besluit. Ondanks dat dit betekende dat we de volgende dag moesten beginnen met stroom tegen op de Elbe.

BRUNSBÜTTEL – DELFZIJL, 125 mijl

Toen we plannen begonnen te maken voor deze tocht hadden we al vrij snel besloten om (gewoon omdat het kan…) de staande mast route door noord Nederland te varen. Dus na Brunsbüttel is onze volgende bestemming Delfzijl. Een tocht van 125 mijl door de Duitse Bocht. Er was een oostenwind van zo’n 8 knopen voorspeld. Na zo’n tweeënhalf uur wachten waren we door de sluizen en voeren we de Elbe op. Op de Elbe nam de wind toe tot zo’n 15 knopen uit het noordoosten waardoor we, met de sterke ebstroom in de rug, met een gangetje van 12 knopen over de grond naar buiten spoelden. Daarna was het bijna plat voor de wind richting Nederland. De wind was net te weinig om comfortabel te kunnen zeilen en met stroom tegen in de nacht werd het een onrustig tochtje met de motor bij. In het ankergebied bij de monding van de Weser en de Jade vlak voor het oversteken van de vaargeul besloot de AIS er mee te stoppen om pas bij Borkum weer tot leven te komen. Een mooi moment om mijn radarplot kennis weer eens bij te spijkeren. Naast wat vrachtschepen werd het later op de nacht ook behoorlijk druk met vissersschepen waarvan het gedrag slecht voorspelbaar is. Dus opletten geblazen! Nadat de wacht van Annette erop zat werd ik om 6 uur weer gewekt. Het werd inmiddels licht en Borkum kwam in zicht dus tijd om de koers meer zuidelijk te verleggen. Nog zo’n vier uren te gaan tot de havenmonding van Delfzijl. Met Rottumeroog aan stuurboord en de beginnende vloedstroom in de rug zaten we al snel op de Eems. Niet het meest mooie en spannende natuurgebied. Vooral aan de Nederlandse kant wordt de horizon als snel beheerst door de industrie en energiecentrales bij Eemshaven. Door de flinke getijstroom is het water modderbruin tussen de platen en is er weinig leven te vinden. Vlak voor Delfzijl duikt er toch nog een bruinvis op naast de boot. Het is mij een raadsel hoe die zich zonder enig zicht in dit water oriënteert en zijn voedsel vindt.

Om half 11 varen we de havenmonding van Delfzijl binnen. Het kanaal wordt gedomineerd door chemische industrie en het stinkt er naar gesmolten plastic. Welkom in de moderne wereld! We besluiten de jachthaven van Delfzijl aan het einde van het kanaal binnen te lopen die tot het laatste moment aan het oog wordt onttrokken door de droogdokken van Niestern-Sander. We leggen aan aan de passantensteiger en blikken terug op een mooie tocht!

One thought on “Rondje Denemarken deel 2

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: