De cirkel is rond… dus wat nu. We zijn aangekomen in A Coruna bijna precies 2 jaar nadat we vanaf daar vertrokken. In 2021 vierden we Annette’s verjaardag hier en ook nu is ze hier weer bijna jarig. Bijna, want we besluiten om na een paar heerlijke dagen genieten in deze fantastische stad de Golf van Biskaje over te steken met bestemming Camaret-sur-Mer.





Het is 22 juli als we losgooien en A Coruna voor de tweede maal achterons laten. De vooruitzichten voor de oversteek naar Camaret-sur-Mer zijn redelijk maar niet om over naar huis te schrijven. We beginnen met windstilte maar volgens de verwachtingen zouden we de komende dagen bewolkt maar met 4 Beaufort en halfwindse koers een redelijke overtocht tegemoet gaan. Ook de gevreesde orka’s zijn hier de laatste dagen niet gesignaleerd dus roer en schip lijken veilig. Voor de zekerheid hebben we in A Coruna wel wat vuurwerk aan boord genomen om ze af te schrikken mochten ze toch te dichtbij komen. De wind steekt op en we gaan zeilend de eerste nacht in. Geen scheepvaart in de buurt en verder een prima nacht zonder bijzonderheden. De volgende dag neemt de wind toe en, wat vervelender is, we varen nu aan de wind. Niet onze favoriete koers. De tweede nacht valt er wat regen en uit de buien komt bij tijd en wijle veel wind. We varen met gereefd grootzeil en stagfok en schieten ondanks alles flink op. Morgen zullen we voor donker in Camaret-sur-Mer zijn. Fijn vooruitzicht! Annette heeft de wacht vanaf 12 uur ’s nachts. Tegen het einde van haar wacht word ik met een flinke dreun naast mijn kooi wakker. In een bui worden we door een windvlaag van een golf geduwd en de boot gaat vrijwel plat. Er vliegen wat spulletje door de kajuit maar binnen blijft alles verder droog. De boot komt met klapperende zeilen weer rechtop. Het ging allemaal zo snel dat Annette nauwelijks in de gaten had wat er was gebeurd. We leggen de boot weer op koers en varen verder. We naderen de Franse kust en besluiten de Raz du Seine met de hoge stroomsnelheid en ruwe zee te mijden door ruim vrij te blijven van de kust. Hierdoor varen we wat langer aan de wind maar dat nemen we voor lief. Voordeel is dat we het laatste stuk halve wind varen en een beetje bij kunnen komen van al het gestamp van de afgelopen dag. Net voor het donker lopen we Camaret-sur-Mer binnen. Een paar vriendelijke buren helpen met het aanleggen en wijzen op een dikke tros die we blijkbaar op zee hebben opgepikt en achter ons aan hebben gesleurd. Deze keer is deze gelukkig niet zoals het visnet ruim een week eerder niet in de schroef verstrikt geraakt.
Het is Annette’s verjaardag maar geen puf meer voor een groot feest. We halen een vooraf klaargemaakte warme hap uit de vriezer en trekken een biertje open. Morgen lekker uit eten.




Na een lekker te hebben bijgeslapen melden we ons de volgende ochtend bij het havenkantoor en zien we het eerste stukje Camaret bij daglicht. De eerste indruk is prima!



We kiezen ervoor om eerst schoonschip te maken alvorens naar het dorpje te wandelen. En, o ja, er moet ook nog eentouwtje van onder het schip worden verwijderd. Dus wederom zwembroek, duikbril en vinnen aan en de plomp in. De tros blijkt stevig vast te zitten tussen roer en romp maar even later ligt het op de kant. Ik duik onder een warme douche want zulk koud water was ik niet meer gewend.
We wandelen naar het dorpje om Annette’s verjaardag te vieren met een goede lunch. We passeren een oud kerkje grotendeels gewijd aan de visserij, het kasteeltje (Tour Vauban) op de kop van de oude vissershaven en vervolgens een scheepskerkhof met afgedankte vissersschepen. Het blijkt hier een oude traditie om afgedankte schepen op deze wijze terug te geven aan de natuur.
De rest van het dorpje is niet heel spannend. Een gezellig Frans vakantie plaatsje wat nog vooral door Fransen wordt bezocht. Er is een ruime keuze aan restaurants. Aangezien het zonnetje weer volop schijnt zoek we een plekje op een terras en genieten van een prima lunch.




Terug bij de haven zie ik een Nederlands schip liggen het blijkt de Zilveren Maan te zijn met Robin en Angelique. Dat is nog maar het begin van een soort reünie met andere schepen met een ligplaats in onze thuisomgeving. De volgende dag ga ik, jawel het is weer zover, de was doen in het dorp. Als ik terug loop wordt ik aangesproken met de vraag of ik Hans ben. Het blijken Henk en Mireille van de Zeester. Zij blijken Kees en Agaath te kennen die met ons op de Azoren waren en hadden van hen gehoord dat wij ook in Camaret lagen. Blijkbaar valt mijn hoofd op…. Eind van de dag arriveren onze vrienden Tjitte en Janet met de Cinta Baru en via Whatsapp melden Claude en Janet, onze buren in Herkingen Marina, dat ze met de Calanche ook onze kant opkomen. Het wordt een hele reünie. Naast veel mist, die een vertrek op korte termijn tegen houdt, wordt ook veel wind voorspeld en het worden dus nog een aantal gezellige dagen in Camaret-sur-Mer.





In de omgeving van Camaret zijn in de tweede wereldoorlog grote bunkers en fortificaties gebouwd ter verdediging van de marinehaven in het, iets verder landinwaarts gelegen, Brest. Deze zijn vervolgens weer flink gebombardeerd door de geallieerden waardoor er boven op de rotsen een landschap is ontstaan met gehavende bunkers en diepe bomkraters. Behalve de interessante geschiedenis is het ook een mooie omgeving met prachtige vergezichten over de Bretonse kust. De moeite van een lange wandeling waard.





Uiteindelijk knapt het weer op en zijn de voorspellingen prima voor een nachtelijke tocht naar Guernsey. Het is inmiddels 6 augustus en wij vertrekken tegelijkertijd met de Zeester. Het eerste deel van de tocht is vrij dicht onder de Bretonse kust en er staat hier een stevige stroming. Als we vertrekken hebben we nog stroom tegen maar precies op het juiste moment kentert de stroom waardoor we ondanks de zwakke wind toch vrij snel de kust achterons laten en een heel rustige nacht invaren. Lange tijd blijft de Zeester in zicht maar uiteindelijk varen we alleen onder een mooie onbewolkte lucht. Halverwege de nacht valt de wind helemaal weg waarna we besluiten de motor bij te zetten.
Bij het opkomen van de zon komt Guernsey in zicht. Er is weinig scheepvaart en we hebben wederom stroom mee. Wat ook hier geen onnodige luxe is. Inmiddels varen we weer in bekend gebied. Op tijd voor het ontbijt varen we de haven binnen waar juist de eerste schepen zijn vertrokken om met het tijd mee richting Alderney te varen.



We blijven een dag over op Guernsey. We kennen het eiland al best goed en krijgen nu toch kriebels om echt naar huis te gaan. De kinderen en andere familieleden en vrienden informeren bijna dagelijks wanneer we in Nederland aankomen. We weten het nog niet precies maar lang zal het niet meer duren. Als het weer het toelaat plannen we in een beperkt aantal dagen naar Nederland te varen.


De eerste stop na Guernsey wordt Cherbourg. Bij binnenkomst moeten we nog even wijken voor een enorm schip met windmolen onderdelen. We zoeken een plekje voor de nacht en aangezien er voor de komende dagen goed weer wordt voorspeld besluiten we de volgende dag weer door te gaan. Bij goed weer varen we non-stop door tot Duinkerken. Lekkere stukjes zeilen wisselen we af met varen op de motor. De wind staat weliswaar uit de goede richting maar laat in kracht nog weleens te wensen over.

Een laatste mooie zonsondergang en zonsopkomst alvorens we op 10 augustus aankomen in Duinkerken. De hereniging met vrienden en familie hebben we op de 13e gepland in Vlissingen. We kunnen dus rustig aandoen en besluiten om de datum van aankomst af te wachten in Zeebrugge. Hier hebben we dan een dag extra de tijd om de boot aan kant te maken en te genieten van de culinaire kunsten van onze zuiderburen. Het is tenslotte de laatste dag voor de thuiskomst.


Het is 13 augustus. We worden al vroeg wakker en kijken uit naar de aankomst in Vlissingen. We moeten nog even wachten op de kentering van het tij zodat we met de vloedstroom in de rug de Westerschelde op kunnen. Als we Zeebrugge verlaten gaat de laatste van vele gastenvlaggetjes naar beneden. Na meer dan 2 jaar wappert alleen de Nederlandse vlag nog op de spiegel. Met een bakstag windje varen we richting Vlissingen, benieuwd naar wie we daar zullen treffen. Voor Vlissingen laten we de zeilen zakken en steken we de Westerschelde over richting de zeesluis.


Als we de ingang van de buitenhaven naderen zien we het ontvangstcomité, bestaande uit Jantine, Joris, Lisa, Ivan, Erik en Monique en natuurlijk onze kleinzoon Julius, boven op de dijk staan. Helaas ontbreken Emma en Kino. Die zijn ondertussen naar Sydney verhuisd en zullen we voorlopig nog niet zien. Julius, 2 weken toen we vertrokken en inmiddels ruim 2 jaar oud nu, paradeert met de Nederlandse vlag over de dijk. We zwaaien en over en weer worden er natuurlijk foto’s van dit moment gemaakt. We varen de sluis binnen, waar ook Teun en Trudy aansloten, en daarna door naar de nieuwe jachthaven in het Schelde Kwartier waar we afmeren naast de En Passant van Joris en Lisa en vrienden en familie aan boord komen.
WE ZIJN THUIS!








